18.1.10

Frans Kafka. Brief an den Vater. DigBib.org, ? (1952).

Frans Kafka. Brief an den Vater. Volgens de Duitse Wikipedia-pagina over dit boek, is Kafkas Brief an den Vater 'ein bevorzugter Text für psychoanalytische und biographische Studien über Kafka'. Dat nu lijkt me onzin. Althans, ik geloof wel dat het er mensen zijn die uit deze tekst allerlei raadselen over Kafkas romans en verhalen willen ophelderen, maar die mensen hebben het dan volgens mij bij het verkeerde eind.

Op het eerste gezicht denk je: wat een huilebalk. Want zo stelt de jonge Kafka zich wel een beetje voor: de man van 36 die zich nog steeds niet aan het spookbeeld van zijn vader heeft ontworsteld, die geobsedeerd is door die vader, die een brief schrijft die hij die vader niet eens durft te laten zien, waarin hij zich ook nog eens de mantel laat uitvegen door die eigen vader, want hij zit maar te denken wat die vader eigenlijk zal zeggen, en vinden, en hoe waar dat is, maar ook hoe hard. Een zoon die zijn eigen spookvader maakt en daar dan bang voor is.

Maar dan besef je ineens dat dit wel degelijk iets te maken heeft met die romans en die verhalen. Ook over Het Proces vond ik, toen ik het een aantal jaar geleden las: ' als Jozef K. niet zou meedoen, zou niemand hem een strobreed in de weg leggen (...) Het is Jozefs eigen schuldgevoel dat hem uiteindelijk in het mes van de 'rechtbank' laat lopen.'

Toch lijkt het me onzin om Het Proces te verklaren uit deze Brief. Dat suggereert teveel dat de laatste waarder is dan de eerster, op de een of andere manier meer zegt over de echte Kafka dan de eerste. Terwijl deze brief ook eigenlijk vooral verzonnen is: die vader, die is bijna net zo'n bedacht personage als de rechters in Het Proces
— Kafka voert hem immers zelfs sprekend op, met woorden die hij nooit gezegd kan hebben, omdat ze immers een reactie zijn op een brief die de echte vader nooit ontving. Dit is een ontroerend ego-document, jazeker, maar toch vooral omdat Kafka iemand was die kennelijk altijd en overal zijn eigen rechtbank ontwierp die hem dan vervolgens ter dood veroordeelde. Wat een man.

Labels: , , , ,

19.12.09

Anne Frank. Het Achterhuis. Amsterdam: Contact, 1947.

Dagboek van Anne Frank

Anne Frank is waarschijnlijk wereldwijd de beroemdste Nederlandse schrijfster van de twintigste eeuw en wie weet is dat ook wel terecht. Want zelfs als je afziet van het vreselijke lot dat haar trof, en het schrille contrast dat dit lot vormt met de hoop die ze blijkens haar dagboek tot het eind bleef koesteren, zelfs dan is haar dagboek verpletterend mooi, omdat een meisje je zo nabijkomt door alles over zichzelf te weten en dat in heldere en sprankelende zinnen op te schrijven. Ze zeurt nooit, ze is nooit overdreven vaag of onduidelijk, ze kan heel goed kijken en ze weet hoe ze moet beschrijven wat ze ziet. Meestal lezen Nederlanders het dagboek terwijl ze zelf kind zijn; maar een normaal kind kan niet zien hoe bijzonder Anne was.

Je kunt dat lot natuurlijk niet vergeten. Het onbegrijpelijke van het antisemitisme van de nazis, die drang om een groep mensen dood te drukken, wordt voelbaar in dit meisje dat zo duidelijk niemand kwaad deed. De honger, de eenzaamheid, het gepieker over de haat, zelfs dat ze die dingen in de onderduik moest meemaken snijdt al diep door je ziel, evenals het verwijt dat ze zichzelf af en toe maakt omdat ze het zoveel beter had dan anderen.

Die twee dingen versterken elkaar onwillekeurig. Natuurlijk heeft iemand met een groot talent niet meer recht op leven dan een ander. Maar de gedachte dat al dat streven naar zelfverbetering, al dat studeren, al dat enorme talent, alles wat ze had kunnen betekenen voor de samenleving, uiteindelijk zomaar vertrapt werd, werpt uiteindelijk een grote schaduw over het geheel. "Dat is voor mij het ontroerende van dit dagboek," schrijft Annie Romein-Verschoor in haar inleiding. "Zoals die kleine dappere geranium daar heeft staan bloeien en bloeien achter de geblindeerde ramen van het achterhuis."

