12. That's why there is a lot of repetition in the book

Marc van Oostendorp

Hoofdstuk uit het boekje Computers en taal, oorspronkelijk verschenen bij Sdu, Den Haag, 1999.

Je kunt ook steeds meer gesproken woorden op Internet vinden. Dat komt vooral doordat de omroepen hun programma's vaker via het net aanbieden. De TROS en de NPS zijn bijvoorbeeld actief op dit gebied, maar voorop loopt de VPRO die sinds een tijdje al zijn programma's via zijn weblocatie aanbiedt. Oude programma's worden gearchiveerd en zo ontstaat langzaam maar zeker een prachtige verzameling.

De situatie is nog niet ideaal. Die verzameling is nu nog klein. Bovendien zijn gesproken bestanden niet zo gemakkelijk te doorzoeken als geschreven teksten. Er zijn wel computerprogramma's die indexen kunnen maken op geschreven teksten: je tikt een zoekterm in en met één druk op de knop kom je op de plaats in de tekst waar dat woord staat. Iets vergelijkbaars bestaat er voor gesproken teksten nog niet, in ieder geval niet op Internet. Wie een woord zoekt in een gesproken tekst, zal in veel gevallen die hele tekst moeten doorluisteren. Tenzij iemand bijvoorbeeld de tekst een keer helemaal heeft willen uitschrijven en dat is bij die radioprogramma's nog lang niet gebeurd.

Toch zijn er volgens mij nu ook al fascinerende dingen te beleven voor wie geïnteresseerd is in taal. Neem het radioprogramma De Avonden, een literair-cultureel tijdschrift dat vijf dagen in de week verschijnt (op de gewone, ouderwetse ether op Radio 5, vanaf tien uur 's avonds). In dat programma worden interviews met schrijvers uitgezonden. Ook met buitenlandse schrijvers, en dat veroorzaakt een zeer merkwaardig en bij mijn weten nooit eerder geobserveerd verschijnsel.

Intieme sfeer

De sfeer van die interviews is intiem: in een kleine studio zitten interviewer en geïnterviewde met elkaar te praten over het zojuist in het Nederlands vertaalde boek. De hoofdtaal van de interviews lijkt Engels maar af en toe, soms middenin een zin, schakelt de presentator, de Nederlandse dichter Wim Brands ineens over om zijn gedachte af te maken in het Nederlands. De functie en de reden van die taalwisselingen zijn over het algemeen volkomen raadselachtig. Je krijgt de indruk dat er systeem in zit maar wat dat dit systeem precies is, valt moeilijk te achterhalen. Het is in ieder geval niet mogelijk om het gesprek te volgen zonder dat je zowel Nederlands als Engels kent. De geïnterviewde schrijver moet af en toe volkomen in het duister tasten over de onverwachte wendingen en de luisteraar die geen Engels spreekt zal al helemaal snel de draad kwijt raken. Terwijl je zou denken dat een dergelijke luisteraar nu juist tot het beoogde publiek van de uitzending hoort, omdat de interviews gehouden worden naar aanleiding van Nederlandse vertalingen van deze Engelse boeken.

Neem het gesprek dat Brands op 5 mei 1999 voerde met de Schotse schrijver Magnus Mills. In de negende minuut vertelt Mills een uitgebreid verhaal over hoe hij vroeger als hekkenbouwer werkte. Hij merkte dat het bouwen van hekken nogal eentonig werk is en dat het veel herhaling in zich had. "That's", zegt hij aan het einde van dat lange verhaal, "why there's a lot of repetition in the book."

Dan gebeurt het (op 9 minuut 40; luistert u zelf maar als u me niet gelooft). "Yeah," zegt Brands, "That's true. Hij zegt, daarom zitten er zoveel herhalingen in dat boek, het is alleen maar herhaling, herhaling, that's what you remember of those days also." Dan mag Mills weer verder vertellen. Waarom Brands nu juist alleen deze mededeling over die herhalingen vertaalt en niets zegt over het voorafgaande, veel interessantere verhaal dat bovendien de verklaring moet bieden van het waarom van die herhalingen, blijft in nevelen gehuld. De luisteraar die alleen Nederlands verstaat, hoort alleen dat er kennelijk veel herhalingen in het boek zitten en dat daar een reden voor is. Maar wat die reden dan mag zijn, hoort hij niet. Aan de andere kant zal degene die het voorafgaande verhaal verstaan heeft, het betrekkelijk eenvoudige zinnetje "that's why there's a lot of repetition in the book" waarschijnlijk ook wel verstaan hebben.

Het gesprek gaat er vervolgens over de gesprekken die Mills als hekkenbouwer 's avonds in de pub voerde met zijn collega's. Er werd weinig gepraat en sommige hekkenbouwers dronken heel veel, maar Mills zegt dat hij zelf niet veel dronk, omdat hij zijn geld wilde sparen om als de 3 kilometer hek klaar waren bijvoorbeeld een motor te kopen. Zijn collega's, zegt hij, hadden dan niets: ze hadden 6 maanden lang hard gewerkt en aan het eind van die periode hadden ze niets gespaard.

