1.3.10

Sarah Bakewell. How to Live. A Life of Montaigne in One Question and Twenty Attempts at an Answer. London: Chatto & Windus, 2010.

Sarah Bakewell. How to Live. A Life of Montaigne in One Question and Twenty Attempts at an Answer.

In een bekend citaat uit zijn Essais vertelt de Franse zestiende-eeuwse schrijver Michel de Montaigne hoe hij met zijn kat speelt, en zich dan ineens afvraagt: speel ik met haar, of speelt zij met mij? Soms heeft hij geen zin, en soms probeert hij haar over te halen om te spelen. Maar hetzelfde geldt voor haar.

Ik ben Montaignes essays aan het lezen. het eerste deel heb ik uit en nu ben ik al een tijdje met het tweede bezig. Ik had behoefte aan wat achtergrondinformatie en toen ik in een boekwinkel in Londen een nieuwe biografie van Montaigne zag staan, in de gedaante van een zelfhulpboek, kocht ik het en las het in een weekeinde.

How to Live is meer dan een zelfhulpboek of een biografie. Het beschrijft ook hoe het nageslacht met Montaigne is omgegaan; hoeveel woede hij opwekte bij Pascal en Descartes, die er allebei om uiteenlopende redenen van overtuigd waren dat de mens naar het absolute moest streven — iets waarvoor de gematigde, schipperende schrijver met het oog voor het verschil in standpunt tussen hemzelf en zijn poes absoluut niet voor geschikt was. Hoe hij bewonderd werd door Friedrich Nietzsche en Virginial Woolf. Hoe hij via een vroege vertaling invloed uitoefende op Shakespeare. En hoe nu al eeuwenlang mensen zijn Essais lezen en tot de verbijsterende conclusie komen dat ze dat boek zelf hadden kunnen schrijven.

How to Live is goed geschreven, niet opdringerig en niet kleurloos. Toch doet het je natuurlijk weer verlangen om verder te lezen bij de meester zelf, je verder onder te dompelen in de vreemde ervaring dat we hier een man hebben die onder geheel andere omstandigheden in een geheel andere tijd geboren is, en die je toch zelf had kunnen zijn. Aan het eind van haar boek keert Bakewell toch weer even terug naar de scene met de kat, omdat hij laat zien hoe Montaigne alles in perspectief zag. Ze laat schrijver en poes even spelen en eindigt dan:

The two of them can be left suspended there, suspended in the midst of their lives with the Essays not yet fully written, while we go and get on with ours — with the Essays not yet fully read.

Labels: , , ,

2.2.10

Joseph Conrad. Nostromo. A Tale of the Seaboard. Manybooks.net, 2009 (1904). http://manybooks.net/titles/conradjoetext00nstrm10.html

Joseph Conrad. Nostromo. A Tale of the Seaboard

Joseph Conrad was van het langzaam schrijven en het langzaam lezen. Nostromo is een groots, bewonderenswaardig epos over het politieke gewoel in de stad Sulaco in het imaginaire Latijns-Amerikaanse land Costaguana. Iedere zin van de tienduizenden die het boek telt is prachtig geconstrueerd, alle personen worden heel precies getekend. "A work that aspires, however humbly, to the condition of art should carry its justification in every line," heeft Conrad ooit geschreven, en dat die ambitie heeft hij met Nostromo eer aangedaan.

Het is moeilijk te beschrijven wat het verhaal is - de eerste paar honderd bladzijden is er nauwelijks sprake van een verhaal, maar wordt vooral de geschiedenis van Sulaco en het politieke systeem van Costaguana beschreven. Heel, heel langzaam wordt er ingezoomd op Nostromo, een man van Italiaanse afkomst, van wie duidelijk wordt gemaakt dat hij voor de machthebbers een uiterst betrouwbare kracht is en die uiteindelijk in een moment van grote verwarring vanwege een machtswisseling, de opdracht krijgt het zilver van een groot mijnbedrijf in veiligheid te brengen. Doordat het op zee wemelt van schepen van de tegenstander, lukt het hem alleen maar om dat zilver op een klein nabijliggend nagenoeg onbewoond eilandje te verbergen. Men denkt echter dat het zilver in het water is geraakt toen Nostromo's schip geraakt werd. Nostromo blijkt nu toch niet zo betrouwbaar; als hij het geld zelf probeert te confisceren wordt hij echter doodgeschoten.

Nostromo was geen boek voor mij. Alle kwaliteiten kan ik zien: hoe fraai het Engels is, hoe knap Conrad zijn maatschappij heeft geconstrueerd, enzovoort. Maar afgezien van een enkele passage - Nostromo en de politicus Delcoud alleen op zee, die ontdekken dat er nog een verrader zou kunnen zijn - greep het me nergens echt aan.

Misschien, bedacht ik, is het het totale gebrek aan humor. Ik geloof dat ik weinig boeken echt mooi vind waarin niet op zijn minst bepaalde passages of bepaalde personages grappig zijn. In Romeo and Juliet, dat ik onlangs las, wordt duidelijk de spot gedreven met Romeo die binnen vierentwintig zijn smoorverliefdheid laat overgaan van de een op de ander, en bovendien is er de kwebbelzieke oude bediende van Juliet. Door die humor, is mijn theorie, maak je contact met de schrijver, weet je even zeker dat je begrijpt wat hij bedoelt, en dan komt de eventuele klap ook harder aan. Door de staalharde ernst van iedere punt en komma in Nostromo gaat het in ieder geval langs deze lezer uiteindelijk heen. Het is mooi, en wijs, maar alles op een afstandelijke manier.

Labels: , ,

William Shakespeare. Romeo and Juliet. London: BBC, 1978 (1591).

William Shakespeare. Romeo and Juliet

Een paar maanden geleden was ik op bezoek in Verona, waar mijn gastvrouw me onder andere het balkon liet zien waarop Juliet zou hebben gestaan, om daarna uit te leggen dat men in Verona in Itali� indertijd helemaal niet op dergelijke balkons stond, maar in plaats daarvan op een trapachtige constructie, die me vervolgens ook werd getoond.

Maar Shakespeare wist waarschijnlijk niets van Verona of op wat voor balkons men daar stond — het juiste balkon is er waarschijnlijk een waarop de Engelse Juliet zal hebben gestaan.

Wat betekent het dat Romeo and Juliet in Verona speelt, zoals ook hoofdpersonen uit Two Gentlemen from Verona and The Taming of the Shrew uit die stad komen? Ik neem aan dat er een bijzondere exotische aantrekkingskracht van die stad uitging. Maar welke? Ik kan er nergens iets over vinden. (Ja, het verhaal van R&J is gebaseerd op een Veronese geschiedenis, maar wat zegt dat?)

Romeo and Juliet is vooral mooi vanwege de retoriek. Alles wat er gebeurt, weet je als volwassen West-Europeaan uit je hoofd, maar de precieze woorden waarmee de hoofdpersonen zich uitdrukken, is steeds weer een verrassing. De merkwaardige liefde - die jongeren die zo plotseling zo verliefd worden en alle competitie vergeten - zou zich voor Shakespeare misschien alleen in Verona kunnen afspelen. Maar ze spreken een prachtig Engels.

Labels: , ,

6.1.10

William Shakespeare. Richard III. London: BBC, 1983.

William Shakespeare. Richard III De hel, dat zijn de anderen schreef Jean-Paul Sartre in een van zijn toneelstukken (Huis Clos), en daarmee beweerde hij het omgekeerde van wat Shakespeare volgens mij met Richard III probeert te laten zien: de hel, dat is als er geen anderen meer zijn. Wanneer je zo door en door verdorven bent als Richard, wanneer je zo nooit aan wie dan ook laat zien wie je werkelijk bent, maar met iedereen een geniaal spelletje speelt — wanneer je de vrouw van iemand die je vermoord hebt verleidt, de man die zich voor je heeft ingezet negeert zodra je eenmaal gewonnen hebt, je eigen familie onder het mom van liefde laat vermoorden - dan ben je op het eind alleen met je eigen angsten.

Ik weet niet of er weleens een geleerde is geweest die heeft gezegd dat Richard III eigenlijk een pleidooi is voor de biecht. Hoe slecht ook de dingen zijn die je gedaan hebt, je moet biechten, vooral ook om in contact te blijven met de realiteit, met de anderen, om jezelf niet te verliezen in een voortgaande spiraal van steeds meer achterdocht en steeds meer geweld.

Richard III leeft in een wereld die hijzelf vormgegeven heeft, een wereld waarin iedereen elkaar haat en met minachting bejegent. Het toneelstuk is een lange rij van bittere klachten en woede-uitbarstingen, waarbij de enige zoete woorden komen van Richard zelf, die er overduidelijk niets van meent.

Op het eind komt het allemaal goed met Engeland, en dat is misschien een beetje jammer. Maar de man die zo alleen was, is dood.

Labels: ,

18.10.09

William Shakespeare. A Midsummer Night's Dream. London: BBC, 1981 (1596).

William Shakespeare. A Midsummer Night's Dream De Nederlandse vertaling van Shakespeares Midzomernachtsdroom kende ik ooit vrijwel uit mijn hoofd. Ik speelde in een orkest dat een voorstelling begeleidde en hoorde het stuk dus heel vaak voorbij komen. Ik kon niet op het toneel kijken, maar de tekst beitelde zich in mijn hoofd.

Dat is inmiddels meer dan twintig jaar geleden. Sindsdien heb ik het stuk een aantal maal gezien, als film en in het theater. De Nederlandse tekst klonk altijd door — waar het in 'mijn' voorstelling grappig was geweest, wilde ik dat het nu ook grappig was, want de regie die ik begeleidde had de nadruk liggen op de humor.

Hoe grappig is de Midzomernachtsdroom? De Nederlandse tekst begint langzaam weg te zakken, en ik zag nu vooral parallellen met de Metamorphosen van Ovidius, dat ik onlangs gelezen heb. Dat komt niet alleen doordat in ieder geval het verhaal over Pyramus en Thisbe uit het boek van de Romeinse voorganger komt, maar de Midzomernachtsdroom is een stuk vol veranderingen: de eenvoudige handwerkslieden veranderen in toneelspelers, Spoel de Wever verandert in een ezel, de verliefden veranderen het object van hun liefde heen en weer terug, enz. Het stuk heeft bovendien in zekere zin een soortgelijke zorgeloze wreedheid, die vooral wordt belichaamd in Puck die alles vooral alleen maar lollig lijkt te vinden.

Het is bijna onmogelijk om Shakespeare onbevangen te lezen. Het is per slotte Shakespeare, bijna iedereen kent zijn stukken als het ware uit het hoofd. Maar hoe grappig is het nu echt? Het toneelstuk over Pyramus en Thisbe is waarschijnlijk nog steeds een van de hoogtepunten van de komische literatuur: een parodie op een vorm van toneelkunst die nog altijd bestaat, en een absurdistische sketch ineen. Ook de scenes in het bos, waarin ineens beide mannen verliefd zijn op de versmade Helena blijven altijd grappig. Maar de rest? De rest is onheilspellend, duister (wat moet Oberon met dat jongetje dat hij van Titania afpakt?) en verontrustend. Welke bosgeest zit er achter ons geluk?