Het Achterhuis is als pdf te downloaden van de website van de dbnl.

Labels: , , , ,

14.8.09

Philip Roth. Patrimony. New York: Library of America, 2008 (1991).

Philip Roth. Novels and other narratives 1986-1991 De vader van Philip Roth is dood. Op 86-jarige leeftijd is hij gestorven aan de gevolgen van een hersentumor. Dat is weliswaar al ongeveer twintig jaar geleden gebeurd, maar ik heb het nieuws pas nu tot me door laten dringen, doordat ik Roths roman over de laatste maanden van zijn vader las, Patrimony. A true story.

Een waargebeurd verhaal als ondertitel, dat geeft bij deze schrijver altijd te denken, ja, dat roept op tot wantrouwen. Roth heeft meer boeken geschreven die zogenaamd waargebeurd zijn en zelfs over Philip Roth gaan, maar tegelijkertijd onmiskenbaar versonnen zijn (Operation Shylock bijvoorbeeld). Maar dan verbaast de schrijver je toch weer — door nu ineens volkomen oprecht te lijken te zijn.

Dat wil niet zeggen dat hij niet zelfs in dit boek speelt met de grenzen tussen fantasie en werkelijkheid. Wanneer Philip naar zijn vader rijdt om die het slechte nieuws te brengen van de tumor, rijdt hij in gedachten per ongeluk verkeerd, en komt uit bij de begraafplaats waar zijn moeder zeven jaar eerder begraven is. Dat is te mooi om waar te zijn, en daar denkt de schrijver in het boek ook over na; maar het is ook te mooi om te zijn verzonnen.

Nog een voorbeeld: in het boek komt ook een vriend van Roths vader voor, een holocaust-overlever die door Philip aan een uitgever moet worden geholpen. Op een etentje geeft die vriend een paar proefbladzijden te lezen: ze blijken te bestaan uit pornografie van de slechtste soort, eindeloze opsommingen van welke vrouwen de hoofdpersoon hoe allemaal tijdens zijn onderduikperiode in Berlijn heeft bezeten.

Maar vooral is het een liefdevol portret van de vader, de man die het als verzekeringsagent bij een half-antisemitisch bedrijf in het Amerika van de jaren dertig en veertig gemaakt heeft door te werken en nog eens te werken, een man die nu dwars en opstandig en onredelijk en vuil is, maar vooral wil leven. Een man die worstelt met zijn geloof en zijn gevoelens voor zijn kinderen, die onredelijk is tegen de vriendin die hij na de dood van zijn vrouw gekregen heeft, maar die uiteindelijk en daardoor een mens is zoals u en ik.

Ik heb Patrimony gedeeltelijk gelezen op de fiets, als een illegaal gedownloaded luisterboek, waarin het verhaal prachtig wordt voorgedragen door een Amerikaanse acteur die vader Roth ook nog eens een heel mooie stem weet te geven. Doordat het die acteur is die het leest, de acteur die zichzelf Philip Roth noemt, komt er toch ineens weer een laag van fictie over de autobiografie. Het houdt nooit op in de wereld van Roth.

Labels: , , ,

30.11.08

Michel Houellebecq & Bernard-Henri L�vi. Ennemis publics. Paris: Flammarion & Grasset, 2008.

Michel Houellebecq & Bernard-Henri Lévi. Ennemis publics Stel je voor dat Harry Mulisch en Gerard Reve in hun hoogtijdagen brieven aan elkaar waren gaan schrijven — twee op het oog volkomen verschillende persoonlijkheden die elkaar serieus bleken te nemen en het goed met elkaar konden vinden.

