8.11.08

Barack Obama. The Audacity of Hope. Edinburgh (etc.): Canongate, 2007 (2006).

Barack Obama. The Audacity of Hope Aan het eind van The Audacity of Hope beschrijft Obama zijn eerste persconferentie als senator:

It was my first day in the building; I had not taken a single vote, had not introduced a single bill — indeed I had not even sat down at my desk when a very earnest reporter raised his hand and asked, "Senator Obama, what is your place in history?"

Even some of the other reporters had to laugh.

Het is een kenmerkende anekdote, niet alleen vanwege de lichte zelfspot, en vanwege de persoonlijke toon, maar omdat uit The Audacity of Hope vooral blijkt dat Obama toch stiekem ook wel erg bezig is met zijn plaats in de geschiedenis. Ieder onderwerp dat hij aansnijdt — de verzuring van de strijd tussen Republikeinen en Democraten, de verhouding tussen de 'rassen', het buitenlands beleid van de VS — wordt eerst en vooral in een historisch kader geplaatst. Hier is iemand aan het woord die heel erg beseft dat het nu een stapje is in de geschiedenis.

Die combinatie met het persoonlijke geeft Obama's eigen toon. Hij beschrijft hoe hij een wet door de Senaat heeft gehaald en daar heel trots over is. Hij belt zijn vrouw Michelle om uit te leggen hoe belangrijk die wet is en zij zegt: 'We hebben mieren! Neem jij onderweg naar huis wat lokdoosjes mee?'

Het boek is zo goed geschreven dat je af en toe een beetje wantrouwig wordt; maar aan de andere kant, waarom zou een politicus ook niet goed kunnen schrijven? Obama kan in ieder geval denken en spreken, en schrijven doet hij kennelijk graag. Al wijst alles erop dat er de komende jaren geen nieuwe titels meer van hem verschijnen — ik verheug me nu al op het vervolg van over tien jaar.

Labels: , ,

3.10.08

Peter Middendorp. Lange poten. Een jaar lang vreemdeling in Den Haag. Amsterdam: Prometheus, 2008.

Peter Middendorp. Lange Poten Zes jaar geleden las ik de eerste roman van Peter Middendorp, en ik bedacht dat hij misschien beter non-fictie kon schrijven. En zie eens, dat doet hij inmiddels. Op het Binnenhof schijnt hij inmiddels een bekende en zelfs enigszins beruchte figuur te zijn — een schrijver die weigert zich aan de code te houden.

Iedereen moet er kennelijk een beetje aan wennen: de voorlichters, de voorzitter van Nieuwspoort en wie al niet, dat er nu rond hun werkplek — Middendorp woont op de Poten — iemand rondloopt die alles opschrijft wat hij hoort en ziet. Het maakt niet uit of het enorm geheim is, het maakt niet uit of het Middendorp zelf in een wat bedenkelijk daglicht stelt. Hij schrijft het op, en nog steeds in een prettige stijl. Dit is een kenmerkend stukje voor ongeveer al die aspecten, behalve de zelfspot:

Laatst presenteerde Ruud Lubbers een boekje. Iets over dat hij weet hoe het verder moet met de samenleving. Lubbers ws gevraagd bij de gelegenheid te spreken. Dat hoefde je hem overigens geen twee keer te vragen. Man, wat kan die man lang praten. (...) Bij binnenkomst gaf Lubbers de eerste dame die hij tegenkwam opdracht zijn wagen te parkeren. Hij stond ergens op de stoep. Die met de sleutels er nog in.

Ik als lezer moet er ook wel een beetje aan wennen. Middendorp schreef deze stukjes oorspronkelijk voor de gratis krant De Pers. Zoekt hij niet af en toe gewoon naar sensatie? Hij is bijvoorbeeld de bron van het gerucht dat twee PvdA-Kamerleden in een al te innige omhelzing waren aangetroffen in de fractiekamer van het CDA. Maar hij noemde hun namen niet, en stelt ook weer die hang naar sensatie ter discussie. Dit maakt dit boek, al bestaat het ook alleen maar uit stukjes, en ook al gebeurde er het afgelopen jaar maar weinig op het Binnenhof, uiteindelijk tot een behoorlijk ingewikkeld boek, waarover je veel kunt nadenken.

Labels: , ,

28.5.07

Garry Kasparov. How life imitates chess. London: William Heinemann, 2007.

Zijn schakers bijzonder intelligent? Als schaken een denksport is, zou de beste schaker dus ook het best moeten denken. Toch blijken de meeste schakers, ook de allerbesten, helemaal niet zo geschikt voor het leven buiten de vierenzestig velden.