Labels: , ,

10.10.09

Virginia Woolf. A Room of One's Own. London: Penguin, 2000 (1928)

Virginia Woolf. A Room of One's Own.Hoe komt het dat vrouwen tot het begin van de twintigste eeuw nauwelijks grote literatuur schreven? Doordat ze geen eigen kamer hadden en onvoldoende eigen financi�le middelen. Dat is de bijna marxistische slogan die Virginia Woolf in dit beroemde essay een aantal keer naar voren brengt. Maar wie doorleest, merkt dat de analyse veel complexer is.

A room of one's own is een essay dat voldoet aan het soort regels dat ik op school geleerd heb voor het essay: een persoonlijke gedachtegang wordt in prachtig Engels uiteengezet, en de schrijfster deinst er niet voor terug erbij te vertellen waar ze hoe op welke gedachte is gekomen en wat ze toen at, en evenmin is ze bang zichzelf tegen te spreken.

A room of one's own is prachtig.

Omdat vrouwen nooit de kans hebben gekregen te schrijven - Woolf bespreekt enkele prangende gevallen van Britse vrouwen die prachtig werk hadden kunnen leveren als de omstandigheden anders waren - is er ook geen traditie van vrouwelijk proza, van een ongedwongen vrouwelijke zin. Zo'n traditie moet nog helemaal worden opgebouwd, zegt Woolf, want vrouwen hebben niets aan de mannelijke traditie. Dat is een gewaagde stelling: want als vrouwen zo anders zijn dan mannen, hoe weten we dan zo zeker dat vrouwen �berhaupt ooit kunnen schrijven?

Woolf levert zelf het bewijs, door weergaloze zinnen te schrijven:

I could not possibly go home, I reflected, and add as a serious contribution to the study of women and fiction that women have less hair on their bodies than men, or that the age of puberty among the South Sea Islanders is nine�or is it ninety?�even the handwriting had become in its distraction indecipherable.

En verder door een essay te schrijven over fictie, en daar dan fictie doorheen te vlechten. De zuster van Shakespeare zal nooit meer vergeten worden.

Labels: ,

10.9.09

William Shakespeare. King Lear. London: BBC, 1981 (1606).

William Shakespeare. King Lear Als ik het goed gezien heb, wordt er in King Lear nooit naar God verwezen, maar wel een aantal keer naar de goden. Het stuk speelt zich af in heidense, in Keltische tijden. Dat waren tijden van veelgodendom en dat lijkt me niet toevallig.

Er is geen richting en geen orde in de samenleving in King Lear, de wereld ziet eruit zoals Christenen soms lijken te denken dat de wereld eruit zal zien als er geen God is: ordeloos en rechteloos, een gevecht van allen tegen allen.

De goeden in het stuk lijken allemaal te weten welke orde er eigenlijk een zou moeten zijn: een waarin Lear ge�erbiedigd wordt als koning, waarin men in hem de meester onderkent, waarin iedereen hem liefde verschuldigd is, zelfs als hij gek geworden is.  Waarom dat eigenlijk zo is, wordt niet expliciet uit de doeken gedaan, maar het blijkt uit het verloop van het stuk: omdat anders de chaos uitbreekt. Tegelijkertijd is het Lear zelf die de anarchie uitroept � als iedereen doet wat hij wil, wordt dus alle macht uit zijn handen genomen en in de handen van zijn twee trouweloze en harteloze dochters. Als de ordenende figuur zelf de orde uit handen geeft, blijkt er niets meer over.

Ik heb deze keer King Lear op mijn iPhone gezien in de BBC-interpretatie van 1982. Geldt dat eigenlijk wel als lezen? Volgens mij wel. Het stuk werd integraal uitgevoerd en was ondertiteld, dus ik heb al Shakespeares woorden gelezen, zij het in een uitvoerig ge�llustreerde versie. Ah, Shakespeare. Behalve abstracte gedachtes over schuld en stuurloosheid houd je er, als je het gespeeld ziet, ook nog een fijn treurig gevoel aan over, om vaders die hun kinderen verliezen, en om de dwaasheid van onze wereld.

Labels: , ,

6.9.09

Geoffrey Chaucer. De Canterbury-verhalen. Baarn: Ambo, 1995 (1400).

Geoffrey Chaucer. De Canterbury-verhalen

Vertaling: Ernst van Altena

Een groep pelgrims reist naar Canterbury en organiseert een verhalenwedstrijd: ieder van hen zal zowel op de heen- als op de terugreis een verhaal vertellen, en de waard van het hotel zal besluiten wat het beste verhaal is. Vervolgens bestaat de Canterbury-verhalen vooral uit een bonte verzameling verhalen: schunnige en vrome, serieuze en grappige, korte en lange, prozaïsche en dichterlijke.

Zowel op het internet als in de Leidse Universiteitsbibliotheek vindt je vooral allerlei studies die gaan over individuele verhalen. Het wonderlijkst vind ik echter de verzameling: hoe komt een veertiende-eeuwer erbij om in een band zowel een verhaal over scheten in het gezicht van priesters als een oprecht vroom expos� over de Hoofdzonden te publiceren? Het hele bonte leven wordt erin afgebeeld, weliswaar in de vorm van een competitie tussen verhalenvertellers, maar zonder dat de prijs wordt uitgereikt, dus zonder dat er expliciet wordt gezegd dat het vrome verhaal beter is.

Wat dat betreft: als de definitie van het postmodernisme is dat de wereld versplinterd is, en dat er geen grote verhalen meer zijn, dan lijkt dit boek me daar een goed voorbeeld van.

Wat beweegt iemand om die verhalen te vertalen? Ernst van Altena heeft dat zo'n vijftien jaar geleden prachtig en sprankelend gedaan, inclusief de wat saaie stukken die kennelijk vaak worden overgeslagen, het verhaal van Melibeus bijvoorbeeld, dat vooral bestaat uit een bijna eindeloos juridisch betoog van de vrouw van Melibeus.

Misschien hebben de schrijver en de vertaler wel eenzelfde doel gehad met dit boek, is het voor allebei vooral een enorm virtuoos vertoon van kunnen, van laten zien dat je alle genres van de middeleeuwse literatuur onder de knie hebt. Veel inhoudelijke redenen zijn er niet, de taal en de literatuur zijn een groot spel. De lezer verveelt zich daarbij geen moment; zelfs niet bij de lange prozapreek, al is het maar vanwege de manier waarop daarin tekeer wordt gegaan tegen de manier waarop sommige mannen zich kleden:

Helaas, sommigen tonen de knobbel van hun geslacht en hun lid, afgrijselijk gezwollen alsof ze aan een breuk lijden, in het kruis van hun beenbekleding:

En ook hun billen hangen erbij als het achterwerk van een apin bij volle maan.

En omdat hun beenbekleding dan ook nog tweekleurig is in rood en wit, lijkt het of die ellendig gezwollen geslachtsdelen die ze door hun wijze van kleden laten zien, die schandelijke schaamdelen, half gevild zijn.

Zo'n kijkje op de middeleeuwse mode had ik nog nooit gehad.

Labels: ,

28.8.09

Aravind Adiga. The White Tiger. London: Atlantic Books, 2008.

Aravind Adiga. The White Tiger Soms lees je boeken vooral voor de gezelligheid. Omdat mensen het over dat boek hebben, omdat een zeker iemand het net gelezen heeft en er verrukt van was, omdat er af en toe aan je wordt gevraagd of je nog een leuk boek weet, en je om de een of andere reden dan meestal niet geacht wordt met Moby Dick aan te komen zetten.

De komende paar maanden kan ik zeggen: ja, The White Tiger van Aravind Adiga.

Leuk is niet per se het meest geschikte woord, en gezellig eigenlijk ook niet, aangezien het een inktzwarte satire is over allerlei misstanden in de maatschappij, waarbij je letterlijk over lijken moet gaan om rijkdom te verwerven. De hoofdpersoon Balram Halwai ziet er dan ook niet tegenop om zijn baas, de man wiens auto hij rijdt, op een dag de hersens in te slaan met een kapotte whiskyfles. Zoals die baas er eerder niet tegenopzag om Balram ertoe te dwingen een papier te ondertekenen waarop stond dat hij een man had overrijden, terwijl het eigenlijk de vrouw van de baas was geweest die dat in een dronken bui had veroorzaakt.

En tegelijkertijd zijn gezellig en leuk toch ook weer w�l van toepassing: de lakonieke toon waarop Balram zijn verhaal vertelt laat het boek ruim 300 pagina's lang wervelen. De vorm is een serie brieven die Balram schrijft aan Wen Jiabao, de premier van China die op bezoek komt in Bangalore. Over die stad weet Balram toevallig alles. Bovendien zou China behoefte hebben aan ondernemers:

Apparently, sir, you Chinese are far ahead of us in every respect, except that you don't have entrepreneurs. And our nation, though it has no drinking water, electricity, sewage system, public transportation, sense of hygiene, discipline, courtesy, or punctuality, does have entrepreneurs.

The White Tiger is echte satire: grappig maar tegelijkertijd bijtend scherp. De mens wordt er in een verschrikkelijke gedaante getoond. Het is een boek waarover je lang kunt napraten: gezellig!

Labels: , ,

5.8.09

V. S. Naipaul. The mystic masseur. London; Picador, 2001 (1957)

V. S. Naipaul. The mystic masseur De Indi�r Ganesh heeft een paar jaar in Port of Spain in Trinidad gestudeerd, en daarna weliswaar zijn titel niet gehaald, maar als hij terugkeert naar zijn geboortedorp maken alleen al die paar jaar hem een gewilde huwelijkskandidaat, in ieder geval voor de plaatselijke grutter. Op een handige manier weet Ganesh zijn toekomstige schoonvader op zijn beurt tegen diens wil tot de belangrijkste sponsor van zijn eigen studiecentrum te maken. Op die basis wordt hij masseur, dan mysticus, en uiteindelijk zelfs politicus.

The mystic masseur is op het eerste gezicht een schelmenroman: de hoofdpersoon lijkt niet helemaal te deugen, maar vooral zijn tegenstanders steeds te slim af te zijn. Maar bij nader inzien is het niet zo duidelijk dat Ganesh wel echt een traditionele schelm is: in voorkomende gevallen lijkt hij met iedereen, ook voor zijn ergste tegenstander (zijn schoonvader) het beste voor te hebben, en dat hij als mysticus of als politicus een bedrieger is kun je eigenlijk niet zeggen.

Voor alles is dit een boek van liefde: liefde vooral voor boeken, lezen en leren, maar liefde ook voor de Indi�rs van Trinidad, die het beste maken van hun moeilijke leven.

Ik had nog nooit iets van Naipaul gelezen. Dat zou ik toch vaker moeten doen.

Labels: ,

3.7.09

George Orwell. In Defence of English Cooking. London: Penguin, 2005.

George Orwell. In Defence of English Cooking Hoe kan het dat mensen - en vooral intellectuelen - de eenvoudige werkelijkheid niet zien hoe duidelijk die niet is? Hoe kan het bijvoorbeeld dat Europese communisten in de jaren veertig niet inzagen dat Rusland alleen nooit van Nazi-Duitsland had kunnen winnen? Dat is een vraag die George Orwell, van wie in dit boekje enkele essays verzameld zijn, zijn levenlang lijkt te hebben beziggehouden.

