7: Uw Site Publiceren

Marc van Oostendorp

Hoofdstuk uit het boek, oorspronkelijk verschenen bij A.W. Bruna Informatica, 1996.

In eerdere hoofdstukken van dit boek zijn we uitgebreid ingegaan op het maken van pagina’s en het bouwen van een Web-site. In dit laatste hoofdstuk wil ik de manier behandelen om uw site daadwerkelijk en fysiek deel te laten zijn van het Web. Ik ga allereerst in op de vraag hoe u het beste kunt beslissen of u een eigen server wilt installeren, of liever ruimte wilt huren bij een bestaande Internet-aanbieder. Vervolgens ga ik in op het werken met een FTP-programma, en tenslotte besteed ik enige aandacht aan tellertjes die u op uw pagina kunt plaatsen en statistische gegevens die u over uw site kunt opvragen en analyseren.

Een eigen server of ruimte bij een aanbieder

Als potentiële aanbieder van informatie kunt u twee kanten op: u kunt schijfruimte huren op een computer bij een organisatie die al aangesloten is op het Internet, of u kunt een eigen computer permanent aansluiten op het Net. De keuze tussen deze twee mogelijkheden is een ingewikkelde en wordt bepaald door technische, financiële en andere factoren. Beide mogelijkheden hebben hun voor- en nadelen, die we in dit artikel zullen bespreken.

Intranet

Web-pagina’s worden ook steeds populairder als communicatiemiddel op bedrijfsinterne netwerken die op Internet-technologie gebaseerd zijn, de zogenaamde intranets. Intranets zullen per definitie altijd op een eigen computer van het bedrijf werken. Wat dat betreft is de keuze dus iets eenvoudiger. Maar in alle andere opzichten is er geen enkel verschil tussen de publikatie van Web-pagina’s op het Internet of op een Intranet. Ook wanneer u van plan bent uw werk alleen binnen uw eigen bedrijf of organisatie te publiceren zult u in dit hoofdstuk nuttige tips vinden.

Ruimte huren

Zeker voor de beginnende 'uitgever' op het Internet ligt het in vrijwel alle gevallen het meest voor de hand om in eerste instantie wat ruimte te huren bij een al bestaande Internet-aanbieder. Deze mogelijkheid is zolang het gaat om niet al te grote hoeveelheden informatie verreweg het goedkoopst en geeft ook de beste kansen om aantal praktische problemen op te lossen.

De meeste Internet-aanbieders in Nederland die particuliere diensten en Internet-aansluitingen aanbieden, geven ook de gelegenheid om schijfruimte te huren. Voor een bedrag van een paar honderd gulden krijgt u bij aanbieders als World Online (http://www.worldonline.nl), XXLink (http://www.xxlink.nl) of Planet Internet (http://www.pi.net) de beschikking over een volledige Internet-toegang zodat u met de gehele wereld elektronisch post kunu uitwisselen, en ook zelf World Wide Web-pagina's kunt bekijken.

Bovendien kunt u vanaf uw eigen werkplek elektronisch kontakt zoeken met de Internet-computer om op uw eigen schijfruimte alle bestanden te plaatsen die u maar wilt publiceren. U gebruikt hiervoor een zogenaamd FTP-programma, zoals later in dit hoofdstuk aan de orde zal komen. U bent dus geheel vrij om uw eigen hoekje op het Internet geheel naar eigen inzicht in te richten. Wat dat betreft is er weinig verschil met het starten van een eigen server.

Uw schijfruimte is vervolgens geheel -- of grotendeels -- openbaar. Met uitzondering van enkele directories waarin u uw post bewaart en dergelijke, kan iedereen op het Internet alle bestanden bekijken die u publiceert. Vanzelfsprekend blijft u zelf de enige die er ooit bestanden bij kan plaatsen of die bestaande bestanden kan veranderen.

De 'huurprijs' van schijfruimte wordt meestal berekend aan de hand van twee criteria: ten eerste de omvang van de schijfruimte zelf en ten tweede de omvang van het dataverkeer.

Het eerste criterium zal duidelijk zijn. Men meet eenvoudigweg hoeveel megabyte de geplaatste informatie bevat. Voor de hierboven genoemde bedragen kan men bij de meeste Internet-aanbieders tussen de 10 en de 20 Mb aan schijfruimte verwachten. Voor veel uitgaven is dat uiteraard ruim voldoende maar bij sterk grafisch georiënteerde applicaties loopt men snel tegen deze limiet aan.