We zijn dan iets meer dan een minuut verder (10.50) in de conversatie en weer pleegt Brands een Nederlandstalige interruptie, die het verhaal min of meer samenvat, behalve het belangrijkste onderdeel ervan: over het sparen van Mills of het niet-sparen van zijn collega's zegt hij niets. Ook hier is de portee van de interruptie dus onduidelijk uit het oogpunt van de eentalige Nederlander. Degene die ervan afhankelijk is, mist een cruciaal gedeelte van het gesprek. Dan zegt Brands: "Er wordt niet veel gepraat, dat geldt ook voor de mannen in het boek, Tim en Ritchie, die zeggen ook niet zo veel." Hij vertelt dan een aantal details over het werk van deze mannen overdag ("knap zwaar werk"). Dat Nederlandstalige betoog eindigt als volgt: "'s Avonds gaan ze naar de kroeg, drinken, zwijgen, knikken naar elkaar, that's it. When did you get the idea to write a novel about fencers?" Vervolgens gaat het gesprek weer verder in het Engels. Hier gebeurt dus in zekere zin het omgekeerde: That's it vat het voorafgaande samen, maar het voorafgaande heeft de geïnterviewde niet verstaan, en de hypothetische luisteraar die geen Engels spreekt, heeft niets aan dit signaal dat hiermee Brands' eigen bijdrage is afgerond.

Slechte presentator

Nogmaals, er zou een aardig onderzoekje te doen zijn naar deze merkwaardige taalwisselingen. De geschiedenis ervan is denk ik vrij duidelijk: zij wortelt in het gebruik van radiojournalisten om af en toe de antwoorden van hun geïnterviewde te vertalen voor de luisteraar die de taal van het interview niet verstaat. Maar die bedoeling heeft Brands kennelijk niet. De vraag is nu: waarom worden sommige dingen wel in het Nederlands gezegd of vertaald, en andere niet?

Je zou natuurlijk kunnen denken dat Wim Brands een slechte presentator is, die wel weet dat hij af en toe een stukje moet vertalen voor zijn luisteraar, maar die dat meestal vergeet en erg slordig te werk gaat als hij er wel toe komt.

Volgens mij zit er iets meer systeem in. Brands maakt niet zomaar lukraak fouten. Hij voert een interview met een schrijver die een boek in het Engels geschreven heeft, en als een goed radiopresentator vist Brands vooral naar de eventuele autobiografische achtergronden van dat boek. Over die autobiografie gaat het interview eigenlijk en omdat de beklagenswaardige schrijver nu eenmaal geen Nederlands verstaat, stelt Brands uit beleefdheid zijn vragen in het Engels. Soms valt Brands dan ineens een parallel op met het boek dat de schrijver. Het heeft uiteraard weinig zin om de schrijver op deze parallellen te wijzen, want die schrijver is daar toch wel van op de hoogte. De enige die er belang bij heeft dat Brands dit verhaal vertelt, is de luisteraar. Die spreekt, neemt Brands aan, Nederlands.

Op mijn woord geloven

Nu is er met Nederlanders en het Engels iets vreemds aan de hand. Er wordt altijd gezegd dat een groep Nederlanders altijd meteen overschakelt op het Engels zodra een buitenlander zich bij die groep voegt. Dat is denk ik waar. Maar het is ook waar dat die groep Nederlanders, in ieder geval in mijn ervaring, onmiddellijk terugschakelt naar het Nederlands als die buitenlander weer verdwijnt. De eerste twee Nederlanders die onder elkaar Engels spreken zonder dat er een niet-Nederlandstalige in de buurt is, moet ik nog tegenkomen.

Brands' wisselingen zijn het gevolg van het feit dat hij tegelijkertijd een gesprek voert met een buitenlander en aan de luisteraar iets wil uitleggen over die buitenlander. Omdat die buitenlander ongetwijfeld de uitleg aan de luisteraar niet zo interessant zal vinden, voert Brands in metaforische zin een kringgesprek waarbij de anderstalige zich af en toe even verwijdert.

Het aardige is nu natuurlijk dat u me niet op mijn woord hoeft te geloven. Wie vroeger zei: ``Op 5 mei 1997 deed die-en-die radiopresentator zoiets merkwaardigs – hij sprak al zijn woorden achterstevoren uit'', die moest wel erg veel autoriteit hebben om geloofd te kunnen worden. De radiopresentator kon bijvoorbeeld altijd zeggen: ``Nee, dat heb ik helemaal niet gezegd'' en als taalliefhebber kun je niet de hele dag een cassetterecorder naast je radio hebben staan. Op Internet gebeurt er iets interessants: de omroep heeft zelf de hele dag een recorder aanstaan en stelt zijn archieven vrij ter beschikking. Iedereen kan naar die archieven verwijzen: als u mij niet gelooft, of als u zelf wel eens wil horen hoe Brands het doet, of hij het in andere interviews het ook doet en hoe het zit met andere presentatoren, kunt u dat allemaal gemakkelijk nagaan als u een aansluiting op Internet heeft en een geluidskaart. Het is daarvoor wel nodig dat iemand de archieven bijhoudt en vooral het voortbestaan ervan garandeert. Op dit moment is de VPRO daar zelf verantwoordelijk voor, zoals ook de krantenredacties zelf zorgdragen voor hun leggers. Ik hoop dat alle omroepen snel volgen en dat alle Nederlandstalige radioprogramma's elektronisch opgeslagen zullen worden en op Internet na te lezen zullen zijn.