Negeer het Groene Boekje

Marc van Oostendorp

Dit artikel verscheen op 14 oktober 2005 in De Standaard.

Er zijn mensen die beweren dat de spelling van het woord paardebloem verandert nu er een nieuw Groene Boekje verschijnt, maar zij hebben ongelijk. Sinds jaar en dag heeft een speller ruwweg twee mogelijkheden: hij schrijft de tussen-n of hij schrijft hem niet. Ik schrijf paardebloem, want dat ben ik zo gewend en daarom voelt dat voor mij juist aan, maar als andere mensen paardenbloem willen schrijven, kunnen zij dat ook doen. Die mogelijkheden waren er voor de verandering, ze zijn er daarna nog steeds, en er is geen wet die daar iets aan kan veranderen.

In het Nederlandse taalgebied heerst een opmerkelijk respect voor de spellingvoorschriften. In Duitsland heeft na de spellingwijziging van 1998 inmiddels bijna iedere krant zijn eigen spellingsysteem: sommigen volgen de oude spelling, anderen de nieuwe, en weer anderen hebben een selectie gemaakt uit de spellingwijzigingen. Er zijn nog geen berichten gekomen van overspannen Duitse krantenlezers die horendol worden van al die verschillende schrijfwijzen; mensen kunnen best leven met wat variatie.

Spellingbraafheid is dus nergens voor nodig, en toch is ze bij ons de regel. Bijna niemand is het eens met de manier waarop de spellingwet functioneert, elke keer als er een spellingwijziging wordt doorgevoerd, stijgt er een luid gemor op, maar uiteindelijk volgt iedereen braaf alle malligheden die de werkgroep Spelling van de Nederlandse Taalunie voorschrijft. Feitelijk zijn alleen overheidsfunctionarissen en leraren en leerlingen in het onderwijs gebonden aan de nieuwe spelling, en is er alleen voor de leerlingen een sanctie op het niet volgen ervan -- een onvoldoende voor een dictee. Waarom gedraagt iedereen zich dan alsof de regering elke keer besluit dat we nu weer aan de andere kant van de weg moeten gaan rijden - links in plaats van rechts, nee, rechts in plaats van links?

Waaraan de werkgroep Spelling zoveel autoriteit ontleent, is bovendien onduidelijk. We weten zelfs niet welke criteria hij precies hanteert om tot zijn besluiten te komen. In plaats van 'bantoe' wil de commissie voortaan 'Bantoe' schrijven -- waarom? In plaats van 'Louis-Seizekabinet' ziet ze liever 'Louis Seizekabinet' -- waarom? Ze geeft de voorkeur aan 'eyeopener' boven 'eye opener' -- waarom? Er is niemand die het weet en voor zover de criteria expliciet worden gemaakt, lijken ze gebaseerd op idiosyncratische en arbitraire ideeŽn over 'logica'.

Waar de spellingnorm dan wel precies vandaan moet komen als het niet van dit soort logica is, daarover kan men discussiëren. Ik denk dat ze in ieder geval niet door de overheid hoeft te worden uitgevaardigd in de vorm van een spellingwet. De meeste ontwikkelde Vlamingen en Nederlanders raken lichtelijk in paniek als je ze zoiets voorstelt: er moeten toch vaste regels zijn? We moeten toch weten waar we aan toe zijn als we een e-mailtje schrijven, of in ieder geval een zakelijke brief? Opvallend is dat die roep om vastigheid en regels helemaal niet zo sterk is als het gaat over andere aspecten van het leven. Niemand verlangt naar een door de overheid uitgegeven boekje waarin precies wordt uitgelegd hoe men zijn stropdas dient te strikken, of welke woorden men precies moet gebruiken bij begroeting van een vreemde over de telefoon. Niemand denkt dat er chaos uitbreekt als we niet nauwkeurig met elkaar afspreken uit hoeveel woorden we een zin samenstellen of in welk lettertype een zakelijke brief moet worden gesteld ("Times volgens de afspraak van 1995, Helvetica volgens de wijziging van 2005").

Maar het belangrijkste argument tegen een officiŽle spelling is het succes van talen waarmee geen overheid zich bemoeit. Neem het Engels. Er bestaan weliswaar ook in Engeland allerlei werkgroepjes voor de spelling, maar deze worden over het algemeen beschouwd als onschuldige gezelschappen van excentriekelingen, niet als staatscommissies die de wet voorschrijven. De feitelijke ontwikkeling van de spelling van het Engels wordt overgelaten aan het toeval en de loop der dingen. Wie Engelstalige kranten en tijdschriften nauwkeurig naast elkaar legt, ontdekt dat er verschillende conventies worden gebruikt, ongeveer ter grootte van de tussen-n. Er is niemand die zich deswegen zorgen maakt over de nakende teloorgang van de Engelse taal.

Een gevolg van zo'n anarchistische situatie is dat er geen chaos uitbreekt, maar dat de Engelse spellingconventies juist veel conservatiever zijn dan bijvoorbeeld bij ons. Behalve in die kleine details verschillen Engelse spelwijzen nauwelijks van elkaar, en verandert de algemeen geaccepteerde norm ook nauwelijks. Niemand gaat op eigen houtje, op grond van eigenzinnige logica, geheel nieuwe spellingregels invoeren in zijn tijdschrift; men zou veel te bang zijn om door de lezer niet meer serieus genomen te worden. Juist doordat wij in een spellingwet hebben afgesproken allemaal te luisteren naar een commissie, geven we ons over aan de grillen van een klein groepje individuen. Wie een werkgroep instelt, kan erop wachten dat die werkgroep aan het werk gaat, en dingen wil veranderen. Het zou dan ook het beste zijn als er geen spellingcommissie zou zijn, of als de werkgroep Spelling zijn liefhebberijen zou uitleven in de vrije tijd, en met de eigen middelen; als het Groene Boekje zijn officiële status zou worden ontnomen, en het verschijnen van weer een heel nieuwe versie van dat geschrift in 2015 begroet zou worden door een massaal schouderophalen: ach ja, daar heb je hen óók weer met hun nieuwe ideeŽn over een nog betere plaatsing van de tussen-n. Om dat te bereiken kunnen we de officiële weg bewandelen, en ervoor pleiten dat de spellingverdragen van de Nederlandse Taalunie moeten worden ontbonden. Maar daarnaast kunnen we ook van onderop werken aan de ondermijning van het systeem, namelijk door ons niets meer aan te trekken van de voorschriften die van hogerhand komen en het Groene Boekje te negeren. Paardebloem of paardenbloem? Dat maken we zelf wel uit.