De heilige randen

Klanken worden, als we ons niet verspreken, op allerlei plaatsen aangetast. Ze veranderen omdat ze naast andere klanken staan, ze verdwijnen, ze laten verschijnen maar de randen van woorden veranderen zo weinig mogelijk. Het is alsof elk woord een stevige schil heeft rondom het zachte vruchtvlees. Wat er ook aan de binnenkant met het vruchtvlees gebeurt, de schil blijft onaangetast.

Een goed voorbeeld is svarabhakti. Als in kerm een klinker moet worden gevoegd omdat twee medeklinkers naast elkaar niet mogen, zou u dat probleem op twee manieren kunnen oplossen. Theoretisch kunt u net zo goed kerme zeggen als kerrem. 'Net zo goed' is zelfs te zwak uitgedrukt. De ideale lettergreep is ta, een medeklinker gevolgd door een klinker. Het woord ker-me heeft heeft één zo'n lettergreep. In het woord ker-rem is er geen enkele mooie lettergreep. Als we het toch voor het kiezen hebben, waarom zeggen we dan geen *kerme?

Laten we de kracht die alle lettergrepen de vorm van ta wil geven, voor het gemak Ta noemen. Kennelijk is er een kracht die Ta voldoende tegenwerkt. Die kracht noem ik Rand. Ze zegt dat de randen van woorden niet mogen veranderen. kerrem komt aan die eis tegemoet, want het eind van het woord is en blijft een m. Kerme wijkt af, want na de svarabhakti eindigt het woord ineens op een stomme e. Rand is in het Nederlands een sterke kracht, sterker dan Ta in ieder geval, en daarom wordt kerrem geprefereerd boven *kerme.

Een ander voorbeeld van de werking van Rand op het gedrag van de stomme e zien we als we kijken naar onbeklemtoonde klinkers. Die hebben de neiging om in een stomme e te veranderen in fonelegie. Klinkers die aan de randen van woorden staan veranderen nooit op deze manier. De a in cola heeft geen klemtoon. Toch zegt niemand ooit cole. De e in egaal heeft ook geen klemtoon, maar wordt desondanks nooit stom. Ook hier zijn twee krachten aan het werk: Rand en een kracht die wil dat onbeklemtoonde klinkers stom worden. Ook in dit geval wint Rand.

Wat is nu de verklaring voor de kracht Rand? Waarom werkt er nu zo'n kracht in onze taal? Ik heb de delimitatieve functie al genoemd die de klemtoon in sommige talen heeft. In die talen ligt de nadruk op een lettergreep aan de grenzen van woorden. Dit heeft als voordeel dat het voor de luisteraar gemakkelijker wordt om woorden uit elkaar te halen. Rand heeft waarschijnlijk dezelfde functie. Als de randen van woorden niet veranderen, is het makkelijker voor de luisteraar om die randen te horen. Hij kan de woorden dan beter uit elkaar houden en dat is een eerste vereiste als iemand goed wil verstaan wat de ander zegt.

We kunnen verschil maken tussen het begin en het eind van woorden. Het begin van woorden is nog veel heiliger dan hun einde. Aan het begin van woorden valt helemaal niets te veranderen. Neem het woord vereren. Dat woord bestaat uit drie delen: de stam eer, het voorvoegsel ver- en het achtervoegsel -en. De stam eer is het enige deel dat als een zelfstandig woord ook voorkomt. Het heeft dan één lettergreep: eer. We kunnen voorvoegsels en achtervoegsels toevoegen en soms verandert er dan iets aan de lettergreepstructuur.

Laten we het hele woord eens in lettergrepen te verdelen. We krijgen dan ver-e-ren. Aan het eind van het woord is nu iets veranderd. De r die oorspronkelijk aan het eind van de lettergreep eer stond, is nu aan het begin van de volgende lettergreep beland. We kunnen ook begrijpen waarom dat zo is. Hier zien we de kracht Ta aan het werk. Die kracht trekt e-ren voor op eer-en, ook al is de laatste vorm meer in overeenstemming met Rand dan de tweede.

De vraag is dan waarom volgens precies dezelfde redenering ve-re-ren niet verkozen wordt boven ver-e-ren. De eerste vorm begint nu juist met zulke prachtige lettergrepen. Het antwoord is dat we verschil moeten maken tussen de linkerrand van een woord en de rechterrand. De linkerrand is sterker dan Ta, de rechterrand is minder sterk. We kunnen dat als volgt opschrijven:

LinkerRand > Ta > RechterRand

De conservatieve kracht op de linkerrand van woorden is het sterkst. Deze grens wordt altijd gerespecteerd en mag niet veranderen. Daarom mag ver-eer niet tot ve-reer worden: dat zou de linkerrand van het woord eer schaden. De rechterrand is zwakker. Een mooie lettergreep maken is klaarblijkelijk belangrijker dan de rechterrand respecteren. Dat geldt niet alleen voor het Nederlands, dat geldt voor vrijwel alle talen waarover we dit soort dingen kunnen weten.