Voor het tweede criterium, het dataverkeer (ook wel IP-verkeer genoemd) wordt gemeten hoeveel gegevens er per dag door Internet-gebruikers worden opgevraagd van de door u gehuurde ruimte. Ook hier wordt weer gerekend in Mb: voor de eerder genoemde bedragen wordt over het algemeen een limiet gesteld van tussen de 100 en de 200 Mb per maand. Een eenvoudig rekensommetje leert dat dan zo'n 10 Net-surfers per maand de inhoud van uw complete schijfruimte kunnen opvragen.

Omdat de meeste surfers heel snel van de ene naar de ander informatie-aanbieder springen en dus niet veel verder zullen komen dan uw welkomstpagina, kunt u een veel grotere stroom bezoekers aan. Mijn ervaring is dat een gemiddelde Net-surfer nooit meer informatie opvraagt dan een paar honderd Kb -- alweer afhankelijk van de hoeveelheid audio en video. Bij een bezoekersaantal van zo'n honderd mensen per dag blijft u redelijk aan de normen voldoen.

Naast de pure schijfruimte bieden sommige goede Internet-aanbieders nog enkele gratis extra diensten. Zo krijgt u soms de beschikking over statistieken van bezoekersaantallen, zodat u kunt bekijken hoeveel personen op een gegeven dag informatie hebben opgevraagd, welke bestanden het populairst zijn, uit welke landen deze personen komen, etc. Dergelijke kijkcijfers zijn natuurlijk zeer nuttig bij het bouwen van een populaire Web-site maar daarnaast zijn ze ook gewoon leuk om te zien --vooral als ze stijgen.

Een ander groot voordeel van het huren van schijfruimte is dat u de ruimte deelt met anderen. Veel Internet-aanbieders hebben hun Web-site onderverdeeld in rubrieken, naar onderwerp gerangschikt. U komt in een rubriek te staan samen met informatie-aanbieders die op vergelijkbare of verwante onderwerpen werken. Het voordeel hiervan is dat potentiële belangstellenden uw site snel weten te vinden. Een van de grote problemen bij het uitgeven van informatie via het Internet is dat u de doelgroep moet zien te bereiken. Dat probleem is zo al een stukje opgelost.

Een laatste voordeel van Internet-aanbieders is dat ze vaak (tegen een meerprijs) technische ondersteuning bieden bij het creëren van bijvoorbeeld klikbare kaarten of database-toepassingen. Deze organisaties hebben over het algemeen voldoende gekwalificeerd personeel in dienst dat behulpzaam kan zijn bij het werken met dit nieuwe medium.

Een eigen server

De informatie-aanbieder die meer wil en ook bereid is daarvoor flink wat extra geld neer te leggen, kan ook overwegen een eigen server op te zetten. U installeert dan een eigen computer en sluit hem -- liefst permanent -- aan op het Internet.

Ook hierbij is kontakt met een Internet-aanbieder overigens onontbeerlijk. Het meest voor de hand ligt in dit geval waarschijnlijk om kontakt te zoeken met de organisatie die u dan een eigen domeinnaam toekent; dat wil zeggen dat uw site dezelfde status heeft als die van willekeurig welke andere informatie-aanbieder.

Vervolgens installeert u op een eigen computer de vereiste server-software en de informatie die u ter beschikking wilt stellen. Vanaf dat moment kunnen de gebruikers van de door u aangewezen plaatsen op uw harde schijf (of CD-ROM of welk ander opslagmedium u ook gebruikt) de gewenste bestanden ophalen.

Omdat uw server-computer permanent on-line moet zijn, kunnen de kosten hoog oplopen -- we spreken dan in de orde van grootte van duizenden guldens per maand. Daar staat tegenover dat alleen uzelf en de door u gebruikte hardware de limieten bepalen die er aan gebruikte schijfruimte of de hoeveelheid dataverkeer gesteld worden. U kunt zoveel informatie aanbieden als u wilt, aan een zo groot mogelijk publiek.

Voor het opzetten van een eigen server is wel enige technische expertise nodig. Er zijn tegenwoordig wel free-lancers en kleine bedrijfjes die u kunnen helpen bij het opzetten, en bovendien komen er steeds meer kant-en-klare software-paketten op de markt, maar bij een draaiende en populaire Web-server is er eigenlijk iemand nodig die vrijwel elke dag kijkt of er problemen zijn en die deze problemen dan ook weet op te lossen. Ook dit is dus een kostenpost die u moet incalculeren.