Orwell wordt algemeen beschouwd als een belangrijke Engelsalige essayist, maar een van zijn grootste bewonderaars is waarschijnlijk Noam Chomsky, zelf een niet onbelangrijk politiek denker. Hij heeft de term Orwell's Paradox bedacht voor die onverklaarbare onwetendheid van mensen die beter zouden moeten weten. Tegelijkertijd vallen me, als ik Orwell's essays met Chomsky's ogen lees, toch ook wel op dat de twee denkers het op een aantal punten grondig oneens moeten zijn. Zo is Orwell in deze essays voor alles een individualist, iemand die het 't allerbelangrijkst vindt dat de mens voor zichzelf denkt, zijn eigen mening vormt en zich daarbij zo weinig mogelijk aantrekt van anderen. Chomsky trekt zich in de praktijk ook bijzonder weinig aan van wat anderen vinden, maar lijkt toch ook af en toe wat ideologischer. Volgens Orwell bestaat er bijvoorbeeld een vorm van nationalisme die zich tegen het eigen land keert, en vooral kritiek op het eigen land en het eigen systeem keert. Daar is Chomsky vaak van beschuldigd -- en hoewel daar meer over te zeggen valt, krijgt de lezer van Chomsky inderdaad soms het gevoel dat de Amerikaan er bijzonder genoegen in lijkt te scheppen het feilen van Amerika aan te wijzen.

Maar uiteindelijk zijn allebei de denkers vooral graag dwars. Orwell is daarbij af en toe wat frivoler en haalt dan zijn gelijk in een verdediging van de Engelse keuken, waarvan hij overtuigend aantoont dat die helemaal niet zo slecht is, zolang je hem niet in de duurdere restaurants zoekt, maar bij de Engelsen thuis.

Labels: ,

29.5.09

Alexander McCall Smith. The No. 1 Ladies' Detective Agency. London: Abacus, 2008 (1998).

Alexander McCall Smith. The No. 1 Ladies' Detective Agency Er zijn geen charmantere schrijvers dan Engelse schrijvers. Precies in de Engelse letteren heeft zich een genre ontwikkeld dat je elders nauwelijks vindt: dat van de goedgeschreven, charmante, licht ironische roman zonder al te veel leeghoofdigheid maar ook zonder al te veel pretenties. Het genre van de detectives van Agatha Christie, van de academic novels van David Lodge en van de moderne satires van Ben Elton.

Alexander McCall Smith is de nieuwste loot aan deze boom. Zijn hoofdpersoon is Precious Ramotswe, een vrouwelijke detective in Botswana en de eigenaar van de 'No. 1 Ladies Detective Agency'. Ik had nog nooit van haar of haar schepper gehoord, maar in de afgelopen 10 jaar blijkt McCall Smith al 9 boeken over haar geschreven te hebben, naast nog minstens zoveel andere over andere onderwerpen.

Het zijn gelukkig geen complexe mysteries die Mma Ramotswe moet oplossen — het gaat over de problemen van alledag, een man die een minnares heeft, een werknemer die zijn baas probeert op te lichten, een kind dat verdwijnt. Het verhaal drijft op de laconieke en droge stijl, op de charme van het simpele, gewone geluk, en op een grote liefde voor Afrika. Dat zijn fijne ingredi�nten voor een boek, en misschien wel voor een hele serie.

Labels: ,

29.3.09

Allan Bennett. The Uncommon Reader. London: Faber and Faber, 2007.

Allan Bennett. The Uncommon Reader De koningin van Engeland gaat ineens lezen. Bij toeval stapt ze de bus van de openbare bibliotheek binnen en zo ontdekt ze razendsnel de genoegens van het lezen. Ze begint er haar sociale verplichtingen voor te verwaarlozen, en vooral valt ze al haar talloze gesprekspartners lastig met vragen over boeken en schrijvers. Tot ze ontdekt wat er nog mooier is dan lezen: schrijven.

The Uncommon Reader is een charmant boekje, en meer ook eigenlijk niet. In recensies op het internet lees ik dat het een satire is, en ik kan dat ook wel zien; en dat het een ode aan het lezen is, en dat ligt er dik bovenop; maar ik vond het vooral een vermakelijk boekje, dat ik vast weer vergeet.

Labels: ,

17.9.08

David Lodge. Deaf Sentence. London: Harvill Secker, 2008.

David Lodge. Deaf Sentence Doof zijn is bijna dood zijn. Dat vindt in ieder geval Desmond Bates, een vervroegd gepensioneerde professor aan een universiteit in het noorden van Engeland: het soort personage dat de wereld van David Lodge bewoont. Bates is zelf een beetje doof, net als zijn vader. Die vader is aan het eind van het boek trouwens ook dood, terwijl een studente van Bates een zelfmoord-e-mail heeft rondgestuurd, waarschijnlijk overigens ten onrechte. Die studente, een Amerikaanse die niet helemaal goed snik is over anders juist een briljante oplichtster, had trouwens de ambitie een proefschrift te schrijven over de taal van briefjes die zelfmoordenaars achterlaten.

Het is allemaal een beetje te veel. Er wordt enorm veel overhoop gehaald in dit boek — Bates doet op een bepaald moment zelfs Auschwitz aan, als hij een lezingenrondreis maakt in Polen. De ernst van dat bezoek detoneert behoorlijk met de nogal curieuze cast.

Het is net of Lodge de meestal nogal cartooneske figuren van zijn academic novels wat meer reli�f heeft willen geven door ze eens in een serieuzer verhaal te plaatsen; een verhaal dat in sommige opzichten -- de doofheid -- vermoedelijk dicht tegen hem aan ligt. Dat levert naar mijn gevoel nogal een onevenwichtig boek op.

Het mooist zijn overigens die beschrijvingen van de steeds verder vorderende doofheid, het gehannes met het gehoorapparaat, en de ongewilde sociale gevolgen van het gebruik van zo'n apparaat. Verveeld heb ik me ook beslist niet, met Deaf sentence, maar een verpletterende indruk laat het ook niet na.

Labels: ,

16.8.08

Virgina Woolf. To the Lighthouse. London: Vintage, 2004 (1927).

Virginia Woolf. To the lighthouse Toen ik een paar maanden geleden Mrs. Dalloway las, was ik verbaasd — ik had altijd gedacht dat de boeken van Woolf te experimenteel waren om ze ook echt mooi te vinden. Nu heb ik die ervaring nog een keer gehad, want ik dacht dat To the Lighthouse dan toch veel ingewikkelder moest zijn dan Woolfs eerdere roman.

Misschien is dat ook wel zo, maar Virginia Woolf heeft me nu toch wel voorgoed gewonnen. Nog nooit heb ik zo'n prachtige beschrijving gezien van een diner waarbij het gesprek gaat over politiek en kunst, maar iedereen ondertussen zijn eigen onuitgesproken dingen denkt, vooral over de andere gesprekspartners. Nog nooit heb ik zo mooi beschreven gezien wat het betekent om iemand te missen. En de mooiste scene: die waarin meneer Ramsay, de weduwnaar, de kunstenares Lilie benadert, omdat hij eigenlijk maar een ding wil — sympathie — maar die dan niet kan krijgen, tot ze ineens over het strikken van schoenen beginnen te praten.

Ik hoorde laatst een discussie over Flaubert, waarbij iemand zei dat onder andere Virginia Woolf veel van hem geleerd heeft — al is het maar het stijlmiddel van de indirecte rede. Dat zal vast zo zijn, en Mrs. Dalloway en Mme Bovary hebben vast iets met elkaar te maken. Maar Woolf is minder onbarmhartig dan Flaubert, en daardoor net iets subtieler.

Labels: ,

3.8.08

Charles Dickens. Great Expectations. London: Bounty Books, 2005 (1860).

Charles Dickens. Great Expectations

Het is alweer meer dan drie jaar geleden dat ik me voornam om eens een boek van Charles Dickens te lezen en nu heb ik dat dan eindelijk gedaan: Great Expectations, het verhaal van de arme Pip die onverwacht rijk wordt door een geheime weldoener, en er dan tot zijn schrik achterkomt dat die weldoener een galeiboef was. Het heeft me nogal wat tijd gekost, maar dat heeft meer te maken met het feit dat ik deze maanden minder aan het lezen was. Want Charles Dickes was een vakman, en zijn boek heeft alles wat het hebben moet: liefde, spanning, bespiegeling, observaties van menselijk gedrag en mooie zinnen.

Ik heb Great Expectations overal mee naar toegenomen: mijn exemplaar heeft Parijs gezien en Grimma en nog allerlei andere plaatsen tussendoor, en er overal stukjes in gelezen. Veel van die stukjes zijn mooie stukjes, en Dickens' kracht ligt vooral in zijn karakters. Wemmick zal ik (hopelijk) nooit meer vergeten — de kantoorbediende van het kantoor van meneer Jaggers, Pips zaakwaarnemer, die 's avonds een flink stuk van zijn saaie en onberispelijke kantoorbaan naar huis loopt, een klein huisje dat hij heeft ingericht als een kasteeltje waar hij zelfs de vlag uithangt, waar hij woont met zijn oude vader en waar hij 's avonds zijn verloofde ontvangt om wie hij steeds vergeefs zijn arm probeert te leggen.

Wat me dan wel weer een beetje stoorde, of in ieder geval ophield: de wel erg nadrukkelijke manier waarop de hele tijd aan de orde wordt gesteld dat arme mensen en zelfs boeven toch ook een goed hart kunnen hebben. Van mij had Joe, Pips in-en-in-goede stiefvader toch ook wel ��n piepklein onhebbelijkheidje mogen hebben.

Labels: ,

24.3.08

Virgina Woolf. Mrs Dalloway. London: Penguin Classics, 2000 (1925).

Virgina Woolf. Mrs Dalloway Door Mrs Dalloway te lezen, heb ik mezelf gedwongen onder ogen te zien hoeveel vooroordelen ik eigenlijk heb. Ik dacht dat alles wat Virginia Woolf geschreven had, vooral experimenteel was, dat je Mrs Dalloway zou moeten bewonderen om de knappe manier waarop er een nieuwe romankunst in wordt ontwikkeld, maar dat je er emotioneel weinig aan zou kunnen beleven. Wat heb ik me daarin vergist.

Voor alles is Mrs Dalloway een prachtig en rijk boek, vol gevoelens. Je wordt als lezer heen en weer geslingerd tussen de hoofden van allerlei mensen in het Londen van een paar jaar na de eerste wereldoorlog. En in die hoofden woelt het � alleen de alleronsympathiekste personen in het boek lijken werkelijk tevreden met zichzelf, zoals de arts Bradshaw, die zijn gevoel van eigenwaarde zelfs niet laat verpesten door de zelfmoord van een pati�nt. Die Bradshaw � in zijn hoofd kijken we trouwens niet � vormt dan wel de belangrijkste verbinding tussen de twee hoofdpersonen: de vrouw van een parlementari�r (mevrouw Dalloway) en een jonge ex-soldaat met een oorlogstrauma (Septimus Warren Smith). De laatste is de zelfmoordenaar, en de eerste is degene die Bradshaw diezelfde avond nog op haar feestje mag ontvangen.

Het woelt in alle hoofden, het woelt van ontevredenheid, ongeluk en onzekerheid. Er is wel geluk en er is wel liefde, maar die hebben allebei eigenlijk alleen een plaatsje in het verleden, en de meeste mensen blijken dan ook vaak aan dat verleden terug te denken.

