Neerlandistiek — Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

Het vwo-examen 2026: mijn antwoorden

12 mei 2026 · Marc van Oostendorp

Traditiegetrouw maakte ik het eindexamen van dit jaar. Ik vond het niet te ingewikkeld, en ik waardeer heel erg dat de leerling wordt uitgenodigd verschillende standpunten over een ingewikkelde kwestie met elkaar te confronteren. (Al vindt de neerlandicus het jammer dat dit nu gebeurde bij het stuk over dierenrechten en niet bij dat over de taalpolitie!)

Het oorspronkelijke examen is te vinden op examenblad.nl.

Tekst 1 — Dierenrechten

1

“Pas als dieren echt partij zijn in de conflicten tussen mens en natuur, zo is de gedachte, brengt de mens het op werkelijk rekening te houden met hun belangen.”

2
  1. Rechten van onderdrukten zijn pas gewaarborgd als zij hun vaardigheden kunnen ontplooien en verlangens kunnen nastreven.
  2. Wetenschappelijk staat vast dat dieren met bewustzijn hetzelfde streven als mensen.
  3. Daarom verdienen zij gelijke morele status.
  4. Bovendien hebben mensen door hun dominantie en wreedheid een ereschuld jegens dieren zoals eerder jegens onderdrukte groepen mensen.
3

Nussbaum verwerpt de traditie die de mens als superieur dier beschouwt, maar stelt ook dat mensen een “ereschuld” en bijzondere verantwoordelijkheid jegens dieren dragen, wat juist een superieure positie veronderstelt.

4
5
6

A

7

D

8
9

kweekvlees

10
  1. wetenschappelijk onderzoek
  2. belanghebbend (Vlees.nl)
11

Wie rechten heeft, heeft ook plichten (die dieren niet kunnen nakomen). En de mens is de meest verheven soort.

12
13
14
  1. leven in een eigen soeverein gebied, los van mensen
  2. katten zijn roofdieren en blijven andere dieren doden
15

A

16

D

17
  1. niet
  2. niet
  3. wel
  4. niet
18
  1. wel
  2. wel
  3. niet
  4. wel

Tekst 2 — Taalpolitie

Disclaimer: in alinea 2 wordt verwezen naar Elma Drayer die verbijsterd naar bepaalde linguïsten keek. In de oorspronkelijke column werd die ‘linguïst’ met name genoemd: dat was ik.
19
  1. Djuna Kramer: negatief
  2. Philip Freriks: positief
  3. Elma Drayer: positief
  4. David Foster Wallace: positief
20

Overeenkomst: beide kampen accepteren dat taal in zekere zin moet worden vastgelegd.
Verschil: prescriptivisten leggen taalregels vast, descriptivisten beperken zich tot het beschrijven van taalgebruik.

21

D

22

B

23
  1. de subtiliteiten van onze menselijke belevingen, emoties en kwesties kunnen uitdrukken
  2. de taalregels en nuances blijven handhaven en respecteren
24
25
  1. wel
  2. wel
  3. niet
  4. niet
  5. niet
26

De negatieve opvatting dat prescriptivisten muggenziften en onmogelijke prioriteiten stellen.

Tekst 3 — Krimp en groei

27
1a: wel1b: drastisch bezuinigen op het consumptiepatroon
2a: wel2b: minder consumptie en productie, nadruk op duurzaamheid, niet-materiële waarden en eerlijke welvaartsverdeling
3a: niet3b: overstap op nieuwe (duurzame) technologie, met consistente overheidssturing via regelgeving, CO2-beprijzing en infrastructuur
4a: wel4b: eenvoudiger levensstijl, verzet tegen consumentisme en verwoestende technologie
28
29

B

30
  1. Reactie 8 vindt dat de overheid juist méér moet sturen en dat staat haaks op Hasekamps standpunt dat overheidsingrijpen leidt tot “kaboutersocialisme”.
  2. Reactie 8 stelt dat bedrijven consumenten manipuleren tot schadelijke consumptie; daarmee verwerpt de schrijver impliciet Hasekamps premisse dat consumenten “zelf keuzes maken” en dat consumptie hun fundamentele behoefte vervult.
31
  1. reclame inperken/verbieden en consumenten via een onafhankelijke instantie (Consumentenbond) eerlijk informeren
  2. stoppen met manipulatieve reclame en geen invloed uitoefenen op consumptiekeuzes
  3. werkelijk vrije en geïnformeerde keuzes maken, niet beïnvloed door commerciële druk maar evenmin opgelegd door de overheid
32

1 (cirkelredenering) en 6 (overhaaste generalisatie).

[Ik weet dit niet zeker, dit is mijn beste gok.]

33

Ten eerste presenteert Hasekamp een vals dilemma door minder consumeren en innoveren als tegenstellingen op te voeren. Ten tweede dient permanente economische groei vooral de aandeelhouders, niet gewone burgers. Ten derde is het problematisch dat de directeur van een belangrijk publiek instituut eenzijdig politiek gekleurd is.

34
  1. “CPB-directeur Pieter Hasekamp heeft blijkbaar nooit gehoord van een vals dilemma.” (regels 1–2)
  2. “Ik schrik ervan dat een directeur van zo’n belangrijk instituut zo politiek blijkt te zijn.” (regels 9–10)
  3. “Waarom geldt dat niet voor de directie van instituten als het CPB?” (regels 11–12)
  4. “Graag een iets minder ‘neoliberale’ persoon naast Hasekamp die uitlegt wat een vals dilemma is, (…)” (regels 13–15)
35
← Terug naar Neerlandistiek op zolder