Daar staat dan weer tegenover dat letterlijk alles mogelijk is. U kunt alle soorten informatie aanbieden die u kunt bedenken en u kunt alle soorten software laten draaien die u maar kunt vinden. Ook de eerder genoemde statistische software om kijkcijfers te bestuderen, is op een aantal plaatsen op het Internet te krijgen en kunt u op een dergelijke manier installeren dat hij elke nacht automatisch draait.

Bij het installeren van een eigen server zult u wel zelf reclame moeten maken voor de installatie. Het is mogelijk om tegen een kleine vergoeding bij sommige Internet-aanbieders een koppeling te laten maken naar de eigen server. U wordt dan in een rubriek opgenomen net zoals dat het geval zou zijn als u schijfruimte zou huren, maar als de gebruiker uw afdeling selecteert, wordt hij niet naar een gedeelte van de harde schijf van de Internet-aanbieder doorverwezen, maar in plaats daarvan wordt hij doorverbonden naar uw eigen server-computer. Op veel grote commerciële sites zijn ook aanklikbare advertentietjes te vinden -- wanneer de gebruiker op zo’n advertentie klikt komt hij terecht op de site van de adverteerder.

Voor een bedrag van tussen een paar tientjes en een paar honderd gulden per maand -- afhankelijk van de populariteit van de site en de grootte en de plaats van de advertentie -- kunt u uw logo op een veelbezochte pagina plaatsen. Wanneer u dit doet, dient u wel van te voren te eisen van de beheerder van de pagina dat u een overzicht krijgt van het aantal mensen dat de pagina bezoekt en het aantal mensen dat op uw advertentie klikt. Sommige beheerders vragen overigens een bedrag per hit op uw advertentie. Dat zijn vanuit het standpunt van de klant de meest begerenswaardige kontrakten: u betaalt voor wat u krijgt.

Twee praktijkvoorbeelden

De keuze tussen de verschillende mogelijkheden is dus niet altijd even gemakkelijk. Om de vraagstukken wat concreter te maken, zal ik hier kort ingaan op twee voorbeelden uit mijn eigen praktijk als Web-consulent en zal ik laten zien waarom in die twee gevallen een andere oplossing is gekozen, hoewel de projecten in bepaalde opzichten sterk op elkaar lijken.

Het eerste voorbeeld betreft een non-profit instelling die tot doel heeft om oudere Nederlandstalige literatuur gratis ter beschikking te stellen aan het algemene publiek. Op deze WWW-site kan men informatie (inclusief portretten, teksten, en in sommige gevallen geluids- en beeldfragmenten) opvragen over Nederlandse schrijvers als Multatuli en Vondel. Omdat het een non-profit instelling betreft, was het budget vrijwel nihil. De keuze tussen een eigen server en het huren van ruimte was daarmee niet moeilijk te maken. Daar kwam nog bij dat de Digitale Stad Amsterdam bereid was gratis een 'huis' af te staan -- de normale huur van zo'n huis is 275 gulden; daarvoor krijgt men volledige Internet-toegang, 10 Mb schijfruimte en voor 100Mb dataverkeer per maand. Bovendien worden ook statistieken en dergelijke verzorgd.

In de organisatie van de Digitale Stad is het idee van de stad ver doorgevoerd. De stad is onderverdeelde in meerdere pleinen. Op elk plein staan acht huizen, die elk gevuld worden door een informatie-aanbieder. Elk plein is gerelateerd aan een bepaald thema. Zo is er bijvoorbeeld een plein voor de landelijke overheid waar meerdere ministeries een eigen huis betrokken hebben, en een kinderplein met diverse Internet-voorzieningen voor kinderen.

Het hier genoemde project is gevestigd aan het boekenplein, samen met een uitgever (Tjeenk Willink), een Amsterdamse boekhandel (Scheltema Holkema Warendorff), een cultureel weekblad (De Groene Amsterdammer) en nog wat instellingen.

