Het hun-gevoel

Marc van Oostendorp

(Dit artikel verscheen in re.Public, juni 2008

Hoe langer Nederland in de EK blijft voetballen, des te slechter het is voor het woordje zij. Dat beweert in ieder geval de Nijmeegse taalwetenschapper Roeland van Hout. Het woordje hun is bezig met een bijna onstuitbare opmars in zinnetjes als 'hun winnen' in plaats van 'zij winnen'. Volgens Van Hout zouden voetballers weleens een belangrijke bron van die populariteit kunnen zijn. Als zij geïnterviewd worden, worden ze vaak uitgenodigd om de eigen kwaliteiten te vergelijken met die van de tegenstander. En dan worden wij< en hun vaak met elkaar vergeleken. Wij waren de sterkste, maar hun hadden de scheidsrechter mee. Precies in dat soort contrasterend taalgebruik komt hun vaak voor.

Het hun-zeggen sloop er in de afgelopen decennia al een beetje in, maar de laatste jaren grijpt het ineens om zich heen. In officiële stukken zul je het nog niet vinden, maar op internet wordt het al naar hartelust geschreven. Uit onderzoek komt naar voren dat vooral ook mannen het woordje 'hun' op deze manier zijn gaan gebruiken. Dat is bijzonder, omdat voor zover bekend meestal vrouwen voorop lopen bij veranderingen in de taal. De speciale rol van de voetballers verklaart misschien in dit geval de relatieve gevoeligheid van de mannen.

Toch moet er ook meer zijn. Hun staat in een Nederlandse traditie. Eeuwen geleden had onze taal naamvallen, zoals het Duits die nog steeds heeft. Inmiddels zijn die bijna helemaal weg. Alleen in de voornaamwoorden is het verschil tussen ik en mij, hij en hem en zij en hen of hun blijven bestaan. Maar ook daar zal het ooit verdwenen zijn. In sommige dialecten zegt men bijvoorbeeld ook al ons in plaats van wij (ons kent ons). En tot in de negentiende eeuw vonden sommige mensen het nog volkomen afkeurenswaardig om 'u heeft gelijk' te zeggen. Dat moest 'gij hebt gelijk' zijn, en u mocht je alleen gebruiken in een zin als 'ik geef u gelijk'.

Het kan nog eeuwen duren voor we zeggen 'me heb dat gedaan' of 'hem heb gelijk', maar de woorden vallen als dominosteentjes om. En als het niet vanzelf gebeurt, komt er wel een voetballer voorbij om er een paar om te trappen.