Multatuli. Duizend en eenige hoofdstukken over specialiteiten. Gutenberg Project, 2004 (1871). http://www.gutenberg.org/etext/10664

Multatuli, zonder veel competitie de belangrijkste Nederlandstalige schrijver van de negentiende eeuw, kon enorm zeuren. Sommige gedeelten vooral aan het begin van de Specialiteiten zijn behoorlijk langdradig, als hij maar eindeloos blijft herhalen dat echte specialisten, mensen die echt iets weten van binnen en van buiten, natuurlijk nooit in de Tweede Kamer willen, en de mensen die dat wel willen daarmee dus eigenlijk al een brevet van onvermogen geven, en we ook eigenlijk helemaal geen specialisten willen hebben in de Kamer, en ga zo maar door.
Af en toe maakt hij uitstapjes om over allerlei mensen die niet in de Kamer zitten te foeteren, zoals bijvoorbeeld over de taalgeleerden De Vries en Te Winkel die indertijd enkele spellingvereenvoudigingen voorstelden (om bijvoorbeeld geen zoo meer te schrijven, of om schildwacht voortaan als een vrouwelijk woord voor te stellen. Niet dat Multatuli het met die spellingwijzigingen oneens was, maar hij verweet die brave De Vries en Te Winkel als ik het goed begrijp dat ze hun voorstellen zo omzichtig en voorzichtig deden.
Maar gaandeweg komt Multatuli op dreef en verlaat hij de prietpraat om een steeds vlammender en romantischer betoog op te zetten tegen de prietpraat; een wereldbeeld waarin je je niet angstig moet verschuilen achter het kleine vakje van de maatschappij waar jij je zogenaamd op hebt toegelegd en waar niemand je echt kan bekritiseren omdat niemand er zoveel van afweet als jij, maar waarin 'de roeping van de mens [is] mens te zijn', een volledig, naar alle kanten ontwikkeld, volwassen mens, die ergens durft te staan en ook de specialisten durft te beoordelen, in ieder geval waar het gaat om zaken van algemeen belang.
Die moed om een volwaardig mens te durven zijn, was natuurlijk een van Multatuli's grote thema's -- de moed om niemand te volgen, maar op jezelf te durven staan (waarbij het dan weer wel nodig was om Multatuli zelf goed te volgen en te bestuderen, want het wemelt van de verwijzingen naar eigen werk, die je eigenlijk allemaal zou moeten opzoeken).
Onwillekeurig vroeg ik me af in hoeverre Multatuli's onvrede over de Nederlandse samenleving iets kan zeggen over het moderne ongenoegen van veel meer mensen over de samenleving. Er zijn wel overeenkomsten. Ook nu wordt er wel veel gemopperd over de 'elite' die de dienst uitmaakt op basis van een masterdiploma, het moderne brevet van specialiteitendom. En jezelf durven staan staat ook al hoog in het vaandel. Helaas ontbreken er dan wel bij al die mopperaars en zelfverwerkelekers (en ook bij mij en iedereen) twee dingen die Multatuli wel had. Allereerst de originaliteit om dan ook werkelijk een persoon te zijn met oorspronkelijke eigen meningen, hoe irritant die soms ook zijn. En in de tweede plaats een steeds weer verbazingwekkende schrijfstijl.
Labels: e-book, essays, Nederlands


Hoe serieus kun je iemand nemen die in vale lompen gehuld pleit voor smaakvoller kleedgewoonten? "De paradox van de stijl", schrijft Connie Palmen in een van de lelijkere passages van haar 'essay' Het geluk van de eenzaamheid, "kenmerkt zich door dezelfde dubbelzinnigheid die ten grondslag ligt aan wat ik als het persoonlijke bestempel: wat markant en eigen is aan onszelf is deels het resultaat van het onzichtbare werk van onpersoonlijke ficties."
"God maakte de twee grote lichten," zegt de bijbel, "het grootste om over de dag te heersen, het kleinere om over de nacht te heersen, en ook de sterren." De Leidse sterrenkundige Vincent Icke beweerde in Mare dan weer iets heel anders: "Vroeger dachten mensen dat de zon bijzonder was," sprak hij, "maar dat is niet zo; er zijn miljarden sterrenstelsels met elk miljarden sterren, en daar zitten er een hoop bij die op onze zon lijken."
Hoe komt het dat vrouwen tot het begin van de twintigste eeuw nauwelijks grote literatuur schreven? Doordat ze geen eigen kamer hadden en onvoldoende eigen financiële middelen. Dat is de bijna marxistische slogan die Virginia Woolf in dit beroemde essay een aantal keer naar voren brengt. Maar wie doorleest, merkt dat de analyse veel complexer is.
Hoe kan het dat mensen - en vooral intellectuelen - de eenvoudige werkelijkheid niet zien hoe duidelijk die niet is? Hoe kan het bijvoorbeeld dat Europese communisten in de jaren veertig niet inzagen dat Rusland alleen nooit van Nazi-Duitsland had kunnen winnen? Dat is een vraag die George Orwell, van wie in dit boekje enkele essays verzameld zijn, zijn levenlang lijkt te hebben beziggehouden.