Zoiets is er gebeurd in Frankrijk, waar de linkse, idealistische, mediagenieke filosoof Bernard-Henri L�vy en de cynische, verlegen, opstandige, islamofobe romanschrijver Michel Houellebecq de eerste maanden van dit jaar met elkaar gecorrespondeerd hebben. Het is een prachtige correspondentie geworden, dat vooral gaat over de wonderlijke mengeling van het persoonlijke en het openbare in het leven van de schrijver aan het begin van de eenentwintigste eeuw. De schrijvers (nou ja, vooral Houellebecq) klagen over de manier waarop de media liegen over hun priv�-leven, ze doen onderwijl allerlei confessies waarvan ze melden die nog nooit aan iemand anders te hebben gedaan. Houellebecq moet bovendien midden tijdens de correspondentie meemaken dat zijn eigen moeder een boek publiceert om hem zwart te maken. Hij reageert eigenlijk vooral boos en gewond op de idee hoe fijn journalisten dat gesmijt met modder zullen vinden.

Ondertussen leren de mannen elkaar beter kennen, en leert de lezer hen beiden ook beter kennen en waarderen (van Houellebecq heb ik alle romans gelezen, van L�vy verschillende reportages in boekvorm, over Sartre, over Daniel Pearl). Althans, Houellebecq schrijft ergens

nous sommes dans des zones si difficiles, que j'ai l'impression de forer un tunnel, plong� dans l'obscurit�, et de vous entendre forer de votre c�t�, � quelques m�tres

Een mooi boek, over hoe twee mannen proberen boven hun publieke imago uit te stijgen, door helemaal niet de vijanden zijn die dat imago zou vereisen, maar twee mensen die het allemaal ook niet zo goed weten, maar in ieder geval worden samengebonden door hun liefde voor boeken en voor Baudelaire.

Labels: , ,

13.10.07

Michael Gil. How Starbucks Saved My Life . London: Harper Collins, 2007.

Michael Gil is een zoon van een journalist bij de New Yorker en gemaakt voor het succes. Hij heeft dan ook een mooie loopbaan in de reclame, tot hij ineens op straat wordt gezet: te oud voor het vak, en te weinig omhooggeklommen in de loop der jaren. Dan wil zijn vrouw hem niet meer, omdat hij een buitenechtelijke verhouding heeft en een kind, maar zijn vriendin wil hem ook niet meer. Hij glijdt langzaam naar beneden, tot hij op een dag een Starbucks binnenloopt, waar hem een baan wordt aangeboden in een koffietentje in het noorden van Manhattan.

Een nieuwe wereld gaat voor hem open, Michael Gil kan niet ophouden te jubelen over hoe geweldig Starbucks is, hoe goed men er voor zijn medewerkers zorgt, hoe aardig de medewerkers zijn tegen elkaar, en tegen de klanten, hoe aardig de klanten zijn tegen de medewerkers, hoe fijn het is om de vloer te schrobben, en hoeveel hij en iedereen van koffie houdt. Hij schrijft zelfs gedichten voor zijn klanten: Your wonderful smile / When you walk in the door / Helps to make / Our spirits soar. / You make sure to ask / Just how we are / When we see you at the register / Or at the bar. (enz.) Ook dat soort gedichten schijnt iedereen prachtig te vinden.

Er zijn twee problemen met dit boek: die jubeltoon, en het gebrek aan enig journalistiek verlangen bij de auteur. Zelfs als hij zo ongecontroleerd had willen jubelen, was het bijvoorbeeld aardig geweest om wat achtergrondinformatie te geven, om bijvoorbeeld de ongetwijfeld boeiende levensverhalen van zijn mede-'Partners' iets meer te achterhalen en te belichten. Allemaal gemiste kansen; een slecht boek.

Labels: , ,

28.5.07

Garry Kasparov. How life imitates chess. London: William Heinemann, 2007.

Zijn schakers bijzonder intelligent? Als schaken een denksport is, zou de beste schaker dus ook het best moeten denken. Toch blijken de meeste schakers, ook de allerbesten, helemaal niet zo geschikt voor het leven buiten de vierenzestig velden.

Is Garry Kasparov, volgens de voorkant van het boek 'the most succesful chess player of all time' een uitzondering? Twee jaar geleden gaf hij het schaken eraan om politicus te worden, om Rusland te redden van de 'tyrannie' waarin volgens hem Poetin en de zijnen het land dreigen te storten. Toen kondigde hij dit boek al aan, en hij is ook regelmatig in het nieuws als een van de sleutelfiguren van de oppositie; al is het maar omdat hij af en toe wordt vastgehouden door Poetins politie.