En dan de vorm. Misschien is die experimenteel, maar hij is in ieder geval prachtig. Alles wordt van binnenuit verteld, maar daarbij spring je als lezer over van het ene hoofd naar het andere. Als twee mensen elkaar ontmoeten, moet je even opletten, want voor je het weet zit je ineens in het andere hoofd, dat je dan meeneemt als het de kamer verlaat. Zo slinger je een dag door, een dag die dit jaar overigens 85 jaar geleden is. Bovendien is de taal prachtig: sterk en precies en tegelijkertijd open en dichterlijk.�

Ik dacht eerlijk gezegd dat Mrs Dalloway een boek voor snobs was. Het blijkt een van mijn lievelingsboeken te zijn.

Labels: ,

13.2.08

Christine Denniston. The Meaning of Tango. The Story of the Argentinian Dance. London: Portico, 2007

Christine Denniston. The Meaning of Tango Volgens Christine Denniston valt de tango alleen te begrijpen als een poging van de man om de vrouw te behagen. Dat heeft volgens haar alles te maken met de geschiedenis van de dans, die ontstaan is in een tijd dat er tienduizenden gelukszoekers naar Buenos Aires trokken om daar rijk te worden. De stad had daarom een groot overschot aan mannen, en een van de weinige manieren waarop zij in contact met een vrouw konden komen was door de dans. In pr�cticas oefenden mannen eerst jarenlang met elkaar voor ze voor het eerst een vrouw durfden vragen. Omdat ze tijdens als dat oefenen ook de volgende rol heel goed hadden leren kennen, wisten ze precies wat er prettig was voor een vrouw. Dat werd de basis voor de Argentijnse tango.

Christine Denniston is kennelijk een Britse autoriteit op het gebied. In haar boek vind je, behalve deze originele kijk op de dans, vooral een groot verlangen naar de Gouden Tijd van de tango, de periode van 1935 tot 1955, toen de tango zowel als muziekvorm als als dans op zijn hoogtepunt was. In 1955 kwam de junta voor decennia het plezier verstoren: de dans raakte helemaal in de gevarenzone. Alleen (erg) oude dansers beheersen de technieken nog, die voor Denniston�de charme heeft van het autentieke. Van andere stijlen die in de jaren negentig ontwikkeld zijn (milonguero, nuevo, close embrace) moet ze niet veel hebben: wat die mensen verzinnen is in de Gouden Tijd allemaal al eens gedaan, en meestal beter. Een groot gevoel van nostalgie voor de door de politiek bijna volkomen geknakte traditie vloeit door dit boek: een traditie waarin de man er, door te leiden, alles aan doet om zich ondergeschikt te maken aan het genoegen van de vrouw.

Labels: , , ,

29.12.07

Kenneth Branagh. Hamlet by William Shakespeare. Screenplay, Introduction and Film Diary. Lotto: Chatto and Windus, 1996 (1601).

Ruim tien jaar geleden werd de 'nieuwsgroep' nl.kunst.literatuur opgericht, waar Nederlandstalige internetters bij elkaar kwamen om over literatuur te praten. Onder het nauwelijks verhullende pseudoniem Martin Opdop schreef ik daar ook mijn mening over allerlei boeken die ik gelezen had, een voorloper op dit weblog. Die stukjes hadden altijd de vorm van een vraag-antwoordspelletje: 'Wat heeft Martin nu weer gelezen?' Op 10 juli 1997 was het antwoord: Hamlet. (Ik dacht toen dat die stukjes zouden verdwijnen, maar ik had buiten Google gerekend. Het stukje over Hamlet staat hier; alle stukjes van Martin Opdop zijn door Google fijn hier verzameld.)

Ik telde toen dat ik dat stuk al vijf keer gelezen had en vier keer gezien. Ik geloof niet dat er in de tussentijd een keer is bijgekomen. Misschien heb ik het nog een keer gezien, maar als ik het nog eens gelezen had, zou ik me dat wel herinneren.

In 1997 wist ik niet wat ik nou precies met Hamlet aanmoest, en zo herinnerde ik me het stuk nu ook: als een onbetwist meesterwerk uit de wereldliteratuur, waarvan de hoofdpersoon mij voor raadselen stelde.�

Ik heb me nu in Hamlet ondergedompeld. Ik las de tekst in het boek van Kenneth Branagh, net als tien jaar geleden, maar deze keer luisterde ik ondertussen naar een radio-opname van de BBC die ik van het internet had gedownload. Beide versies bestrijken vrijwel de gehele tekst, dus dat was gemakkelijk te doen. Door tegelijk te lezen en te luisteren raakte ik helemaal in de tekst gevangen, en vond hem prachtig.

Er zijn natuurlijk honderden interpretaties van dit stuk en sommigen daarvan zijn zo bekend dat je ze als lezer in je achterhoofd hebt zitten: Hamlet als puber, Hamlet als eeuwige twijfelaar, Hamlet als filosoof. De interpretatie waar ik nu voor viel is geloof ik ook geen ongebruikelijke: Hamlet is een man die gevangen raakt in de smerigheid van de wereld en de politiek, die zich daar met hand en tand tegen verzet maar uiteindelijk zelf de dood van min of meer onschuldigen voor zijn rekening neemt � Polonius, Rosencrantz en Guildenstern, het zijn geen lieverdjes, maar ze hadden ook geen dood verdiend. Ik las Hamlet deze keer als een stuk over het maken van vuile handen, en genoot. En ik ben benieuwd wat ik er de volgende keer van vind.


Labels: , , ,

2.12.07

George Orwell. 1984. New York: New American Library, 1983 (1949).

Sommige schrijvers willen de lezer duidelijk ergens over na laten nadenken. George Orwell hoort waarschijnlijk wel tot die categorie. Maar wat je dan vervolgens allemaal denkt, kan weer beïnvloed worden door andere boeken die je net gelezen hebt en die je op hun beurt aan het denken hebben gezet.

De laatste keer dat ik 1984 las, was het waarschijnlijk 1984. Ik las het 'voor mijn lijst', als een waarschuwing voor het totalitarisme. Maar nu ik het herlas, had ik net Misdaad en Straf uit. Dat laatste boek had ik gelezen als een boek over eenzaamheid — de eenzaamheid die helemaal duidelijk wordt bij een misdadiger zoals Raskolnikov die zich met zijn daad buiten de gemeenschap plaatst.

1984 lijkt sterk op Misdaad en straf. Het gaat ook over de eenzaamheid van het individu die een misdaad begaat, al is de misdaad op het oog wat subtieler: thoughtcrime, de misdaad om iets anders te denken dan alle andere mensen, bijvoorbeeld dat twee plus twee vier is. Als je er dieper over nadenkt, is Raskolnikov eigenlijk ook een thoughtcriminal, iemand die er vooral ook 'vreemde' gedachte op nahoudt die in een wellevende maatschappij niet is toegestaan. En omgekeerd geeft Winston Smith in 1984 ook toe dat hij als het nodig was voor zijn ideaal zou moorden.

Er zijn meer overeenkomsten. Zo is de belangrijkste ondervrager van de hoofdpersoon in beide boeken een vaderlijke figuur die zijn verdachte maar al te goed begrijpt. Tegelijkertijd zijn er ook ijsselijke verschillen. Voor Raskolnikov is de liefde tussen man en vrouw uiteindelijk misschien wel de redding, maar Winston Smith verraadt uiteindelijk zelfs zijn grote liefde, zodat hem weinig anders overblijft dan de liefde voor Big Brother.

Behalve een variatie op Misdaad en straf is 1984 natuurlijk ook een boek over het totalitarisme, en hopelijk een dat de politieke boodschap overdreven heeft. Het is wel interessant om te zien hoezeer Orwells boodschap de politieke denker Noam Chomsky heeft beïnvloed — dat ik inmiddels enkele boeken van Chomsky gelezen heb, geeft me ook duidelijk een andere kijk op 1984. Heel belangrijk voor Chomsky is bijvoorbeeld het idee dat in een moderne maatschappij propaganda vooral gericht is op de intellectuele elite. Het is vooral belangrijk dat zij geloven dat de maatschappij goed en rechtvaardig in elkaar zit, ook als ze daarvoor een zekere mentale gymnastiek — doublethink in Orwells wereld — moeten plegen om te geloven dat het land in een rechtvaardige oorlog is verzeild geraakt, ook als er recht voor hun ogen allerlei bewijzen zijn van het tegendeel. Orwell's Problem noemt Chomsky dat: hoe kan het dat we over belangrijke politieke kwesties zo weinig weten ondanks stapels evidentie? In zijn ogen leven we nog steeds in een, misschien wat subtielere, variant van de wereld uit 1984.

Labels: ,

24.8.07

Emily Brontë. Wuthering Heights. London: Penguin, 1983 (1847),

Beroemde boeken die je nog nooit gelezen hebt, daar kun je rare beelden van hebben. Ik wist dat Wuthering Heights een gepassioneerde romantische liefde beschreef, maar ik dacht altijd dat we het dan hadden over twee gelieven die elkaar door o zulke rottige omstandigheden — de milieus lagen elkaar niet, het water was veel te diep — niet konden krijgen. Tot deze week. Dit gaat inderdaad over een grote liefde, maar wel tussen een die zo vurig is, dat het ene slachtoffer na het andere vallen moet, een liefdesgeschiedenis op de rand van horror. Hoera!

Emily Brontë had een groot talent voor het beschrijven van pubers. Er zijn er nogal veel in het boek, eigenlijk is bijna iedereen op het moment dat hij een belangrijke rol te spelen heeft in de puberleeftijd en vertoont puberachtig gedrag.

Op zeker moment wil de jonge Cathy ineens steeds naar haar nog jongere 'geliefde' Linton toe, ook als haar vader en haar huishoudster Ellen Dean, haar met rationele argumenten proberen te overtuigen dat die jongen heel gevaarlijk voor haar is.

'I'm not crying for myself, Ellen,' she answered, 'it's for him. He expected to see me again to-morrow, and there he'll be so disappointed: and he'll wait for me, and I sha'n't come!'

'Nonsense!' said I, 'do you imagine he has thought as much of you as you have of him? Hasn't he Hareton for a companion? Not one in a hundred would weep at losing a relation they had just seen twice, for two afternoons. Linton will conjecture how it is, and trouble himself no further about you.'

'But may I not write a note to tell him why I cannot come?' she asked, rising to her feet. 'And just send those books I promised to lend him? His books are not as nice as mine, and he wanted to have them extremely, when I told him how interesting they were. May I not, Ellen?'

'No, indeed! no, indeed!' replied I with decision. 'Then he would write to you, and there'd never be an end of it. No, Miss Catherine, the acquaintance must be dropped entirely: so papa expects, and I shall see that it is done.'

'But how can one little note - ?' she recommenced, putting on an imploring countenance.

'Silence!' I interrupted. 'We'll not begin with your little notes. Get into bed.'

Die eindeloze inzet van redelijkheid tegenover redelijkheid, zo zijn alle gesprekken tussen pubers en volwassenen. De meeste pubers krijgen in dit boek ook niet echt de kans om op te groeien. Zelfs Heathcliff knakt uiteindelijk onder de stormachtigheid van zijn gevoelens. Alleen de jonge Cathy en haar tweede geliefde Hareton (met zijn afschuwelijke jeugd) maken een kans.

