Afscheid van Holland
Uit de dagelijkse mailing van Laurens Jz. Coster, samengesteld door Raymond Noë, twee gedichten van Ida Gerhardt (1905–1997).
Afscheid van Holland
Twintig jaar vrijheid, twintig jaar verraad
aan het edelste. Ik hard u, Holland, niet
met dit gelaat, waarop geschreven staat:
ziehier die zich voor geld aan ieder biedt.
Het valt mij zwaar dat ik mijn land verlaat.
't Ware té zwaar als ik het niet verliet:
gelijk een mens die van een mens weggaat,
niet hardend dat hij hem ontluisterd ziet.
Ik had u lief en leerde u verachten,
Holland. Ik groeide op onder uw stem:
het water dat als kind mij wakker riep
wanneer het stormde onder Woudrichem.
Nóg gaan de wolken over het Hollands Diep.
Gij zijt mijn land, gij blijft in mijn gedachten.
Zomernacht
Onder de Archipel der sterren
lig ik op de allene heuvel,
lig ik bij de allene woning.
Ik woon alleen, ver van de mensen.
Waar denk ik aan? — dat ik moet sterven,
want alle schepselen moeten sterven,
en dat die éne ik zó liefheb
dat deze liefde niet zal sterven,
maar wordt gesteld onder de sterren.
Ida Gerhardt (1905–1997)
Overgenomen uit de mailing Laurens Jz. Coster — iedere werkdag een gedicht, redactie Raymond Noë.
← Terug naar Neerlandistiek op zolder