How life imitates chess is een vreemd boek, dat niet weet wat het wil zijn: een autobiografie van Kasparov, een handleiding voor managers (Kasparov heeft regelmatig trainingen gegeven voor managers over hoe schaakstrategiën in het bedrijfsleven zouden kunnen worden geïplementeerd), een boek over schaken, een overzicht van de belangrijkste schakers van de afgelopen honderdvijftig jaar, of een politiek boek. Het is een klein beetje van dat alles, en dat is af en toe verwarrend. Wat wil die Kasparov nu eigenlijk? In het begin vond ik het heel inspirerend, zo'n slim iemand met zo'n gepassioneerd pleidooi om altijd te blijven vechten. Gaandeweg begon ik het een beetje te wantrouwen: wat weet zo'n Kasparov nou eigenlijk van het bedrijfsleven waarover hij soms bladzijden lang praat? En wat is eigenlijk zijn politieke agenda, behalve dat hij Poetin van zijn troon wil stoten? Wil hij daarna soms zelf op die troon gaan zitten?

Maar uiteindelijk maakt het geheel, misschien juist vanwege die rommeligheid, wel een oprechte indruk. Kasparov heeft misschien geen grootse politieke visie, maar hij ziet wel een reëel gevaar, en hij wil zich ervoor inzetten dat gevaar af te wenden. Bovendien meent hij oprecht dat hij uit zijn schaakervaringen iets heeft geleerd over strategie en tactiek, over innovatie en intuïtie, over creativiteit en consolidatie, en vooral, over het leven. Hij is vast geen gemakkelijke man, en vast geen vriendelijke man. Maar hij is oprecht, en hij verdient, vermoedelijk, steun — misschien niet als een toekomstig leider, maar in ieder geval als een belangrijke pilaar onder de huidige oppositie.

Labels: , , , , ,

22.4.07

Leo Vroman. Misschien tot morgen. Dagboek 2003-2006. Amsterdam: Querido, 2006.

Op de omslag van dit dikke dagboek staat een foto die Leo Vroman, geboren in 1915 en dus ruim vijftig jaar ouder dan ik, onlangs van zichzelf gemaakt heeft: zijn hoofd, zijn naakte borstkas, zijn hand die een digitale camera vasthoudt. Die foto is de kortst mogelijke samenvatting van dit dagboek, dat vooral aantrekkelijk is omdat de auteur zo'n sympathieke en zo'n inspirerende man is, iemand die zichzelf is en tegelijkertijd nieuwsgierig genoeg naar de buitenwereld om zich ook nieuwe technieken eigen te willen kunnen maken.

Ik heb er maanden over gedaan om dit boek te lezen: af en toe een stukje.

Daar zitten heel mooie stukjes bij; een brief bijvoorbeld, die Vroman op 18 mei 2005 (ik las toen Stars en bars van William Boyd) schreef aan de mensen van 2160, op verzoek van de redactie van Dietsche Warande en Belfort:

Beste Mensen van 2160,
Het spijt me dat ik jullie taal niet spreek maar alleen een paar dode talen. En we zijn natuurlijk ver bij jullie beschaving achter, al zijn er nog maar zo weinig gezonden over. Merk ook dat we nog steeds geen bewust entanglement (E2) gebruiken in ons schrijven.
[...] Jammer dat E2 over 53 jaar tot het uitroeien van zoveel onschuldigen en van de dichtkunst heeft moeten leiden. Wel ben ik blij dat jullie de Flnbrky hebben uitgevonden.
[...]

Niet alles is zo interessant natuurlijk, er staat ook wel heel veel dagelijks leven in deze 696 pagina's — en vooral ook wel veel dromen, die ik om de een of andere reden nooit lezen kan.

Maar al met al is Leo Vroman een man zoals iedereen wil zijn, denk ik: liefdevol en precies, dichterlijk en wetenschappelijk, origineel en medemenselijk. De lezer kan honderden pagina's genieten van het feit dat zo iemand bestaat.

Labels: , , ,

1.3.07

Kurt Vonnegut. A Man Without A Country. New York: Random House, 2007 (2005).

Van Kurt Vonnegut heb ik nooit wat gelezen, maar afgelopen zomer heb ik eens urenlang met een Griekse vriendin in Amsterdam naar dit boekje gezocht, dus toen ik het deze week in New York in een boekwinkel zag liggen, kon ik er niet aan voorbij lopen.