Labels: ,

13.7.07

Ben Elton. Chart Throb. London: Black Swan, 2007 (2006).

Hoe beïnvloedbaar is de televisiekijker? In Chart Throb, de nieuwe satire van Ben Elton, kan de televisiemaker het publiek zelfs zo gek krijgen om in prins Charles de nieuwe grote popster van Engeland te zien. Door kandidaten op de juiste manier te kleden, te interviewen en te beoordelen wordt ieder individu in een Idols-achtig programma gemanipuleerd.

Hoe beïnvloedbaar is de lezer? Ik lees ieder jaar het nieuwste boek van Ben Elton en vind die boeken altijd onderhoudend. Dat vond ik ook van Chart Throb tot ik halverwege op internet wat recensies begon te lezen. Die waren over het algemeen niet zo positief: men vond bijvoorbeeld dat Elton wat teveel op de automatische piloot was overgegaan en dat zijn stijl wat vlak was. Nadat ik dat gelezen heb, begon ik me ook wat minder te amuseren. Inderdaad is het boek misschien wat te lang en hadden er her en der best wat herhalingen uitgekund. Inderdaad is de satire soms wel wat erg grofmazig, en komt niemand echt tot leven. Calvin Simms is bijvoorbeeld de tv-maker en een van de hoofdpersonen, maar zo geobsedeerd met zijn werk dat hij een therapeut nodig heeft om hem erop te wijzen dat de rare gevoelens die hij heeft, dat die weleens op verliefdheid kunnen duiden. Dat iemand die zo goed gevoelens manipuleren kan, bij zichzelf geen verliefdheid kan onderscheiden, dat vergt wel veel van je vermogen te geloven.

Maar eigenlijk is het allemaal onzin, ik heb me ook dit jaar weer prima geamuseerd. Laat de nieuwe Ben Elton maar komen.

Eerder schreef ik hier over The First Casualty, Past mortem en Popcorn van Ben Elton.

Labels: ,

12.7.07

Jane Austen. Pride and Prejudice. Hertfordshire: Wordsworth Editions, 1992 (1813)

In de bioscoop is mijn favoriete genre de romantische komedie: een man en een vrouw hebben een grote hekel aan elkaar maar door de omstandigheden worden ze gedwongen met elkaar om te gaan, en zo worden ze verliefd.

Pride and prejudice is de oermoeder van dit genre, en geldt bovendien nog steeds als een van de populairste Britse boeken aller tijden: een verkiezing van de BBC wees dit boek onlangs aan als 'het boek waarzonder de natie niet kan leven', voor Lord of the Rings en de bijbel. Ook bij het project Gutenberg hoort de gratis elektronische versie tot de populairste titels.

Nou, al die miljoenen lezers hebben inderdaad geen ongelijk: wat een charmant, wat een onderhoudend boek is Pride and prejudice!

Onwillekeurig vergeleek ik het boek tijdens het lezen met Le Rouge et le Noir, dat ik niet zo lang geleden las. Stendhals boek verscheen zeventien jaar na dat van Austen, en allebei de boeken gaan over liefdesrelaties over de barri�res van klasseverschillen heen. Toch konden de verschillen bijna niet groter zijn. Zo is Stendhals boek veel stekeliger en kronkeliger dan dat van Austen, zo laat Stendhal een verteller zijn eigen mening geven, terwijl Austens verteller onzichtbaar haar werk doet, en loopt Stendhals boek dramatisch af, terwijl in n�g weer een andere verkiezing, het eind van Pride and Prejudice werd gekozen tot het beste happy ending aller tijden.

Volgens mij vallen al die verschillen te herleiden tot een fundamenteel verschil. In Pride and prejudice is de samenleving een machientje. Alle personen hebben een duidelijk onderscheiden eigen karakter dat hun precieze plaats in dat machientje bepaalt. Trots en vooroordeel zorgen weliswaar voor haperingen in dat machientje, maar uiteindelijk komt het allemaal toch heus helemaal goed. Austen beschrijft ook nauwelijks personen die alleen zijn; en als ze alleen zijn, denken ze na over andere mensen. Bij Stendhal is het allemaal anders, daar zijn de mensen alleen op de wereld — en dan kan er van een happy ending ineens geen sprake meer zijn.

Labels: ,

27.6.07

Chinua Achebe. Things fall apart. London: Penguin, 2006 (1951).

Ik geef toe: voordat hij eerder dit jaar de Man Booker International Prize won, had ik nog nooit van Chinua Achebe gehoord. Toen ik hem vervolgens googelde, bleek hij op allerlei lijsten voor te komen van 's werelds belangrijkste schrijvers, en zijn boek Things fall apart een plaatsje te hebben op allerlei lijsten met de belangrijkste boeken van dit moment of misschien zelfs aller tijden.

Ik heb het boek meteen besteld en het is inderdaad indrukwekkend. Okonkwo heeft in zijn dorp grote faam verworven als onverschrokken strijder, heel anders dan zijn slappe, laffe vader. Je ziet hem voor je: een man van staal en een man van aanzien, ondanks zijn af en toe onbeheerste aggressie. Iemand die zichzelf een naam heeft verworven als hij per ongeluk tijdens een feest een stamgenoot doodt. Hij wordt volgens de regels voor zeven jaar verbannen, en zou onder andere omstandigheden terug zijn gekeerd en alsnog hebben gestreden voor zijn aanzien. Helaas, de omstandigheden zijn niet anders: we leven aan het eind van de negentiende of het begin van de twintigste eeuw en blanke mannen komen dorpsgenoten bekeren en een nieuw rechts- en regeringssysteem brengen. Okonkwo, de onbuigzame, gaat daaraan tenonder: zijn wereld valt letterlijk uit elkaar, alles waarvoor hij gestreden heeft, gaat ten onder.

Ik geloof niet dat ik ooit zo'n sterk boek over het kolonialisme heb gelezen — sterk vooral omdat de hoofdpersoon helemaal niet zo sympathiek is, maar toch zijn lot niet verdient. Sterk omdat de gekoloniseerden mensen zijn: aardig of niet aardig, stoer of laf, rechtvaardig of onbeheerst — mensen.

Labels: , ,

13.5.07

Bruce Clark. Twice a stranger. How mass expulsion forged Modern Greece and Turkey. London: Granta Books, 2007 (2006).

Na jaren van bloedige oorlog kwamen de jonge Turkse generaal Mustafa Kemal (later genaamd Ataturk) en de Griekse staatsman Eleftherios Venizelos in de vroege jaren twintig van de twintigste eeuw overeen dat er maar ��n uitweg was. De twee jonge landen moesten hun bevolking uitruilen. Zo moesten meer dan een miljoen orthodoxe christenen weg uit Turkije, en ruim een half miljoen moslims uit Griekenland. Die mensen spraken vaak de taal van het land waar ze soms al tientallen generaties woonden, en deelden ook verder alle gebruiken met hun buren, behalve het geloof. In het nieuwe land, hun 'eigenlijke' vaderland werden ze daarom ook vaak op een vreemde manier aangekeken.

Bruce Clark is een voormalig journalist bij de Economist en hij heeft met Twice a stranger een boek geschreven waar ik veel uit heb geleerd. Hij laat uitvoerig zien hoe we zowel Griekenland als Turkije alleen maar kunnen zien als het gevolg van die enorme uitwisseling. Griekenland had maar ongeveer vier miljoen inwoners toen het ineens een extra miljoen de ruimte en mogelijkheden moest geven om een nieuw leven op te bouwen. Turkije kwam ook met honderdduizenden vluchtelingen te zitten, maar zag bovendien een economisch belangrijke groep vertrekken. De wonden die de hele operatie sloeg moesten bovendien tot op de dag van vandaag worden verzwegen, want de offici�le ideologie in beide landen was en is, dat de uitruil op zijn minst nodig was, en eigenlijk ook de nationale zaak ten goede kwam.

Een voorbeeld van dat verzwijgen dat indruk op mij maakte, is dat er in de aanloop naar de Olympische Spelen van 2004 in Griekenland een grote discussie op gang kwam: waar moest de moskee komen waar de islamitische sporters uit alle delen van de wereld zouden kunnen bidden? Volgens Clark wees niemand in die tijd op de grote moskee die midden in de Atheense wijk Monastiraki staat te verpieteren. En ineens dacht ik: ja, inderdaad, daar staat een moskee. Iedere voorbijganger kan zien dat daar helemaal niets mee gebeurd, maar net als miljoenen andere voorbijgangers heb ik daar eigenlijk ook geen enkele keer over nagedacht.

De stijl en de structuur van het boek zijn wat minder, maar er is nog iets wat je uit het boek kunt leren: journalistieke nuance. Als er een onderwerp is waarover het moeilijk is een gebalanceerd boek te schrijven, waarin de verschillende standpunten tot hun recht komen, is het misschien wel de Turks-Griekse uitruil. Ongetwijfeld zullen er aan beide zijden extremisten zijn die dit een verschrikkelijk onrechtvaardig boek vinden, maar mij lijkt het een wonder van evenwichtskunst op het slappe koord. Je ziet alle kanten van het verhaal — en dat maakt het nu juist zo aangrijpend.

Labels: , , , ,

1.3.07

Diane Coyle. The Soulful Science. What Economists Really Do and Why it Matters. Princeton and Oxford: Princeton University Press, 2007.

Diane Coyle heeft een doctoraat van Princeton in de economie en een missie: ze wil de wereld laten zien dat economen heus niet van die droge nerds zijn die meer ge�nteresseerd zijn in wiskundige modellen dan in de alledaagse werkelijkheid. Dat er de afgelopen twintig jaar van alles aan het vak veranderd is. En dat economen soms heel maatschappelijk ge�ngageerd zijn.

Coyle weerlegt daarmee allerlei vooroordelen waarvan ik niet eens wist dat ik die had. In het begin van dat boek is dat een beetje irritant, het is alsof iemand je huis komt binnenstormen om je uit te leggen dat ze heus niet slecht is. Maar gaandeweg begon Coyles verhaal me meer te interesseren, vooral omdat het nebenbei een aantal vragen beantwoordt die wel al in me opgekomen waren. Vooral begreep ik eigenlijk nooit zo goed wat nu eigenlijk de relatie is met aanpalende vakken, zoals sociologie, maar vooral psychologie en biologie. De economische wetenschap gaat immers over menselijk gedrag, dus je zou verwachten dat daar een verband ligt met die andere wetenschappen; maar wat dat verband precies was, daarover had ik tot nu toe niet veel gehoord. Coyle gaat wel op dit soort vragen in, al is het zijdelings. (Mijn eigen idee, niet per se dat van Coyle, is dat de economie specifiek gaat over het rationele deel van de menselijke cognitieve vermogens.)

Coyles boek is daarmee een complement voor Freakonomics: dat laatste boek beschrijft de (micro-)economie vooral als een verzameling methoden, The Soulful Science gaat meer in op het onderwerp van onderzoek, op de vragen die (macro-)economen tegenwoordig bezighouden. Ik begin het al bijna interessant te vinden, die economie.

Labels: , ,

16.2.07

Alain de Botton. Essays in Love. Oxford: Picador, 2006 (1993).