Deze samenscholing heeft positieve gevolgen voor alle betrokkenen: de aandacht van mensen die belangstelling hebben voor boeken worden al snel getrokken door dit boekenplein en mensen stappen gemakkelijk van het ene naar de andere huis over. Zoals vroeger alle schoenmakers in de stad samenschoolden in de Schoenmakersstraat en zo meer klanten trokken dan ieder voor zich had kunnen doen, zo bezorgt ook het idee van gespecialiseerde pleinen elk van de deelnemers meer bezoekers dan hij alleen had kunnen trekken.

In het project wordt op bescheiden manier geëxperimenteerd met eenvoudige multimedia-toepassingen. Vanwege de bescheiden ruimte en de relatief grote belangstelling kunnen hiermee echter niet al te wilde dingen gedaan worden.

Het tweede voorbeeld is een commerciële uitgever die tot doel heeft verschillende soorten informatie aan te bieden over zijn tijdschriften en de medewerkers van die tijdschriften. Lezers worden in de gelegenheid gesteld om elektronisch in kontakt te komen met de medewerkers, ze kunnen artikelen uit boeken lezen.

De bedoeling van deze site is drieledig. Ten eerste is het de bedoeling om reclame te maken voor de boeken van de uitgever en ten tweede om bestaande klanten te 'binden' door extra informatie te geven en ze kennis te laten maken met de auteurs. Een meer bijzonder doel is om ook buitenlandse uitgevers de mogelijkheid te geven kennis te maken met (korte Engelse vertalingen van) het werk dat ze eventueel in vertaling zouden willen brengen.

Na een korte kosten-baten analyse is besloten het project klein te beginnen door wat schijfruimte te huren bij een commerciële Internet-aanbieder. Bij uitbreiding zou kunnen worden overgestapt, naar een eigen server. De uitgever is bovendien onderdeel van een groter concern dat plannen heeft om ooit de verschillende afdelingen samen te brengen op één grote server-computer.

De afweging tussen het starten van een eigen server-computer en het huren van ruimte bij een professionele aanbieder is een gecompliceerde. Het is moeilijk algemene regels op te stellen. In elk individueel geval zult u moeten bekijken hoeveel technische know-how en financiële middelen geïnvesteerd kunnen worden en hoeveel vrijheden men daarvoor wil ontvangen.

Publiceren van de site

Wanneer uw pagina's klaar zijn en u heeft ze naar tevredenheid in zoveel mogelijk verschillende omstandigheden getest, kunt u ze op het Internet plaatsen. Er zijn op dat moment twee mogelijkheden: u kunt besloten hebben een eigen server te onderhouden of u kunt ruimte hebben gehuurd bij een Internet-aanbieder. Bij de eerste mogelijkheid zullen er weinig problemen ontstaan. U dient de HTML-bestanden en de eventuele afbeeldingen en multimedia-elementen dan te verplaatsen naar een directory op de computer die is aangewezen als de server-computer. Welke directory dat is hangt af van de server-software die u gebruikt; u kunt de benodigde informatie als het goed is, naslaan in de informatie die de software-farikant heeft meegeleverd met het pakket.

Als u ruimte hebt gehuurd bij een Internet-aanbieder, liggen de zaken er wat anders voor. In dat geval dient u zich te verdiepen in FTP, het file transfer protocol (protocol voor het versturen van bestanden), de methode om via het Internet bestanden van de ene computer naar de andere over te dragen.

Werken met FTP is niet erg moeilijk wanneer u er het juiste programma voor gebruikt. Netscape Navigator biedt beperkte FTP-functionaliteit, maar deze reikt niet ver genoeg voor de beheerder van een site op Internet. Het is beter om gebruik te maken van een van de vele speciale FTP-programma's die er zijn. De aanbieder waar u ruimte huurt moet u er normaal gesproken één geven als u er om vraagt, maar toen u een gewone aansluiting op het Internet nam, kreeg u waarschijnlijk ook al een dergelijk programma.

Veel verschil is er niet tussen de tientallen programma's die er zijn om met FTP te werken. De programma's voor Windows zien er in grote lijnen allemaal hetzelfde uit en hebben ook min of meer dezelfde functionaliteit. Hieronder bespreek ik kort het programma CuteFTP omdat het makkelijk te bedienen is en de gebruiker enkele lastige klusjes uit handen neemt. Bovendien is CuteFTP op een groot aantal plaatsen op het Internet als shareware te krijgen -- bijvoorbeeld op de homepage van de makers van het programma, http://www.cuteftp.com:

De meeste andere programma's voor FTP kunnen ongeveer op dezelfde manier bediend worden. In de meeste algemene inleidingen tot Internet-gebruik vindt u overigens een meer gedetailleerde beschrijving van FTP dan ik hier kan geven. Een voorbeeld van een dergelijk boek is Internet voor Iedereen van Steven Lenos en Marc van Oostendorp waarin uitgebreid wordt ingegaan op de mogelijkheden van het programma WSFTP (Uitgeverij Bruna, ISBN 90 229 3880 8).

