De stijl van spreken

In het taalgebruik van u en mij zijn vooral de randen conservatief, maar voor sommige mensen staan alle klanken onder sterke controle. Prins Willem-Alexander heeft het daarom niet gemakkelijk. Hij mag bijvoorbeeld niet plat praten van zijn moeder. Als aanstaande koning heeft hij een zware verantwoordelijkheid voor zijn gebruik van het Nederlands. Er gaat een gerucht dat de prins met zijn broers aan tafel graag plat Haags sprak, toen het koninklijk gezin aan het begin van de jaren tachtig in de Residentie kwam wonen. Ze moesten daarmee ophouden van hun moeder. Zelfs in eigen kring converseerde het koninklijk gezin niet in de taal van Jacobse en Van Es.

De koningin weet er waarschijnlijk alles van. Nog nooit heeft ze een troonrede kunnen voorlezen zonder dat de taalkundige merites ervan uitgebreid in de ingezonden-brievenrubrieken zijn bediscussieerd. In Engeland is het nog erger. 'The Queen's English' geldt daar als de absolute norm, waaraan iedereen zich moet conformeren die hogerop wil. In Nederland is dat niet zo. De uitspraak van de koningin probeert zover ik weet niemand bewust te imiteren. De absolute standaard ligt in Nederland dichter bij de stijl van de nieuwslezer dan bij die van de troonrede.

Ik weet niet of Joop van Zijl plat mag spreken van zijn moeder, maar het lijkt me onwaarschijnlijk dat hij thuis net zo praat als op zijn werk, net zoals het onwaarschijnlijk is dat hij die stropdas dag en nacht om houdt. Iedereen houdt er verschillende spreekstijlen op na, niet alleen de nieuwslezer. Natuurlijk zijn er mensen die een groter aantal registers kunnen bespelen dan anderen, maar iedereen kent meer dan één stijl van spreken.

De keuze van spreekstijl is het meest sociale aspect van taal. Met subtiele signalen kunt u in uw taalgebruik aangeven hoe u het gesprek en hoe u uw gesprekspartner beoordeelt. U doet dat bijvoorbeeld door middel van uw woordkeuze. Door uw woorden juist te kiezen kunt u de intimiteit waarop u met uw gesprekspartner verkeert bijna tot in het oneindige nuanceren. Het maakt verschil of u u, jij of gij zegt, maar ook of u auto of wagen zegt, taartje of gebakje. In het algemeen hoeft u om taalkundig bij een bepaalde bevolkingsgroep te horen alleen de juiste woorden uit uw hoofd te leren. De stapels boekjes over taal die hoog bij de boekwinkels liggen opgetast gaan vaak over dit onderwerp: welke woorden moet ik wél en welke woorden absoluut níet gebruiken om voor een jongere, een banketbakker of een edelman versleten te worden?

Woordkeuze kan kennelijk bij de gemiddelde taalgebruiker grote gevoelens en levendig enthousiasme opwekken. Vreemd genoeg hebben veel taalkundigen juist nauwelijks enige belangstelling voor dit onderwerp. De woorden gozer en jongeman zijn allebei op zichzelf mooie klankvormen, maar zolang we aan hun vorm niet kunnen zien dat het ene woord minder deftig is dan de andere valt er voor de fonoloog weinig over te zeggen is. Over honderd jaar is het misschien juist chic om gozer te zeggen, terwijl niemand het woord jongeman nog uit zijn bek krijgt.

De keuze tussen verschillende spreekstijlen wordt ÷ gelukkig voor de onderzoeker die op zoek is naar een onderwerp ÷ soms ook fonologisch bepaald. De belangrijkste factor is dan altijd de mate van formaliteit. Fonologisch verschil wordt er in het Nederlands alleen gemaakt tussen meer of minder intieme taal, niet tussen bakkers en slagers of tussen jongeren en volwassenen. Datzelfde schijnt te gelden voor de meeste talen, al bestaat er in sommige talen ook een fonologisch verschil tussen de taal van mannen en die van vrouwen.

Wat zijn de verschillen tussen deftig en minder deftig taalgebruik? Er is al een groot aantal van dat soort verschillen aan de orde gekomen. Fonologie is deftig, fonelegie familiair. Mellek is populairder dan melk. Mijn neefje kan beter heb je zeggen dan hebbie als hij hogerop wil komen.