Een man ontmoet een vrouw, ze worden verliefd op elkaar, ze krijgen een relatie, het gaat uit. Dat is het verhaal van Essays in Love, en dan heb ik het nog niet eens zo heel erg ingekort. Toch is dit een van de charmantste en elegantste boekjes die ik in lange tijd gelezen heb. De Botton doorspekt zijn verhaal met allerlei korte beschouwingen over de liefde: waarom wordt hij zo woedend als zij de 'verkeerde' schoenen heeft gekocht, terwijl het hem niets kan schelen dat zijn melkamn op nog veel raardere stappers rondloopt? Wat is het belang van bijnamen? Hoe lijkt iemand die voelt dat hem de liefde ontglipt op een terrorist?

Deze versie van dit boek is onlangs door De Botton lichtelijk herschreven: de eerste versie schreef hij toen hij een jonge twintiger was, en inmiddels is de schrijver ook alweer kaal en ergens in de dertig.

Ik zou nu eigenlijk wel willen weten waar deze versie verschilt van die eerdere, want deze lijkt me af en toe behoorlijk wijs voor iemand van 23. OF, nou ja, ik weet ook eigenlijk niet meer wat ik zelf allemaal dacht in die tijd; en ik weet ook niet of ik nú wel zo goed zou kunnen observeren als De Botton: al die kleine details van de gemoedstoestand, die je meteen weer vergeet omdat je overgaat in een andere gemoedstoestand: als je het leest denk je 'oh ja', maar hoe onthoud je het als niemand ooit eerder Essays in love schreef?

Labels: , ,

23.1.07

Nick Hornby. A Long Way Down. London: Penguin, 2006 (2005).

Er zijn populaire plekken voor zelfmoord: bovenop een toren bijvoorbeeld. Er zijn populaire dagen voor zelfmoord: oudjaarsavond bijvoorbeeld. Wie dus op oudjaarsavond zelfmoord gaat plegen door van een toren in Noord-Londen te springen, moet er rekening mee houden dat hij anderen tegenkomt met hetzelfde plan. Dat gebeurt de vier hoofdpersonen van dit boek van Nick Hornby dan ook: ze komen elkaar tegen, en daardoor verdwijnen de zelfmoordplannen langzaam maar zeker naar de achtergrond.

Ondanks het wat zware thema is dit wel weer een echte Hornby: luchtig, met geschreven met levenslust en taalgevoel (eerder las ik van hem About a Boy en The polysyllabic spree). Je kan je niet aan de indruk onttrekken dat Hornby van het leven houdt, en dat hij daar gelijk aan heeft. Je kan je ook niet aan de indruk onttrekken dat hij de taal liefheeft, en daar heeft hij ook gelijk in.

Soms is dat taalgevoel een beetje storend. Dit verhaal wordt om en om verteld of opgeschreven door de hoofdpersonen (al weet ik niet waarom zij dat opschrijven) en ze hebben allemaal een eigen toontje. Alleen geven ze daar dan ook commentaar op, zoals dat een van hen, Jess, het zo onhandig vindt, dat ze niet weet waar ze de aanhalingstekens moet zetten. Maar dat wordt ruimschoots goedgemaakt door zinnen als:

Jess had called an extraordinary meeting for four o'clock, in the vast and invariably empty basement of the Starbucks in Upper Street, one of those rooms with a lot of sofas and tables that would feel exactly like your living room, if your living room had no windows, and you only ever drank out of paper cups that you never threw away.

Labels: ,

Marina Lewycka. A short history of tractors in Ukrainian. London: Penguin, 2006 (2005).

Ik heb zelden een boek gelezen waarvan de omslag zo misleidend was: 'Extremely funny - The Times', 'Outstanding - Daily Mail', 'Mad and hilarious - Daily Telegraph', staat er op de voorkant, en op de achterkant staan er nog wat van dat soort citaten uit de Britse pers. Maar wat ook de kwaliteiten van dit boek zijn: niet dat het hilarisch grappig is.

De humor vind ik zelfs uiteindelijk een van de zwakke kanten. Natuurlijk is het verhaaltje grappig: een man van 84, die als jongeman vlak na de Tweede Wereldoorlog naar Engeland gekomen is met zijn vrouw, en die enkele jaren geleden weduwe is geworden, denkt dat hij een nieuwe liefde heeft gevonden in een 36-jarige Oekraïense die duidelijk alleen uit is op zijn geld — dat hij niet heeft — en een Brits paspoort — dat ze niet krijgt. Maar Marina Lewycka mist volgens mij het juiste gevoel voor timing en voor toon om het echt grappig te maken, en uiteindelijk gaat het daar ook niet om: veel belangrijker is het achtergrondverhaal van de twee dochters van de bruidegom die proberen een stokje te steken voor de huwelijksplannen van hun vader, en die elkaar daardoor gaandeweg beter gaan begrijpen. Een groot verschil tussen de twee blijkt te zijn dat de een een oorlogskind is geweest, en de ander vlak na de oorlog geboren, en een ander verhaal in dit boek (dat ook duidelijk wordt uit de 'Korte geschiedenis van de tractor' die de vader aan het schrijven is), is het lot van de Oekraïeners in de twintigste eeuw, vermalen tussen Stalin en Hitler. Ik heb daarover dingen gelezen die ik niet wist: dat in de jaren dertig tussen de 7 en de 10 miljoen mensen zijn omgekomen van de honger, omdat Stalin een belachelijk kolchoz-systeem wilde doordrukken en alle voedsel naar Rusland moest worden getransporteerd om daar een goede indruk te maken op de pers. Wie dit boek leest om eens hardop te lachen, komt bedrogen uit. Je moet je hart willen laten breken.

Labels: , ,

20.11.06

Frank Furedi. Waar zijn de intellectuelen? Amsterdam: Meulenhoff, 2006.

Vroeger, ja, vroeger toen had je nog echte intellectuelen. Concrete voorbeelden geeft Frank Furedi er niet van in zijn boek Waar zijn de intellectuelen?, maar in ieder geval zijn ze er volgens hem geweest. Tegenwoordig heb je eigenlijk alleen nog maar professionals, die tussen negen en vijf hoofdarbeid verrichten. Zoals de hele maatschappij trouwens er almaar dommer op is geworden: de universiteiten en de politiek bijvoorbeeld, waar men het inmiddels tot het hoogste doel is gaan rekenen dat de studenten, respectievelijk de kiezers, maar een beetje tevreden zijn.

Tja. Ik houd niet zo van dit soort verhalen waarin maar wordt beweerd dat vroeger, ja vroeger alles zo prachtig was en dat we nu tenonder gaan in verloedering. Vooral als de auteur op geen enkele manier bijvoorbeeld met cijfers of anderssoortige argumenten anders dan de eigen retorica probeert aan te tonen dat er inderdaad iets aan de hand is. Toch heb ik dit boekje uiteindelijk uitgelezen: de bureaucratisering van de universiteit, de stupiditeit van de televisie, het onvermogen van de politiek om belangrijk te zijn, dat zijn uiteindelijk toch thema's die me interesseren.

Labels: ,

27.10.06

Vikram Seth. An Equal Music. London: Phoenix, 1999.

Een violist uit Noord-Engeland in een strijkkwartet heeft tien jaar geleden zijn eerste liefde beleefd met een pianiste. Ineens duikt zij weer op in zijn leven. Ze blijkt doof geworden te zijn, maar dat kan ze heel goed verbergen: met het praten doordat ze kan liplezen en met het samenspelen doordat ze het muzikale equivalent daarvan beheerst — ze kan de bewegingen lezen die haar medemuzikanten maken, en zo kan ze zelfs met het strijkkwartet van de violist optreden in het Forellenkwintet van Schubert. Maar de liefde is gedoemd: hij heeft haar tien jaar geleden verlaten, en is haar nooit vergeten; maar zij werd door dat verlaten indertijd verscheurd, en is inmiddels getrouwd en heeft een kind.

Wat een prachtig boek is dit — wat een toon heeft Seth. Doordat het boek over muziek gaat, ben je geneigd te denken dat die toon muzikaal is, maar zo is het geloof ik toch niet: het is meer een licht melancholieke prozatoon. En ondertussen een verbluffend verhaal verteld, ook al zo licht melancholiek, met fraaie scènes.

Een goede schrijver is een beetje een goochelaar, die je dingen pas laat zien als hij dat wil. In An Equal Music is er sprake van een strijktrio van Beethoven dat de violist vroeger met zijn geliefde en een vriendin van haar speelde. Op een bepaald moment komt de violist erachter dat Beethoven dat trio aan het eind van zijn leven heeft omgeschreven tot een strijkkwintet. Hij beweegt hemel en aarde om die bewerking op de plaat te krijgen en vindt het uiteindelijk in een tweedehandsplatenzaak. Dolgelukkig rijdt hij met de bus door Londen naar huis. Ineens ziet hij in een bus die de omgekeerde richting oprijdt zijn geliefde die hij tien jaar niet gezien heeft. Hij gaat de bus uit en probeert haar met een taxi te volgen — tevergeefs, de taxi komt niet door het verkeer. Uiteindelijk rent hij ook de taxi uit, zo kan hij de bus nog net bereiken, maar ze zit er niet meer in. Pas op dat moment komt hij er achter dat hij ook de plaat in de taxi heeft laten liggen. Bij veel andere schrijvers zou je dat als lezer al meteen in de gaten hebben, dat hij die plaat niet meeneemt; Seth weet je zo af te leiden dat je er pas samen met de hoofdpersoon achter komt. Totale ontreddering, een prachtig gevoel van alles verloren te hebben.

Labels: ,

4.10.06

Ian Buruma. Murder in Amsterdam. The death of Theo van Gogh and the limits of tolerance. London: Atlantic Books, 2006.

Ian Buruma is een bekende Engels-Amerikaanse essayist, maar ook een Nederlander. Zo iemand moest wel een boek schrijven over Nederland in de verwarrende periode. Iemand die er van een afstandje maar met een heleboel achtergrondkennis naar kijkt, iemand die de Nederlandse volksaard wel kent, maar er ook weer niet zo dicht bovenop zit dat hij overal bij betrokken is. Lang leve Ian Buruma, dus, dat hij 'zijn verantwoordelijkheid genomen heeft'.

Maar wat een teleurstellend resultaat. Buruma heeft een jaar in zijn vaderland geleefd en daar met de gebruikelijke mensen gesproken — Geert Wilders, Theo Holleman, Ahmed Aboutaleb — en komt eigenlijk ook niet veel verder dan wat algemene observaties. Een enkele keer probeert hij wel wat dieper te graven, maar dat overtuigt mij eigenlijk niet. Zo schrijft hij dat schuldgevoelens over wat er in de oorlog gebeurd is aan beide kanten een belangrijke rol speelden. Nu geeft hij daar ook enkele bizarre voorbeelden van — joden en NSB'ers als één scheldwoord gebruikt — maar het verklaart niet waarom het zestig jaar na dato ineens tot allerlei uitbarstingen zou komen.