En wat een elegant boekje is het! Heel vrolijk is de strekking niet — de schrijver legt in iets meer dan honderd bladzijden uit waarom de aarde gedoemd is kapot te gaan, vooral vanwege onze verslaving aan olie en alle natuurrampen die dat voor ons gaat opleveren — maar er is ook tijd voor mijmeringen over vrouwen en muziek: "If I should ever die, God forbid, let this be my epitaph: The Only Proof He Needed For The Existence of God was Music"

Vooral voor zo'n bijzin zou een andere schrijver een moord doen. Vonnegut schudt ze op zijn oude dag uit zijn mouw. Van zo'n schrijver ga ik nog wel meer lezen.

Labels: , ,

1.1.07

Kluun. Komt een vrouw bij de dokter. Amsterdam: Podium, 2006 (2003).

Een nogal platte man die weinig van zichzelf begrijpt en ook weinig van zichzelf wil begrijpen, die zich in geestelijke nood uiteindelijk liever wendt tot een medium in een rijtjeshuis in Buitenveldert, die zich een boek lang uitdrukt in een idioom dat verraadt dat het vinden van een pakkende zin wel het laatste is waar hij zich mee bezig wil houden; een man die zijn voedsel betrekt van Albert Heijn en zijn pakken van Joop!, die met zijn collega's naar Miami gaat om daar met een Amerikaanse in bed te belanden, en met zijn vriendin naar een Club Med in Zuid-Frankrijk om daar over hun relatie te praten; zo'n man vertelt in dit boek over de dood van zijn vrouw, aan kanker. De schrijver doet er alles aan om te suggereren dat er weinig verschil is tussen de Stijn die hij beschrijft en de Kluun die hij heet te zijn. Zijn hele verhaal is in dezelfde rommelige en oppervlakkige stijl geschreven; en hij is marketingman genoeg geweest om van zijn boek een grote bestseller te maken.

Dat boek wilde ik ook weleens lezen. Als het niet zo'n waanzinnig succes geweest en als het me ook niet was aangeraden door iemand op wiens oordeel ik vertrouw had ik het waarschijnlijk na twintig bladzijden weggelegd: waarom zou ik me bezighouden met de gedachtewereld van iemand zonder gedachten en zonder wereld? Je gaat toch geen boek lezen van iemand alleen omdat die persoon iets ergs heeft meegemaakt? Maar ik moet iets bekennen: na een paar uur had ik het boek uit, en van de laatste scène — de vrouw is overleden in zijn armen, hij sms't zijn vriendin om haar te vragen op de begrafenis te komen — kreeg ik tranen in mijn ogen. Hoe is het om een wat oppervlakkige man te zijn en iets verschrikkelijks mee te maken? Daar lees je bijna nooit iets over, maar wel in Komt een vrouw bij de dokter.

Labels: , ,

20.12.06

Orhan Pamuk. Istanbul. Memories of a city. London: Faber and Faber, 2005.

Orhan Pamuk is vast een heel sympathieke man. Waarschijnlijk is hij ook een begenadigd romanschrijver. Istanbul is alleen jammer genoeg niet echt een boek dat het laatste bewijst, al schemert er wel iets door van het eerste.

Dit jaar heeft Pamuk de Nobelprijs voor de literatuur gewonnen, maar voor een belangrijk deel vult hij Istanbul vooral met gebabbel. Hij toont een foto (hij toont letterlijk een foto, die foto staat dus afgedrukt in het boek!) waarbij hij bij zijn vader op schoot zit, en hij schrijft erbij: "Hier zit ik bij mijn vader op schoot." Je ziet hem met zijn broertje, en je leest dat hij vaak ruzie had met zijn broertje. Daarnaast vertelt hij hoe zijn gezin vroeger met de auto langs de Bosporus reed. Ja, mensen, kom daar nu nog eens om, nu is alles veel lelijker geworden.

Helemaal eerlijk ben ik nu misschien niet over het boek — er staan ook stukken in die ik wel interessant vind, over vroeg-twintigste eeuwse schrijvers bijvoorbeeld, die worstelden met de spanning tussen het oude Ottomaanse rijk en het nieuwe Westen. De encyclopedieschrijver, bijvoorbeeld, die erachter komt dat zijn 'Encyclopedie van Istanbul' ondanks de beperking van de stof tot een stad, toch niet door één man behapt kan worden, en die dan steeds meer voor zijn plezier begint te schrijven — over mooie matroosjes. Maar alles bij elkaar ben ik er toch niet heel erg van onder de indruk; terwijl ik zo graag over Istanboel wilde lezen!