Hoe een woord klinkt is het gevolg van een samenspel van krachten volgens de optimaliteitstheorie. De precieze sterkte van elk van de tegenstrevende krachten bepaalt de uiteindelijke klank van een woord. Kennelijk is de sterkte van sommige taalkundige krachten afhankelijk van de stijl van spreken. Als u meerdere stijlen hanteert moet u dus meerdere krachtenverhoudingen kennen, op zijn minst een krachtveld voor een formele en een krachtveld voor een intieme stijl. Is de moeite die het kind moet doen om zijn moedertaal te leren nu nóg twee keer groter dan ik tot nu toe al heb laten zien? Moet die arme zuigeling nu ook nog leren hoe te spreken tegen de dominee?

Ik denk dat het probleem minder groot is dat het lijkt. Ik denk dat er systeem zit in de verschillen tussen deftiger en minder deftig taalgebruik, en dat dit systeem bovendien in alle talen hetzelfde is. Dat een kind al geboren wordt met een idee hoe het zit met dat verschil tussen de twee stijlen en dat hij dat dus alvast niet meer hoeft te leren.

Heel belangrijk in elk fonologisch krachtveld is een kracht die zegt dat woorden zo weinig mogelijk moeten veranderen. Als die kracht er niet was, zou elk woord uiteindelijk veranderen in tata of tate of iets dergelijks. De aantrekkingskracht van de ideale klankvorm zou dan erg groot worden. Voor de spreker zou dat overigens wel gemakkelijk zijn: hij hoeft geen moeilijke toeren met zijn tongspieren uit te halen. De luisteraar zou er ook misschien geen esthetische bezwaren tegen hebben om alleen maar volmaakte woorden te horen. Alleen van communicatie zou er op deze manier niet veel terechtkomen. Subtiele verschillen als die tussen koffie en thee vervallen als we allebei de woorden uitspreken als tata.

Dat is de reden waarom er in elke taal een conservatieve kracht nodig is die bepaalt dat woorden zomin mogelijk veranderen. Ik denk dat alleen de relatieve sterkte van die kracht kan veranderen tussen stijlregisters. Hoe deftiger u spreekt, des te sterker de conservatieve kracht in uw taalgebruik en des te minder ideaal de vorm van uw woorden.

De vorm mellek benadert het ideaal beter dan de vorm melk, maar we moeten dat laatste woord wel veranderen om het zo ideaal te krijgen. De conservatieve keuze is niets te doen. Dat doet u dus als u deftig spreekt. Als u minder deftig spreekt zegt u liever het woord met de ideale vorm. Hetzelfde geldt voor mijn Rotterdamse neefje. Als hij zijn lettergrepen zo mooi mogelijk wil maken zegt hij natuurlijk hebbie. Maar om dat resultaat te krijgen moet hij wel aan de klankstructuur van het woord sleutelen. Dat is wat minder deftig. De conservatieve keuze is heb je, ook al zijn de lettergrepen van dat woord allesbehalve fraai. De uitspraak fonelegie, ten slotte, komt tegemoet aan de allesbehalve conservatieve wens om alle onbeklemtoonde lettergrepen een stomme e te laten hebben. Dit is dus de manier waarop u dit woord uit zou spreken bij een romantisch samenzijn.

Overigens is er in dit geval ook nog een compromis mogelijk, een uitspraak die iets minder intiem is dan fonelegie maar ook iets minder plechtig dan fonologie. Het staat u vrij om fonelogie te zeggen. U komt dan aan het conservatieve deel van uw gehoor tegemoet doordat u ten minste één onbeklemtoonde o constant houdt, maar tegelijkertijd houdt u uw progressieve kennissen te vriend door een andere o te veranderen in een stomme e. Het blijft overigens wel een raadsel waarom u dan fonelogie zegt en niet *fonolegie. Dat laatste woord heb ik nog nooit iemand in wat voor situatie dan ook horen uitspreken.

Een Nederlands kind hoeft dus maar één ding te leren: hoe sterker de kracht die zegt dat woorden aan zichzelf gelijk blijven, des te deftiger de taal. Het Nederlands is niet de enige taal waar de zaken zo liggen. Het Turks leent net als alle andere talen ter wereld bijvoorbeeld wel eens een woord van een andere taal. Hoeveel dat woord zich aanpast aan de vorm van andere Turkse woorden hangt voornamelijk af van de situatie. Het deftige Turkse woord voor prins is prens. Iets minder deftig is pIrens, met een soort stomme e tussen de medeklinkers. Dat maakt de lettergrepen iets mooier. Plat Turks is het om ook nog klinkerharmonie toe te passen en pirens te zeggen. We kunnen ons nu afvragen wat de reden is waarom veel talen deze neiging hebben om 'deftig' gelijk te stellen met 'conservatief'. Ik kan twee verklaringen bedenken.