Waarom is er dit verschil tussen linkerrand en rechterrand? Volgens sommige taalkundigen moet de verklaring zijn dat luisteraars meer belang hebben bij het luisteren naar het begin van een woord dan bij het luisteren naar het eind van een woord. Volgens die taalkundigen zijn de woorden in ons hoofd opgeslagen in een soort alfabetische lijst. Zodra u de eerste klanken in een woord hoort begint u dat woord op te zoeken. Vaak weet u al welk woord er zal volgen voordat uw gesprekspartner de laatste klanken gemaakt heeft. Als iemand ency gezegd heeft, weet u al in welk boek u zoeken moet, terwijl er dan nog drie lettergrepen moeten volgen.

Het is daarom volgens die geleerden belangrijker om te weten wanneer een woord begint dan om te weten hoe een woord eindigt. Bovendien is de lijst niet helemaal alfabetisch zoals een woordenboek. We kunnen vermoeden dat alle woorden die van eer zijn afgeleid, zoals vereer, vereren, eren, eerlijkheid, onteren in ons geestelijk woordenboek opgeslagen zijn onder eer. Het allerbelangrijkste is daarom om dat woord eer terug te vinden. Dat is de reden waarom de linkerkant van eer zo duidelijk moet zijn.

Er zijn nogal wat problemen met de gedachte van deze geleerden. Zoals gezegd hebben vrijwel alle talen de neiging om de linkerrand van woorden scherper te trekken dan de rechterrand. Dit kan verklaard worden als we aannemen dat alle mensen eenzelfde soort geheugen hebben en op eenzelfde manier naar woorden luisteren. Op zichzelf is dat geen onredelijke aanname. Aan de andere kant heeft klemtoon vaak dezelfde functie van het attent maken op de grenzen van woorden. Van klemtoon is zelfs beter te begrijpen dat het die functie heeft dan van Rand. De krachtsexplosie die een beklemtoonde lettergreep is geeft een veel duidelijker signaal dat een er nieuw woord begint, dan de grenzen tussen lettergrepen daar. We zouden denken dat talen ook altijd de klemtoon vooraan in het woord zetten. Er zijn inderdaad talen die dat doen, zoals het Hongaars. Een storend element in de gelijkstelling van Linkerrand met de delimitatieve functie van klemtoon is alleen dat de voorkeur voor links in het laatste geval niet zo absoluut is. Er zijn ook veel talen waar de klemtoon juist helemaal achterin in het woord ligt, zoals het Frans.

Er zijn zoveel vragen waarop de onderzoeker geen antwoord heeft. Nu we ons toch aan het vermeien zijn in de nietigste taalkundige details moet ik nog iets rechtzetten. Er lijkt een paradox binnengeslopen te zijn in mijn beweringen. Zojuist heb ik laten zien dat de rechterrand van woorden niet zo sterk is dat hij bijvoorbeeld minder sterk is dan de kracht Ta. Maar toen ik deze redenering begon op te zetten was dat nu juist gebaseerd op het verschil tussen kerme en kerrem. Daar beweerde ik dat de keuze voor de tweede vorm bepaald werd doordat de Rand-kracht sterker was dan Ta. Een kracht kan natuurlijk niet tegelijkertijd sterker en minder sterk zijn dan een andere kracht.

Op sommige vragen bestaat wel een antwoord. De kracht die volmaakte lettergrepen afdwingt en die ik Ta noemde, is niet enkelvoudig. Ze zegt minstens twee dingen tegelijkertijd: een lettergreep moet met een medeklinker beginnen én een lettergreep moet met een klinker eindigen. Ook hier kunnen we dus weer een verschil maken tussen een linker- en een rechterkant, deze keer de verschillende kanten van een lettergreep.

In het geval van e.ren hebben we te maken met Ta-Links: lettergrepen moeten beginnen met een medeklinker. Die kracht is het sterkst: sterker dan RechterRand. In het geval van kerrem - kerme hebben we te maken met Ta-Rechts: een lettergreep moet liefst op een klinker eindigen. Dat zou de reden zijn om kerme te prefereren, maar kennelijk is RechterRand sterker dan Ta-Rechts. We kunnen het krachtenveld hier dus als volgt tekenen:

LinkerRand > Ta-Links > RechterRand > Ta-Rechts

Ta-Links heeft in de keuze tussen ker-rem en ker-me niets bij te dragen. Alle lettergrepen in beide woorden beginnen met een medeklinker en komen aan dus Ta-Links volmaakt tegemoet. De beslissende factor is daarom RechterRand.