UNIX

De meeste server-computers werken niet met DOS of Windows maar met een besturingssysteem dat UNIX heet. Wanneer u werkt met CuteFTP hebt u hier meestal weinig last van, omdat dit programma zorgvuldig alle moeilijkheden voor u verborgen houdt. Toch heeft dit feit dat u met UNIX werkt een consequentie om rekening mee te houden: anders dan DOS en Windows maakt UNIX een essentieel onderscheid tussen hoofd- en kleine letters in de namen van bestanden. Wanneer u dus een koppeling maakt als de volgende:

en u noemt het bestand waarheen verwezen wordt &index.html", dan zal de koppeling op uw eigen computer misschien wel werken, maar op het UNIX-systeem meestal niet.

Uw site aanmelden

Wanneer uw site eenmaal op het Internet staat en goed getest is, zult u hem publiek willen maken. U kunt daarvoor natuurlijk de traditionele media gebruiken en advertenties plaatsen in de krant of een persbericht sturen aan de redacties van die media die mogelijk belangstelling voor uw werk zullen tonen. Maar de aandacht trekken op het Internet zelf is minstens even belangrijk. U dient uw site, kortom op de juiste plaatsen aan te melden. U kunt daarvoor adverteren, zoals eerder in dit hoofdstuk besproken is. Maar u dient er ook voor te zorgen dat mensen die naar u op zoek zijn u kunnen vinden.

Allereerst kunt u de verschillende zoekrobots en Internet-catalogi die er op de wereld zijn op uw pagina attenderen. De meeste zoekdiensten hebben op hun openingspagina een mogelijkheid Add URL. Wanneer u daar op klikt, krijgt u een formulier waarop u het Internet-adres van uw pagina kunt opgeven en uw e-mailadres. Het volgende voorbeeld komt van de zoekdienst HotBot (http://www.hotbot.com).

De zoekdienst neemt uw pagina dan binnen enkele dagen op. Het is overingens over het algemeen gelukkig niet nodig om elke pagina van uw site op deze manier op te nemen. Wanneer u de openingspagina opgeeft, doorzoekt de zoekrobot vervolgens automatisch alle koppelingen die hij op die pagina kan vinden, net zolang tot hij uw hele site geïndexeerd heeft:

Er wordt overigens onderscheid gemaakt tussen twee soorten zoekdiensten: de zoekrobot zoals AltaVista of Hotbot, die zonder enig onderscheid een index probeert te maken van alle pagina’s die het tegenkomt, en de catalogus zoals Yahoo!, waar men alleen sites opneemt die de makers de moeite waard vinden. Bij de laatsten is het mogelijk dat men uw site weigert op te nemen omdat men bijvoorbeeld de inhoud te mager of te weinig origineel vindt. De meeste zoekrobots accepteren daarentegen bijna alles.

De volgende zoekdiensten en catalogi zijn op dit moment de populairste op het Internet en zijn dus de moeite waard om u aan te melden:

Internationaal

AltaVista - http://altavista.digital.com - zoekrobot

Excite - http://www.excite.com - catalogus

Hotbot - http://www.hotbot.com- zoekrobot

Lycos - http://www.lycos.com/ - zoekrobot

Magellan - http://www.mckinley.com/ - catalogus

Yahoo! - http://www.yahoo.com - catalogus

WebCrawler - http://www.webcrawler.com/ - catalogus

Nederlands

Dutch Homepage http://www.dhp.nl/ - catalogus

ILSE - http://www.ilse.nl/ - zoekrobot

Internet Gids - http://www.markt.nl/dyp/index.html catalogus

NL.URL - http://www.nois.nl/NLURL2/ - catalogus

Search.nl - http://www.search.nl/ - zoekrobot

Wanneer u zich bij al de bovenstaande adressen heeft aangemeld, moet een redelijk ervaren Web-surfer die naar u op zoek is u binnen enkele minuten kunnen vinden. Er zijn overigens ook enkele Web-pagina’s waar u zich bij meerdere zoekdiensten tegelijkertijd kunt aanmelden. Een voorbeeld hiervan is Add Me op http://www.tiac.net/users/domvon/addme/index.htm.