De eerste is dat er een sterke invloed uitgaat van de spelling. Spelling is conservatief. Mensen houden niet van al te veel verandering op dat punt. Bovendien is het verleidelijk om te denken dat u woorden moet uitspreken zoals u ze schrijft als u deftig wilt praten (net zoals het omgekeerd verleidelijk is te denken dat u woorden moet schrijven zoals u ze uitspreekt als u populair wilt schrijven). Die twee factoren hebben samen het gezochte effect.

Een andere mogelijke verklaring is dat de sprekers bij een kenmerkende plechtige situatie in allerlei opzichten wat verder van elkaar af staan. Dat is letterlijk waar: bij het gemiddelde sollicitatiegesprek zitten de deelnemers wat verder van elkaar dan bij een gesprek tussen twee familieleden. Maar deze verklaring is ook waar als we haar figuurlijk nemen: hoe plechtiger de situatie, hoe minder u ervan mag uitgaan dat u gesprekspartners precies weten waar u over spreekt. Als u met intimi spreekt, dan weten die intimi per definitie veel over u en waarschijnlijk ook over de onderwerpen waarover u vertelt. Een formeel gesprek voert u bijna uitsluitend met onbekenden.

In een gesprek met een onbekende is het belangrijk om alle informatie in uw hoofd zo goed mogelijk en met zo weinig mogelijk storingen op die ander over te dragen. Die ander weet niets over de eigenaardigheden van uw systeem, dus is het zaak om de woorden zomin mogelijk aan te tasten, zomin mogelijk van de oorspronkelijke klanken weg te laten, zomin mogelijk stomme e's in te voegen en zomin mogelijk klanken te veranderen. In een gesprek met intimi zijn dat soort dingen wat minder van belang. U kunt daarom uw woorden zo perfect mogelijk maken.

Er zijn dus twee opvattingen mogelijk over het verschil tussen stijlen. In de ene opvatting is deftig spreken een kwestie van de spelling volgen, in de andere opvatting is het een kwestie van duidelijkheid. Om uit te vinden wat de juiste opvatting is, is er eigenlijk maar één goede methode: een taal vinden die nog nooit is opgeschreven en zien hoe de verschillen tussen deftig en 'slordig' spreken in die taal geregeld zijn. Blijken ze hetzelfde patroon te volgen als de westerse talen, dan is de spellingsverklaring in ieder geval een stuk zwakker geworden.

Er zijn op de wereld nog honderden talen zonder vastgelegde spelling. Helaas is het onderzoek naar deftig en minder deftig taalgebruik in een vreemde taal in de praktijk moeilijk uitvoerbaar. De onderzoeker moet door psychologische barrières heen breken. Hij zal de taal meestal eerst moeten leren. Het probleem bij niet uitgeschreven talen is dan dat de meeste mensen hem zullen proberen een min of meer deftig taalgebruik aan te leren. Een cursus 'Nederlands voor beginners' begint ook niet met de zin: hé ouwe rukker waar mot dat heen? Bovendien zal de onderzoeker ten nadele van zijn onderzoek met respect behandeld worden. Mensen generen zich vaak om te vertellen dat ze minder deftige taalvormen kennen. Misschien is dat de reden waarom deze kwestie nooit goed is uitgezocht.

Er zijn overigens meer vragen waarop we geen antwoord krijgen. Hoe leert een kind al deze dingen nu precies? Het heeft het in ieder geval een stuk gemakkelijker dan het in eerste instantie leek. Het hoeft niet verschillende taalregisters te leren, het kan één taal leren met daarbij de algemene regel dat deftige taal een sterkere conservatieve kracht vereist. Maar of die algemene regel ook apart geleerd moet worden, of dat hij onderdeel is van de aangeboren kennis, weten we niet. Om daar achter te komen zouden we meer moeten weten over hoe het in andere talen geregeld is.

We weten ook niet precies waar het kind nu precies begint te leren ÷ of het begint met het formelere of juist het minder formele stijlregister. Het waarschijnlijkste is dat het begint met een plechtiger taal. Misschien verbaast u dit omdat u weet dat zeer jonge kinderen in de regel vooral met hun ouders praten en er weinig banden intiemer zijn dan die tussen ouder en kind. Maar ouders gebruiken een speciaal soort taaltje tegen hun kinderen. Taalkundigen noemen dat taaltje wel 'motherese' (moeders). Het heeft een paar verbazingwekkende eigenaardigheden ÷ praten met een hogere stem bijvoorbeeld ÷ maar in een aantal opzichten komt het juist ook opvallend overeen met formeel taalgebruik. Ouders zijn eerder geneigd om duidelijk melk en fonologie tegen hun kind te zeggen dan mellek of fonelegie. Kinderen leren dan later dat ze het in sommige situaties wat minder nauw hoeven te nemen met hun taalgebruik.

terug / inhoudsopgave / vooruit