Het soort verklaring dat ik eigenlijk nog nooit gelezen heb, is dat van de verveling. Ik begrijp wel dat het cynisch klinkt: de opkomst van een extreem-rechtse politicus, twee moorden, zeer verhitte debatten allerwege — en dat alles omdat men niets anders omhanden had? Natuurlijk waren er ook andere factoren — vooral van onbehagen, over 11 september, over de paarse kabinetten, over de immigratie. Maar ik zou geloof ik wel durven beweren dat al dat onbehagen in Nederland eigenlijk nog niet eens zo groot was, maar dat het zich in eerste instantie rond Pim Fortuyn kristalliseerde, omdat je je bij die man tenminste niet hoefde te vervelen, net zo min als bij Theo van Gogh. En dat in ieder geval jongens als Mohammed Bouyeri zich ook in de islam verdiepten om iets te doen te hebben. De jaren negentig waren voor veel mensen misschien wel wat saai, alles ging zo goed, iedereen was het in grote lijnen met elkaar eens. Wat je over de afgelopen jaren ook kunt zeggen, saai waren ze in ieder geval niet, voor Nederlandse begrippen.

Labels: , ,

5.8.06

Ian McEwan. Saturday. London: Vintage, 2006 (2005).

Henry Perowne is een neurochirurg in Londen. Op de dag van een grote demonstratie tegen de oorlog in Irak — 15 februari 2003 — bezoekt hij zijn demente moeder, speelt hij squash tegen een collega, en krijgt hij zijn dochter en zijn schoonvader te eten. Maar op diezelfde dag is er ook een indringer: een jongeman tegen wie hij aanbotst met zijn auto en die later op uiterst aggressieve manier verhaal komt halen: tijdens het etentje dringt hij binnen, slaat schoonvader op zijn neus en dwingt de dochter zich uit te kleden. Uiteindelijk lukt het Henry en zijn zoon om de indringer van de trap te gooien; hij krijgt daardoor hersenletsel en moet worden geopereerd. Door wie? Juist.

Hoe is het om te leven aan het begin van de eenentwintigste eeuw, in een stad als Londen? Volgens McEwan bestaat dat gevoel uit de details: operaties, squash, koken, alles wordt met veel bijna specialistische omhaal beschreven. Dat is af en toe eenvoudigweg een beetje saai, maar dat deert de schrijver geloof ik niet.

En het loopt allemaal ook nog eens goed af: de cultuur overwint alles.

Labels: ,

8.7.06

Ben Elton. The First Casualty. London: Black Swan, 2006 (2005).

Ben Elton schrijft ieder jaar een onderhoudend boek, en ik lees het als het in paperback verschijnt. Zo schreef ik hier al eerder over Past Mortem en Popcorn.

Terwijl die vorige boeken allemaal behalve detectives vooral ook satires waren op eigenaardigheden van onze eigen maatschappij en onze eigen tijd, gaat dit boek over de Eerste Wereldoorlog. Een uiterst rechtlijnige politieman weigert voor Engeland te gaan vechten omdat hij de zin niet inziet van al het moorden dat er gebeurt op de slachtvelden. Hij wordt daarom in de gevangenis gegooid en merkt dat werkelijk iedereen hem veracht om zijn standpunt, ook de gevangenen en zelfs de andere politieke gevangenen. Omdat hij ook nog eens op een cel wordt geplaatst met mensen die hij vroeger zelf de gevangenis heeft ingeholpen, ziet het ernaar uit dat hij niet lang te leven heeft. Maar dan wordt hij door het leger uit de gevangenis ontvoerd: hij moet een politiek gevoelige moordzaak oplossen die zich in Frankrijk rondom een Britse officier, een zoon van een vooraanstaand conservatief politicus, heeft voorgedaan. Zo komt hij toch nog aan het front terecht, waar hij, terwijl de doden in bosjes om hem heen vallen, de doodsoorzaak van ��n man probeert op te lossen.

Boeken over de Grote Oorlog zijn in de mode, of in ieder geval struikel ik erover. Zo las ik vorig jaar Les âmes grises van Philippe Claudel, dat ook al gaat over een detective die een moord moet oplossen in de tijd van het grote slachten. Eltons boek is veel absurder: alle essentiële gesprekken die de detective voert, gebeuren aan de frontlinies, terwijl om hem heen de soldaten de Duitse loopgraven bestormen, vastzitten in een modderige kuil of anderszins aan het moorden zijn. Ook de detective zelf kan niet anders dan af en toe iemand doodschieten, terwijl hij eigenlijk op zoek was naar het moordwapen (dat door een officier meteen weer in gebruik genomen was).

Af en toe wringt het wel een beetje, en is het misschien allemaal iets te geconstrueerd. Elton heeft duidelijk een tour de force uitgehaald door een klassiek soort detectiveonderzoek zich tegen deze achtergrond te laten afspelen. Het is af en toe allemaal wel wat veel van het goede, en als ik rondkijk op het internet, zie ik vooral slechte recensies. Maar ik heb toch weer een geslaagde middag gehad.

Labels: ,

2.5.06

Sofka Zinovieff. Eurydice Street. A Place in Athens. London: Granta, 2004.

Een buitenlander die vertelt over haar wederwaardigheden: dat is een moeilijk genre. Al heel snel worden er allerlei op zich vrij onbelangrijke exotica opgedist — Nederlanders doen de gordijnen nooit dicht —, of clichés over het land in kwestie die misschien twintig jaar geleden nog golden — Nederlanders zijn tolerant — en zo voort. Sofka Zinovieff is in geen van die valkuilen getrapt. Ze was dan ook uitermate geschikt om een modern boek over de Grieken te schrijven. Zo heeft ze zelf geen eenduidige nationale achtergrond: haar vader was Russisch, haar moeder Brits. Zo kende ze Griekenland en het Grieks al heel goed: ze had er eerder een paar jaar gewoond en haar echtgenoot is Grieks, hoewel hij ook al zo'n wereldreiziger is. Bovendien is ze ook nog antropologe en dan precies een van de soort die dit soort boeken moet schrijven: ze observeert, en oordeelt niet echt. Wat je wilt weten, wordt uitgelegd, maar tegelijkertijd wordt er nergens overdreven over gedaan -- niet over de oudheid, niet over de Turken of de Albaniërs, niet over de eigenheid van de moderne Griekse cultuur en niet over alles wat het deelt met andere culturen.

Labels: , ,

20.3.06

George Steiner. Tolstoy or Dostoyevsky. An essay in contrast. London/Boston: Faber and Faber, 1980 (1959).

Over dit boek heb ik in zekere zin vele jaren gedaan. Bijna vijftien jaar geleden overleed mijn grootvader, en onder andere omdat hij een bewonderaar was van Steiner (die hij op de televisie had gezien) haalde ik dit boek uit zijn erfenis. In 350 bladzijden zet Steiner twee werelden tegenover elkaar: die van Tolstoy en die van Dostojefski. Maar toen ik vijftien jaar geleden begon te lezen, merkte ik al snel dat het niet veel zin had om zoveel geleerdheid te verstouwen als je nog niets of bijna niets van beide schrijvers gelezen hebt.

Inmiddels heb ik heel veel van Tolstoj gelezen — in ieder geval alle grote romans — en van Dostojefski toch in ieder geval De gebroeders Karamazov en wat kleiner werk, dus nu kon ik deze studie eindelijk voltooien.

Ik begrijp wel waarom iemand een bewonderaar is van Steiner. Wat weet die man veel, wat heeft hij veel gezien in de boeken die hij gelezen heeft, en wat schrijft hij zelf elegant. Hoewel sommige van de tegenstellingen die Steiner signaleert niet zo vreselijk moeilijk te vinden zijn — Tolstojs personages zijn kalmer dan die van Dostojefski — ben ik vooral over Dostojefski wel wat meer te weten gekomen. Dat hij de eerste schrijver was die het geestesleven van zijn personages als zijn centrale onderwerp nam, zo had ik dat gek genoeg nog niet gezien. Ik moet wat meer Dostojefski lezen, want ik ben met Steiner nog lang niet klaar.

Labels: , ,

4.11.05

Tony Faber. Stradivarius. Five violins, one cello and a genius. London: Pan Books, 2004.

Antonio Stradivari was een succesvolle houtsnijder die pas op latere leeftijd het aandurfde zich helemaal op de viool te richten. Die toen nog jarenlang moest experimenteren voor hij de ideale vorm gevonden had, en die een soort vernis gebruikte dat iedereen in zijn stad kende, maar dat inmiddels volkomen onbekend is geworden. Zijn violen en cello's stonden in eigen tijd nog lang niet zo hoog aangeschreven als nu; ze werden eigenlijk populair doordat min of meer toevallig een bepaalde stijl van vioolspelen doorbrak, en doordat Stradivariusviolen daar zeer geschikt voor bleken.

Ik ben wel ge�nteresseerd in muziek, maar lees er niet vaak boeken over. Stradivarius is heel prettig geschreven en zit vol vaart: zowel het leven van de vioolbouwer als de gang van zes van zijn instrumenten worden verteld en gaandeweg ben ik veel te weten gekomen dat ik nog niet wist: dat Stradivarius pas tot de tweede generatie van vioolbouwers behoorde, omdat het instrument niet veel eerder werd uitgevonden; dat de kwaliteit van sommige Stradivariusviolen snel achteruit gaat, en het met de prijzen ook al niet zo wil vlotten; en dat we nog steeds niet weten hoet het nu eigenlijk zit met die lak.

Labels: , , ,

8.8.05

Mark Mazower. The Balkans. From the end of Byzantium to the present day. London: Phoenix, 2001.

Dit is een heel korte inleiding in de geschiedenis van een van de woeligste gebieden van Europa. Op de Balkans hebben de oosterse (islamitische) en de westerse (christelijke) wereld eeuwenlang op elkaar gestoten. Mazower laat overigens zien dat dit de meeste tijd en voor de meeste mensen helemaal niet tot veel problemen geleid heeft. Integendeel, veel boeren namen onbekommerd gebruiken van hun buren over ("wij zijn moslims van de maagd Maria"), zozeer dat de autoriteiten zich geregeld zorgen maakten over de 'onwetendheid' van hun schaapjes.

Mazower legt de nadruk sterk op de wederwaardigheden van de gewone man: wat dacht en voelde die bij alle gebeurtenissen. Omdat dit boek nogal kort is voor een dusdanig lange periode — vanaf het Byzantijnse rijk tot nu — en een zo groot gebied — omdat de Balkan nooit een eiland is geweest, is het ook van belang wat er in Turkije en in West-Europa gebeurde — maakt Mazower daarbij wel af en toe gebaren die wel heel erg groot zijn. Toch heb ik veel geleerd; Mazowers stijl is prettig en alle citaten over het dagelijks leven maken dit een toegankelijk boek.

Labels: , ,

18.7.05

David Lodge. Author, author. London: Penguin, 2005 (2004).

De romans van de schrijver Henry James verkopen niet, en daarom droomt hij ervan een gevierde toneelschrijver te worden. Hij vestigt al zijn hoop op die carrière, maar het loopt erop uit dat hij wordt uitgejouwd. Ondertussen hebben mindere literaire helden wel grote successen -- zoals zijn vriend George Du Maurier, 'eigenlijk' een tekenaar, die echter om geld te verdienen een roman schrijft (Trilby) en daarmee ongehoord populair wordt.

Author, author is een verhaal over ambitie en mislukkingen en over vriendschap. Alle getob van James, die zo zijn best doet en zoveel ziet mislukken, en die zoveel afstand tot de mensen probeert te bewaren en er tegelijk soms zo dichtbij komt, wordt op een meesterlijke manier uiteengezet.