Is Garry Kasparov, volgens de voorkant van het boek 'the most succesful chess player of all time' een uitzondering? Twee jaar geleden gaf hij het schaken eraan om politicus te worden, om Rusland te redden van de 'tyrannie' waarin volgens hem Poetin en de zijnen het land dreigen te storten. Toen kondigde hij dit boek al aan, en hij is ook regelmatig in het nieuws als een van de sleutelfiguren van de oppositie; al is het maar omdat hij af en toe wordt vastgehouden door Poetins politie.

How life imitates chess is een vreemd boek, dat niet weet wat het wil zijn: een autobiografie van Kasparov, een handleiding voor managers (Kasparov heeft regelmatig trainingen gegeven voor managers over hoe schaakstrategiën in het bedrijfsleven zouden kunnen worden geïplementeerd), een boek over schaken, een overzicht van de belangrijkste schakers van de afgelopen honderdvijftig jaar, of een politiek boek. Het is een klein beetje van dat alles, en dat is af en toe verwarrend. Wat wil die Kasparov nu eigenlijk? In het begin vond ik het heel inspirerend, zo'n slim iemand met zo'n gepassioneerd pleidooi om altijd te blijven vechten. Gaandeweg begon ik het een beetje te wantrouwen: wat weet zo'n Kasparov nou eigenlijk van het bedrijfsleven waarover hij soms bladzijden lang praat? En wat is eigenlijk zijn politieke agenda, behalve dat hij Poetin van zijn troon wil stoten? Wil hij daarna soms zelf op die troon gaan zitten?

Maar uiteindelijk maakt het geheel, misschien juist vanwege die rommeligheid, wel een oprechte indruk. Kasparov heeft misschien geen grootse politieke visie, maar hij ziet wel een reëel gevaar, en hij wil zich ervoor inzetten dat gevaar af te wenden. Bovendien meent hij oprecht dat hij uit zijn schaakervaringen iets heeft geleerd over strategie en tactiek, over innovatie en intuïtie, over creativiteit en consolidatie, en vooral, over het leven. Hij is vast geen gemakkelijke man, en vast geen vriendelijke man. Maar hij is oprecht, en hij verdient, vermoedelijk, steun — misschien niet als een toekomstig leider, maar in ieder geval als een belangrijke pilaar onder de huidige oppositie.

Labels: , , , , ,

29.6.02

Henk te Velde. Stijlen van leiderschap. Persoon en politiek van Thorbecke tot Den Uyl. Amsterdam: Wereldbibliotheek, 2002.

{P} Henk te Velde. Stijlen van leiderschap. Persoon en politiek van Thorbecke tot Den Uyl. Amsterdam: Wereldbibliotheek, 2002. Te Velde kan aardig schrijven en dit boek is ook best leerzaam. Er worden allerlei dingen op een rijtje gezet die ik wel ongeveer wist, maar niet precies. Vooral over Kuyper en Colijn wist ik niet veel meer dan wat hun namen waren. Aan de andere kant zijn politici in Nederland nou kennelijk nooit écht meeslepende figuren geweest. De twee genoemde antirevolutionaire minister-presidenten waren kennelijk nog het spectaculairst. Over Colijn:
Colijns reputatie was echter juist ongewoon en daartoe gaf zijn verdere biografie ook alle aanleiding. Hij werd beroepsmilitair, werkte in Indië, werd directeur van een oliemaatschappij, speelde een belangrijke rol op internationale conferenties. In de hoogste regionen van de Nederlandse politiek kwam niemand in de buurt van deze ervaring.
. Tsja, dat zegt misschien meer over die hoogste regionen dan over Colijn.

Iets anders is dat een boek als dit toch ook wel weer laat voelen wat er voor mij mis is aan de geschiedsschrijving: het zijn heel aardige verhalen, maar ze leiden nauwelijks tot een algemene conclusie. Er valt eigenlijk maar weinig te leren, uit de geschiedenis.

Labels: , ,

18.5.02

{P} Kees Slager. Het geheim van Oss. Een geschiedenis van de SP. Amsterdam/Antwerpen: Atlas, 2002. 480 pagina’s over de geschiedenis van een plaatselijke politieke partij in een gemeente waar ik maar een paar keer in mijn leven geweest ben! En ik heb ze binnen twee dagen allemaal uitgelezen! (En dan nooit echt in de stad.) Maar de partij heeft natuurlijk mijn speciale belangstelling, de Osse afdeling lag duidelijk aan de basis van het succes ervan, en het boek is verbazingwekkend soepel en interessant geschreven: met precies voldoende balans voor beschrijving van de organisatie, voor persoonlijke details, voor ideologie en wat er nog meer bij komt kijken. Het meeste indruk maakte op mij de enorme werklust en inzet. Daar houd ik van, dat inspireerde me. Ik heb dan wel even spijt dat ik niet ook zo direct sociaal bezig ben, maar dat weet ik toch wel weer succesvol te verdringen.

Labels: , ,