Neerlandistiek — Online tijdschrift voor taal- en letterkunde

De vernieuwingsslag in de havo- en vwo-examens Nederlands

Toetsing van begrip én kritisch denken

12 mei 2026 · Jacqueline Evers-Vermeul & Patrick Rooijackers

Sinds 2024 zijn de centraal examens Nederlands havo/vwo vernieuwd. Ze toetsen niet alleen het begrijpen van teksten en doorzien van argumentatie, maar ook het evalueren van en reflecteren op teksten. Leraren en leerlingen reageren over het algemeen positief op de examens-nieuwe-stijl. Soms leidt deze vernieuwing tot misverstanden, bijvoorbeeld in de landelijke media. In dit artikel staan Jacqueline Evers-Vermeul en Patrick Rooijackers stil bij de vernieuwingen en de achtergronden daarvan. Daarbij kijken ze specifiek naar de vwo-examens. Evers-Vermeul en Rooijackers zijn inhoudelijk verantwoordelijk voor deze examens.

Lezende vrouw, ets van Rembrandt van Rijn, 1634
Rembrandt van Rijn, Lezende vrouw (1634). Rijksmuseum Amsterdam, publiek domein (via Wikimedia Commons).

Wat is er veranderd aan de havo- en vwo-examens Nederlands?

Sinds het schooljaar 2023-2024 hebben de havo- en vwo-examens Nederlands binnen de bestaande examenkaders een vernieuwingsslag doorgemaakt. Zo krijgen leerlingen een grotere variatie aan teksten voorgelegd en zijn er nieuwe vraagtypen toegevoegd, zoals sorteertaken en vragen over framing. Daarnaast moeten leerlingen teksten nu vaker aan de hand van een situatieschets benaderen. Zo'n situatieschets biedt dan een fictieve maar herkenbare leescontext, met een betekenisvol leesdoel (zoals het verzamelen van informatie voor een debat of een profielwerkstuk). Ook krijgen leerlingen vaker setjes teksten rondom één onderwerp te lezen, waarna ze vragen beantwoorden over de overeenkomsten en verschillen tussen deze teksten.

Waarom kwam deze vernieuwingsslag er?

De examens Nederlands havo/vwo kregen in de periode 2010-2020 vanuit docenten en leerlingen vaak de kritiek dat ze uitgingen van een verouderde opvatting van leesvaardigheid. Belangrijk doel van de vernieuwingsslag was dan ook om meer ruimte te bieden aan 21e-eeuwse dimensies van lezen:

In veel opzichten sluit de inhoud van de vernieuwde havo- en vwo-examens Nederlands daarmee aan bij de bekende internationaal vergelijkende PISA-toets. Tekstbegrip betekent in de 21e eeuw immers niet alleen dat je informatie kunt begrijpen. Je moet deze informatie ook kunnen toepassen op situaties, je moet kunnen reflecteren op de vorm en inhoud van informatie en je moet deze informatie kritisch kunnen evalueren. Van eindexamenkandidaten havo en vwo mag je een dergelijke kritische, actieve leeshouding verwachten. Zij zijn immers grotendeels de toekomstige studenten in hbo en wo.

"In veel opzichten sluit de inhoud van de vernieuwde havo- en vwo-examens aan bij de bekende internationaal vergelijkende PISA-toets."

Hoe zie je die vernieuwingsslag terug in de examens Nederlands havo/vwo?

In 2024 gingen vwo-leerlingen bijvoorbeeld aan de slag met een set teksten over het lezen van (jeugd)literatuur en andere boeken. De set bevatte een ophefmakend artikel uit de Volkskrant uit 2021 en enkele kritische reacties op dat artikel. Na een reeks opgaven over de inhoud van het Volkskrant-artikel maakten leerlingen een reeks opgaven waarin de samenhang tussen het artikel en de reacties kritisch werd bevraagd. Welke tegenargumenten konden leerlingen tegen de gedachtegang in het Volkskrant-artikel inbrengen, gelet op de reacties? En ook de kritische reacties zelf werden bevraagd. Deden de reacties wel recht aan de inhoud van het Volkskrant-artikel, of gaven ze een vertekend beeld?