Labels: , ,

10.11.02

{P} Marcel Reich-Ranicki. Mein Leben. Berlin, dtv, 2002 (2000). Daar gaan we weer, ja, het boek van een criticus zet je natuurlijk wel weer aan het schrijven van je eigen literaire dagboek (zonder enige literair-kritische pretenties natuurlijk).

Ik vroeg me de hele tijd af: waarom is die man nu criticus geworden? Waarom wordt iemand criticus? Je bent toch altijd met iets afgeleids bezig, je schrijft de hele tijd over wat andere mensen geschreven hebben. Ik bedoel niet zozeer dat iedereen die met literatuur bezig is, zelf schrijver zou moeten worden. Maar criticus?

MRR lijkt zich die vraag zelf eigenlijk niet te stellen, dus kun je als lezer alleen maar zelf een beetje psychologiseren. Bijvoorbeeld wordt het wel heel duidelijk dat de rol van de criticus er heel erg een is van de buitenstaander; je moet voldoende afstand weten te houden om over elk boek eerlijk te kunnen zijn, ook al weet je dat dit betekent dat mensen een enorme hekel aan kunnen krijgen. Uit Mein Leben blijkt dat MRR altijd een buitenstaander is geweest; niet alleen omdat hij zich zo passioneel voelt aangetrokken tot de Duitse literatuur terwijl hij door zijn oorlogsverleden voldoende reden heeft de Duitsers behoorlijk te wantrouwen. Maar doordat hij altijd al, ook bijvoorbeeld op school, een buitenstaander was. De criticus is d� buitenstaander in de literatuur en MRR d� buitenstaander in het leven. Dat paste precies.

Labels: , ,

27.5.02

{P} Tivadar Soros. Maskerado chirkau la morto. Nazimondo en Hungarujo. Rotterdam: Universala Esperanto Asocio, 2001 (1965).

Wat een man was dat toch, pa Soros! In dit boek vertelt hij hoe hij het laatste jaar van de oorlog als jood in Budapest overleefde: door lakoniek te blijven, door al zijn familieleden doorlopend van nieuwe identiteiten en vooral bijbehorende papieren te voorzien, door anderen te helpen waar dat kon en een beetje uit te zuigen waar dit verantwoord was, zodat hij zelf ook nog een beetje kon leven. In het voorwoord vertelt zoon George Soros dat dat dit jaar tot de gelukkigste van zijn leven behoorde, hoe naar dit ook klinkt - en dat kwam door het optimisime en de vasthoudendheid van zijn vader. Dat kun je begrijpen als je het leest.

Tegelijkertijd wordt niet vergeten dat er in de straten van de stad stapels lijken te zien waren; dat de nazi's op een bepaald moment twee mannen aan lantaarnpalen hadden opgehangen, ��n met een brieftje 'Dit gebeurt met joden die zich verstoppen' en de ander met een briefje 'Dit gebeurt met christenen die joden verstoppen.' De Tweede Wereldoorlog blijft een onbegrijpelijke legpuzzel vol gruwelen en menselijkheid. Dit is weer een stukje.

Zoals de vertaler en bezorger Humphrey Tonkin opmerkt in zijn aardige nawoord is de stijl van dit boek ook precies gepast. Zo droog en onderkoeld geserveerd wordt het allemaal heel heet gegeten. Iets anders wat heel sterk werkt zijn de vergelijkingen met het alledaagse leven. Tivadar zit ongerust op zijn zoon te wachten, want jongens worden gemakkelijk door de nazi's opgepakt. Hij wordt steeds ongeruster. Iedereen kent dat wel, zegt hij, ongerustheid is irrationeel. Hoe langer je staat te wachten op de tram, des te geagiteerde wordt je, terwijl je eigenlijk steeds kalmer zou moeten worden, want de kans dat de tram er binnenkort is wordt steeds groter. De ongepastheid van de vergelijking van het wachten op de tram en op je zoon (zonder spoorboekje) snijdt door je ziel.

Labels: , ,