U kunt op deze pagina de gegevens over uw site invullen en deze vervolgens naar een groot aantal zoekrobots en catalogi versturen.

Behalve bij de algemene catalogi en zoekrobots kunt u zich ook nog opgeven bij gespecialiseerde zoekdiensten. Ik weet natuurlijk niet waar uw pagina over gaat, dus ik kan u hierover geen tips geven. Maar terwijl u uw site hebt gemaakt hebt u ongetwijfeld zelf de nodige informatie gezocht op het Web over uw onderwerp, over uw concurrenten, enzovoort. Daarbij bent u allicht ook een site tegengekomen van iemand die een lijst heeft aangelegd van alle informatie die over uw onderwerp of over uw branche op het Web te vinden is. Bij die persoon kunt u zich aanmelden. U kunt eventueel ook gebruik maken van een van de bovenstaande zoekdiensten om deze informatie te vinden.

Een laatste mogelijkheid is om uw pagina aan te melden bij een nieuwsgroep. In Nederland is er een algemene nieuwsgroep, nl.announce, waarin u terecht kunt met een bericht over de opening van uw nieuwsgroep. Daarnaast zijn er ook in de nieuwsgroepen-afdeling van het Internet vast gespecialiseerde groepen te vinden waarin u uw berichten kwijt kunt.

Tellers

Bij uw eigen zwerftochten over het Web bent u ze ongetwijfeld wel eens tegengekomen -- de tellertjes die op menige pagina aangeven hoeveel bezoekers die pagina gehad heeft sinds de een of andere recente datum. Die tellertjes zijn dan ook erg aantrekkelijk.

Vooral als het goed gaat met de bezoekersaantallen. Een teller als de volgende maakt uw pagina al bijna vanzelf extra interessant. Ik moet er wel bijzeggen dat dit soort meetinstrumenten niet in alle opzichten even betrouwbaar is. Het is niet precies duidelijk wat de teller precies meet. Terwijl u een bepaalde site bezoekt, komt u misschien in één sessie meerdere malen op de openingspagina van die site. Sommige tellers rekenen u dan elke keer dat u die pagina opvraagt mee. Daarmee kan het getal natuurlijk onredelijk worden verhoogd. Alerte Web-gebruikers weten dit ook en wantrouwen daarom al te optimistische cijfers.

Wanneer u zelf een server beheert kunt u er een teller-programma op installeren. Veel pakketten voor server software bevatten een programma dat de bezoekers voor u kunnen tellen. Is de installatie van een dergelijk pakket u te ingewikkeld of te tijdrovend, of heeft u niet de beschikking over een eigen server, dan kunt u op het Internet terecht. Her en der op het Net zijn computers geïnstalleerd die voor u bijhouden hoe vaak uw pagina's bezocht worden. Met een eenvoudige handeling kunt u op die site de benodigde codes kopiëren om ze in uw eigen pagina's te plaatsen.

Een voorbeeld van een dergelijke site is de Web-counter. Op http://www.digits.com/create.html vindt u een formulier waarmee u voor uw pagina een teller kunt aanmaken.

Deze dienst is gratis, mits u een koppeling aanbrengt naar de Web-Counter-pagina. Om een tellertje aan te maken gaat u als volgt te werk. U vult eerst de verschillende velden in die op de genoemde pagina gegeven worden. Helemaal onderaan de pagina vindt u tenslotte een knop met de tekst Create Counter. Wanneer u hier klikt wordt een teller voor u aangemaakt. Dit kan overigens een tijdje duren. Daarna krijgt u een Web-pagina terug waarin de HTML-code wordt genoemd die u krunt gebruiken om een teller aan te maken:

Met de knip-en-plak-functies van Windows kunt u deze code kopiëren naar een ASCII-verwerker waarin u de homepage geopend hebt met uw pagina. Wanneer u de pagina vervolgens opent en u heeft een verbinding met het Internet, dan wordt er geteld.