Het is opvallend dat ook in het geval van de lettergreep de kracht over de linkerrand weer sterker is dan de kracht over de rechterrand. Ook hier is het beter dat links alles in orde is dan dat dit aan de rechterkant zo is. Ook hier duikt de asymmetrie dus weer op. Overigens zijn de termen 'links' en 'rechts' puur metaforisch. In gesproken taal bestaat dat onderscheid natuurlijk niet letterlijk. Er is alleen een verschil tussen vooraan en achteraan in het woord. Links en rechts zijn termen die ik alleen maar zo kan gebruiken omdat we gewend zijn woorden van rechts naar links te lezen. Had ik dit boek in het Hebreeuws geschreven, dan had ik de termen 'links' en 'rechts' moeten omdraaien. Het gaat erom dat het begin van woorden en lettergrepen kennelijk hogere eisen stelt dan het einde.

Er zijn talen die nog veel strikter zijn wat betreft hun randen ook rechterranden dan het Nederlands. Het Jiddisch was tot de oorlog de taal van een groot deel van de joodse gemeenschap in (Oost-)Europa. De woordenschat van die taal is voor een belangrijk gedeelte afgeleid van het Duits en voor een kleiner gedeelte van andere talen, zoals het Hebreeuws. Maar het doet een paar bijzondere dingen met de grammatica en met de klanken ervan.

Net als in het Nederlands verandert in het Jiddisch een z, b of v aan het eind van een lettergreep in respectievelijk een s, een p of een f. In het Nederlands maakt het daarbij niet uit of de klank aan het eind van een woord staat of niet. Een b wordt altijd een p als hij aan het eind van een lettergreep staat. In het Jiddisch gebeurt dat ook wel binnen in een woord, zoals shraypst (jij schrijft) maar niet aan het eind van een woord. In shrayb (ik schrijf) blijft de b een b. Het zelfde geldt voor de d retst (jij spreekt), red (ik spreek) de z ayskastn (koelkast), ayz (ijs) en de v brieftreger (postbode), briev (brief).

In het Jiddisch willen dus, net als in het Nederlands, lettergrepen liever niet eindigen met trillende stembanden. Alleen is de heiligheid van de rechterranden in de eerste taal kennelijk sterker dan in de tweede; sterk genoeg om de stembanden toch te laten trillen aan het einde van woorden.

Er zijn ook talen die het juist minder nauw nemen met de randen van woorden dan het Nederlands. Het Frans is een voorbeeld van zo'n taal. Een Fransman die Nederlands probeert te spreken en moeite heeft met de medeklinkers in melk of arm zal juist wel geneigd zijn melke en arme te zeggen. En in het Frans worden lettergrepen ook zonder probleem over alle woordgrenzen heen gebouwd. In petit ami komen de t en de a samen in één lettergreep: pe-ti-ta-mi.

Toch is in het Frans niet alles mogelijk. Klankvormen als melke of arme kan een Franstalige niet zomaar overal en altijd zeggen. Eigenlijk moet er bij voorkeur nog een woord volgen dat op een bijzondere manier bij het eerste woord hoort. Hetzelfde geldt voor de bouw van lettergrepen over de randen van woorden heen. Dat kan in petit ami alleen bij gratie van het feit dat de woorden 'klein' en 'vriend' op een speciale manier bij elkaar horen, zoals in het Turks interessant en boek bij elkaar hoorden.

Wat dat 'bij elkaar horen' van woorden in het Frans precies betekent is tamelijk moeilijk vast te stellen. Het is bijvoorbeeld afhankelijk van de stijl van spreken. Ik zal er niet op ingaan. In ieder geval kunnen we constateren dat groepen van woorden die bij elkaar horen ook in andere opzichten in de Franse klankstructuur dezelfde functie hebben als één woord in het Nederlands of het Jiddisch. Klemtoon is een ander voorbeeld. Ook klemtoon is in het Frans eerder een zaak van groepen woorden. In een woordgroep als donne-le-lui (geef het hem) is in het Frans maar één klemtoon. Die valt op het laatste woord. In de Nederlandse vertaling van de Franse zin hebben we op z'n minst ook klemtoon op het werkwoord zelf.

Talen kunnen kiezen welke randen ze precies heilig verklaren. De linkerrand is daarbij om niet geheel duidelijke redenen favoriet. Maar heilige, bijna onaantastbare, randen hebben ze allemaal.

terug / inhoudsopgave / vooruit