Deze bevragingslijn werd in 2025 voortgezet. Vwo-leerlingen kregen een tekstenset voorgelegd waarmee ze onderzoek moesten doen naar de maatschappelijke waarde van boosheid. En havoleerlingen lazen een artikel uit Trouw, een vers van Toon Hermans en een cartoon, om vervolgens begripsvragen te beantwoorden over soorten relaties en vriendschappen.

Hoe reageerden leraren en leerlingen op deze vernieuwingsslag?

De reacties op deze vernieuwingsslag zijn vanuit het onderwijsveld overwegend positief. In een enquête onder 372 docenten Nederlands over het vwo-examen Nederlands uit 2024 bleek dat 82% tevreden was over de uitbreiding van vraagtypen in het algemeen en 85% over de nieuwe soorten teksten en bronnen (zie de Terugblik 2024 voor meer details). De vakvereniging van docenten Nederlands (Levende Talen Nederlands, LTN) schreef in dat jaar over "een goede en verfrissende aanvulling van het examen" (zie de Handreiking examenbespreking vwo).

Opvallend is dat de geluiden vanuit leerlingen over het algemeen ook positief zijn, net als reacties vanuit de wetenschap. Zo sprak hoogleraar Marc van Oostendorp, voorheen scherp criticus van het examen, van een "grote sprong voorwaarts" en van "hulde". En de vakvernieuwingscommissie Nederlands, destijds bezig met de inrichting van het nieuwe examenprogramma voor het schoolvak Nederlands, verwees in 2025 expliciet naar dit examen als een voorbeeld voor de gewenste toekomstige taalexamens in het voortgezet onderwijs.

"De vakvereniging van docenten Nederlands vindt de vernieuwde vraagtypes een goede en verfrissende aanvulling van het examen."

Hoe reageerden de media op deze vernieuwingsslag?

Uit reacties in de landelijke media en op de sociale media bleek dat de nieuwe opzet van het examen buiten het onderwijsveld soms tot misverstanden leidde. De opname van het gebruikte ophefmakende artikel uit de Volkskrant in het centraal eindexamen Nederlands vwo 2024 leidde tot een woedende reactie van schrijver Kluun die werd overgenomen door NOS Nieuws. De examenmakers zouden er de visie mee uitdragen dat de boeken van Mel Wallis de Vries 'pulp' zouden zijn. Ook de manier van vragen werd niet door iedereen op prijs gesteld. Volgens sommige bijdragen op LinkedIn zou de negatief kritische benadering in de vraagstelling betekenen dat de examenmakers het zelf oneens zijn met de standpunten uit die tekst.

Wat vond het onderwijs van deze kritiek op het vwo-examen uit 2024?

In het onderwijsveld zorgde deze kritiek in de media voor verbazing. Zo schreef Marc van Oostendorp op Neerlandistiek (20 mei 2024): "Hoe kan een eindexamen een aanval zijn op wie dan ook? Het bestaat ieder jaar uit een aantal artikelen uit kranten en tijdschriften waarover de kandidaten vragen beantwoorden. Daarbij wordt de kandidaten nooit opgedragen om het eens of oneens te zijn met hetgeen er geboden is." Ook vwo-leerlingen zelf gaven een tegengeluid: "Wat een onzin!" Waarom? "Omdat het een tekst is waarin een mening wordt gegeven en daar vervolgens ook bronnen in staan van mensen die daar een andere mening over hebben. Ik vond dat die tekst wel ergens een punt had maar door die andere bronnen word je aan het denken gezet en kan je daar prima zelf een mening over vormen" (citaat overgenomen uit een reactie op Neerlandistiek).

En hoe zit de vernieuwingsslag in 2026 in de examens?

In het vwo-examen uit tijdvak 1 lezen leerlingen in de eerste tekst een recensie uit NRC van een boek van de filosoof Martha Nussbaum, waarin deze pleit voor het invoeren van dierenrechten. In een serie opgaven moeten leerlingen laten blijken de gedachtegang van Nussbaum te begrijpen, evenals de bezwaren van de recensent tegen die gedachtegang.