De HTML-code die u opneemt in uw pagina is zoals u ziet alleen een &IMG&-tag. Deze IMG-tag wordt elke keer opgehaald van de site van Web-Counter. Op die site houdt een machine bij hoe vaak dit plaatje wordt opgevraagd. Elke keer als dat gebeurt, past die machine het plaatje aan: de teller wordt met 1 opgehoogd. Strikt genomen wordt dan ook niet zozeer het aantal malen dat mensen uw pagina bezoeken geteld, maar het aantal keer dat de teller wordt bekeken.

Overigens is er een groot bezwaar tegen de openbare teller van Web-Counter en dat is de last die hij legt op de snelheid. De teller is wereldwijd populair en dat kan betekenen dat de gebruiker soms lang moet wachten voordat de afbeelding binnen is. Daarmee wordt soms ook de wachttijd voor uw pagina als geheel onverantwoord lang. Wilt u een echte professionele teller, dan kunt u deze beter op uw eigen server laten draaien.

Statistieken

Nog mooier dan tellertjes zijn complete statistieken over bezoekersaantallen. Goede aanbieders geven hun klanten minstens een maal in de maand de gelegenheid om te bekijken hoeveel mensen elke pagina doorzocht hebben en waar die mensen vandaan kwamen. Internet-servers houden dit soort gegevens altijd zelf bij en het is voor een Internet-aanbieder niet moeilijk om de vereiste informatie op gezette tijden aan u door te sturen. Hieronder vindt u een voorbeeld van de statistische informatie die Internet-aanbieder De Digitale Stad zijn klanten dagelijks aanbiedt.

De hier getoonde gegevens laten zien van welke computers de verzoeken zijn gekomen. Afgezien van de bijna 11 procent bezoekers die kennelijk niet te traceren waren, zijn er 427 bestanden opgevraagd door gebruikers van de Internet-aanbieder XS4ALL, 426 door de zoekrobot Inktomi, enzovoort. Dit is de graad van precisie die u kunt verwachten. Welke gebruiker precies een Web-pagina heeft opgehaald is nooit te traceren; wel is te achterhalen van welke Internet-aanbieder die gebruikers komen.

Wanneer uw Internet-aanbieder onverhoopt geen statistische informatie wil of kan doorgeven, of wanneer u slechts een kleine persoonlijke pagina publiceert, kunt u ook gebruiken maken van de statistische diensten van anderen. Heel populair is in Nederland op dit moment de dienst NedStat van het gelijknamige bedrijf (http://www.nedstat.nl). U kunt hier kiezen uit een aantal diensten: er is een gratis statistisch programma met beperkte mogelijkheden, en daarnaast zijn er verschillende commerciële pakketten die de Web-ontwikkelaar meer kunnen bieden. Hier ga ik kort in op de gratis dienst.

Op de welkomstpagina van NedStat klikt u op de knop Aanmelden. U krijgt vervolgens een overzicht te zien van de verschillende versies die van het programma in omloop zijn. U kiest hier voor de gratis mogelijkheid NedStat Basic. U komt dan terecht op een pagina met een formulier, dat u invult.

Wanneer u het formulier helemaal ingevuld hebt, klikt u onderaan de bladzijde op de knop Registreer mijn account. Er wordt dan een elektronisch bericht naar u gestuur dat u als het goed is binnen een halve minuut uit uw postvakje kunt ophalen.

In dit bericht is een korte HTML-instructie opgenomen. Deze dient u te kopiëren en in uw Web-pagina op te nemen. Zoals u ziet is ook deze instructie een afbeelding (gemaakt met de tag &IMG&) en deze statistieken werken dan ook op precies dezelfde manier als het tellertje van Web-Counter: geteld wordt niet zozeer het aantal keer dat uw pagina wordt opgevraagd, maar het aantal keer dat de efbeelding -- in dit geval een logo van NedStat -- in de pagina wordt opgenomen. Het logo is aanklikbaar: wanneer de gebruiker erop klikt, komt hij op de pagina waarop NedStat de statistische gegevens over uw pagina bijhoudt.

Zelf kunt u op dezelfde manier van tijd tot tijd de bezoekersaantallen voor uw pagina bestuderen. De gegevens die verstrekt worden zijn uitgesplitst naar herkomst van de gebruiker en datum en tijd van de opvraag van informatie. Wie zich verbaasd over het belang dat men in Hilversum hecht aan de kijkcijfers, zou zelf een Web-site moeten opzetten waarvoor statistische informatie wordt gegenereerd. Al die cijfertjes zijn een genoegen om af en toe te bekijken.