Daarna krijgen leerlingen drie andere fragmenten voorgelegd met visies op de mogelijke invoering van dierenrechten, zowel van voorstanders als van tegenstanders. Een serie opgaven bevraagt vervolgens de samenhang tussen de teksten in de set. Zien leerlingen de overeenkomsten en verschillen tussen deze teksten? Kunnen ze op basis van een fragment tegenargumenten tegen standpunten uit de hoofdtekst inbrengen? Zien ze dat weer een ander fragment een oplossing biedt voor een praktisch probleem dat in de hoofdtekst wordt gesignaleerd? Ook moeten ze een beredeneerd oordeel geven over de betrouwbaarheid van één van de bronnen. In de laatste twee vragen van dit eerste examendeel moeten leerlingen ten slotte laten blijken dat ze overzicht hebben van de argumenten voor en tegen het invoeren van dierenrechten. We zetten dus de lijn door om kritisch denken een plaats te geven.

"Doel van de teksten en opgaven is om te toetsen of leerlingen vanuit verschillende perspectieven kritisch kunnen nadenken over de kwaliteit van informatie."

Vinden jullie als examenverantwoordelijken zelf dat dierenrechten ingevoerd moeten worden?

Graag benadrukken we dat we vanuit Stichting Cito en College voor Toetsen en Examens (CvTE) met de tekstkeuze en de manier van bevragen op geen enkele manier zelf een standpunt innemen over de wenselijkheid van dierenrechten, noch over de kwaliteit van de argumentatie in de geselecteerde teksten. Doel van de teksten en opgaven is om te toetsen of leerlingen een complexe discussie zoals die over dierenrechten kritisch kunnen overzien. Kunnen ze een lijn aanbrengen in de argumentatie voor en tegen de invoering van dierenrechten? En kunnen ze vanuit verschillende perspectieven kritisch nadenken over de kwaliteit van informatie? Hebben ze bijvoorbeeld oog voor expertiseverschillen tussen schrijvers of mogelijke belangen van schrijvers, voor sturende woordkeuzes, eenzijdigheid in de weergave van argumenten, of voor de aanwezigheid van drogredenen? Dat zijn immers vaardigheden die toekomstige studenten in het wetenschappelijk onderwijs nog veel zullen moeten inzetten, en die ook in het dagelijks leven helpen om kritisch om te gaan met de grote hoeveelheden informatie van wisselende kwaliteit op het internet en andere media.

Hoe sluit deze vraagvernieuwing aan bij de aanstaande vernieuwing van het schoolvak Nederlands?

De geactualiseerde kerndoelen voor het schoolvak Nederlands leggen een grotere nadruk op diep begrip en kritisch denken, net als het concept-examenprogramma voor het schoolvak Nederlands. De vakvernieuwingscommissie Nederlands benadrukt dat leerlingen moeten leren om te "communiceren met oog voor de ander, oftewel oog hebben voor verschillende perspectieven", zodat ze leren "een kritische houding te ontwikkelen bij het lezen van, luisteren en kijken naar teksten. Dat doen ze door vanuit verschillende perspectieven een onderwerp te benaderen en het perspectief van de schrijver of spreker in teksten te herkennen" (SLO, 2025, p. 40). In veel opzichten lopen de examens Nederlands havo/vwo vooruit op de vernieuwingen die in het schoolvak Nederlands aanstaande zijn.

Dr. Jacqueline Evers-Vermeul is voorzitter van de Vaststellingscommissie Nederlands havo/vwo van het CvTE. Daarnaast werkt ze als universitair hoofddocent Taal, Communicatie & Educatie aan de Universiteit Utrecht.

Dr. Patrick Rooijackers werkt als leesonderzoeker bij Stichting Cito en is verantwoordelijk voor de constructie van de vwo-examens Nederlands. Daarnaast werkt hij als vakdidacticus Nederlands aan de Tilburg University.

← Terug naar Neerlandistiek op zolder