Dit is een prachtig boek. Van David Lodge had ik al de vrolijke romans Changing Places en Small World en de iets minder geslaagde Nice Work en Thinks gelezen. Maar dit is met die boeken niet te vergelijken, een meesterwerk. Het is daarbij natuurlijk toch ook heel roerend dat iemand die zelf waarschijnlijk veel meer boeken heeft verkocht dan James — die daarmee eigenlijk een beetje meer lijkt op Du Maurier — en die zo'n hommage aan dit in eigen ogen miskende talent heeft willen brengen. In de laatste zin spreekt de verteller tot zijn hoofdpersoon in de hemel: "Henry, wherever you are — take a bow ". En dan lopen de rillingen over je rug.

Nu ga ik natuurlijk Henry James lezen.

Labels: , ,

8.7.05

Francis Wheen. How mumbo-jumbo conquered the world. London: Harper, 2004.

Volgens Francis Wheen is er sinds Margaret Thatcher en Ayatollah Khomeini tegelijkertijd aan de macht kwamen steeds meer onzin op de wereld gekomen. Hij 'bewijst' dat door een boek te schrijven die een lange catalogus bezit van alles wat hij voor onzin houdt: zelfhulpboeken, de economische politiek van Ronald Reagan, astrologie, postmodernisme, Deepak Chopra, de internet-hype, ufologie, Enron, de verering van prinses Diana, de Derde Weg, de politieke idee�n van Noam Chomsky. Dat is in het begin amusant om te lezen, vooral als je veel van die dingen zelf ook onzin vindt. En het is altijd prettig om te weten dat er mensen zijn die nog pal willen staan voor de ratio en de Verlichting. Maar na een tijdje begint het toch een beetje te vervelen, vooral omdat er geen enkele poging wordt gedaan tot het geven van enige analyse waarom men in de afgelopen twintig jaar zoveel gevoeliger zou zijn geworden voor onzin. Zelfs toont Wheen niet aan dat het nu erger is dan pakweg vijftig of honderd jaar geleden: toen was er toch ook een heleboel onzin, zeker? En zo is dit boek voor een deel geworden wat het zelf bestrijdt: geschreeuw zonder veel nadenken.

Labels: ,

4.6.05

Timothy Garton Ash. Free world. Why a crisis in the West reveals the opportunity of our time. London: Penguin, 2005 (2004).

Artikelen van Garton Ash over de oorlog in Irak en over de verhouding tussen Amerika en Europa in de New York Review of Book heb ik met veel plezier gelezen -- maar ik kan niet anders zeggen dan dat dit boek me tegengevallen is. Amerika en Europa verschillen cultureel helemaal niet zoveel van elkaar, dat lijkt de boodschap van dit boek te zijn, het ligt allemaal veel genuanceerder. En trouwens, als ze wel van elkaar verschillen, vullen ze elkaar aan. Frankrijk en Engeland verschillen trouwens ook niet zoveel van elkaar. Het ligt allemaal een stuk genuanceerder, begrijpt u. In het tweede deel ontheelt Garton Ash een toekomstvisie, en dat is een heel degelijke, sociaal-democratische. We moeten proberen elkaar te begrijpen, we moeten proberen de landen die zuchten onder een dictatuur heel voorzichtig (zonder militair ingrijpen) de vrijheid te brengen, we moeten wat doen aan de armoede in de wereld, en dan vooral in het Arabische deel ervan. Heel redelijk allemaal, maar het verrast nooit en zet je (dus) ook nooit aan het denken.

Labels: ,

14.5.05

Panos Karnezis. The Maze. London: Vintage, 2005 (2004).

Het Franse tijdschrift (en website) Lire had niet zo lang geleden een lijstje met jonge Europese auteurs die de toekomst van de romankunst in Europa zouden vertegenwoordigen. Uit dat lijstje koos ik Panos Karnezis, een Griekse jongeling — haha, hij is in hetzelfde jaar geboren als ik — die in Londen woont en in het Engels schrijft. En wat voor Engels! Hij lijkt potdorie Joseph Conrad wel. Net als veel immigrantenschrijvers heeft hij een enorm bloemrijke stijl, vol met woorden die je moet opzoeken in je woordenboek, maar in dit geval leidt dat in het geheel niet af van het verhaal. En het verhaal is prachtig, hartverscheurend.

Een leger Grieken dat er na de Eerste Wereldoorlog opuit is gestuurd om ervoor te zorgen dat Asia Minor weer in Griekse handen kwam, zwerft na in 1922 jammerlijk verslagen te zijn, een tijdje door de woestijn tot het in een dorpje terechtkomt dat tot dan toe van de oorlog verschoond is gebleven. Zowel in het leger als in het dorpje vinden we opmerkelijke figuren: een aan de morfine en de Griekse mythologie verslaafde brigadier, een pope die uit stelen gaat om voorzien te blijven van hosties, wijn en een bijbel, een majoor die stiekem tot de communistische revolutie oproept en een burgemeester die wil trouwen met een Franse prostituée. Als het leger het dorp overneemt, komt het allemaal samen, en vinden alle frustraties en schuldgevoelens over het mislukken van de oorlog een gewelddadige uitweg, die ervoor zorgt dat niemand meer wil blijven en iedereen naar zee wil, of naar het 'moederland'. Maar behalve een boek over de verschrikkingen van de oorlog, is het vooral ook een boek over onbegrip: niemand begrijpt een ander. En het grootste onbegrip speelt daarbij een dreigende permanente rol op de achtergrond: dat tussen Turken en Grieken. Dat is op een knappe manier gedaan: er komt bijvoorbeeld geen enkel Turks individu in voor (wel een Arabier van wie sommigen denken dat hij een Turk is), maar in het allerlaatste hoofdstuk, als alle Grieken zijn weggevlucht komen de 'moslims', nog altijd naamloos, uit hun sloppenwijken, en doen waar iedereen altijd al bang voor was: ze nemen wraak voor wat hen is aangedaan.

Labels: , ,

2.4.05

Nick Hornby. The polysyllabic spree

Nick Hornby. The polysyllabic spree. San Francisco: Believer Books, 2004.

Waarom eraan begonnen: Nick Hornby is een schrijver van amusante romans: About a boy, High fidelity en How to be good heb ik de afgelopen jaren gelezen en allemaal met plezier. Dit is een boek over lezen, en ik houd van lezen. Het is zoiets als dit weblog, maar dan beter. Het inspireert me in ieder geval om hier voortaan beter mijn best op te doen op deze rubriek; ook omdat ik begin te merken dat ze gelezen worden. Wat gaan we nu krijgen! Om te beginnen er wat structuur in aan te brengen — al is dat dan ook niet rechtstreeks door deze stukjes geïnspireerd, want die hebben niet zo'n structuur. Wat is het toch leuk om te lezen — toch wel bijna het leukste wat er is.

Wat: The polysyllabic spree is een verzameling maandelijkse columns die Hornby in 2003 en 2004 schreef voor het Amerikaanse tijdschrift The Believer. Elke maand beschrijft Hornby welke boeken hij gekocht, en welke hij gelezen heeft.

Er zijn schrijvers die zich erop laten voorstaan nooit een boek te lezen, of nooit een roman te lezen, of nooit een roman van tijdgenoten te lezen. Dat soort schrijvers, daar houd ik niet zo van. 'Een taartenbakker eet ook nooit taart', heeft Harry Mulisch geloof ik weleens gezegd, maar dat is natuurlijk onzin: een goede taartenbakker gaat elke taartenwinkel binnen die hij tegenkomt, lijkt mij. Een goede taartenbakker eet alleen zijn eigen taarten misschien niet, maar dat is iets anders. Hornby is een taartenbakker die echt van taarten houdt.

En dit boek is zo goed, zo grappig! Ik heb het grotendeels in het vliegtuig gelezen — tijdens een vlucht van Amsterdam naar Genève heb je het allemaal gelezen. Naast me werd een man niet helemaal goed, maar ik moest hardop lachen.

Het mooiste boek dat Hornby gelezen heeft in het jaar dat hij beschrijft: David Copperfield. Dat is ook al zo'n aardig aspect van dit boek. Hij laat duidelijk merken dat hij Charles Dickens een van de beste Engelse schrijvers aller tijden vindt, maar hij schaamt zich er niet voor om op te schrijven dat hij dat boek nog nooit eerder las. Ik heb geloof ik ook nog nooit een boek van Dickens helemaal uitgelezen, laat ik dat dan ook maar opbiechten — en proberen binnenkort maar eens aan David Copperfield te beginnen. Merkwaardig is wel dat hij alleen maar boeken in het Engels lijkt te lezen. Zelfs vertalingen ben ik geloof ik niet tegengekomen. Misschien zou hij dat dan toch ook eens moeten proberen.

Citaten:

«Being a reader is sort of like being president, except reading involves fewer state dinners, usually. You have this agenda you want to get through, but you get distracted by life events, e.g. books arriving in the mail/World War III, and you are temporarily deflected from your chosen path.»

Over de redactie van The Believer (deze redactie noemt hij The polysyllabic spree en een running gag is dat hij ze als een sekte beschrijft):

«The Spree all live together in Believer Towers, high up in the hills somewhere; they spend their days reading Montaigne's essays aloud to each other (and laughing ostentatiously at the funny bits), shooting at people who own TV sets, and mourning the death of every single writer since the Gawain-Poet, in chronological order. When I first met them, they'd got up to Gerard Manley Hopkins. (...) I was impressed by their seriousness, and their progressive sexual relationships, but they really did 't seem like my kind of people.

And yet here we are, still. I'm beginning to see through the white robes to the people beneath, as it were, and they're really not so bad, once you get past the incense, the vegan food, and the communal showers.»

Labels: ,

15.3.05

Ben Elton. Past mortem

Ben Elton. Past mortem. London: Bantam Press, 2004.

Een vrijgezelle privé-detective gaat via internet op zoek naar verloren liefdes van de middelbare school en komt zo in aanraking met hun mislukte levens. Hij merkt dat sommige mensen nooit van die middelbare school los komen; ook in zijn werk, waar hij ontdekt dat er een seriemoordenaar aan het werk is die allerlei voormalige pestkoppen op een gruwelijke manier vermoordt: door precies dat te doen wat zij ooit hun slachtoffers aandeden, tot de dood erop volgt. Dat raakt ook aan zijn eigen leven, want hij gaat ondertussen naar bed met zowel het populairste meisje van zijn klas indertijd, in de jaren tachtig, als met een punkerig meisje dat hij indertijd als zijn beste vriendin beschouwde. De laatste blijkt getreiterd te zijn door de eerste, en de eerste moet dit nu met de dood bekopen. De seriemoordenaar vindt zijn slachtoffers via het Engelse equivalent van schoolbanken.nl, waar sommige scholieren hun beklag doen over het gedrag van anderen.

Nu heb ik warempel een Engelse detective gelezen, met zo'n echt Britse Detective Inspector met al zijn frustratietjes en wanhoopjes die het raadsel uiteindelijk toch nog ontsluiert. Een waarbij je de ontknoping al ver van te voren ziet aan komen bovendien. Een die wordt opgeluisterd met zeer onsmakelijke moorden en zo mogelijk nog onsmakelijker seks. Toch leest het boek als een trein, ik heb het in anderhalve avond uitgelezen en zodra er een nieuwe Ben Elton is grijp ik er ook naar. Hij schrijft grappig en onderhoudend en er is weinig waar je over valt omdat het zo onlogisch is of raar opgeschreven. (Het vorige boek dat ik van hem las was Popcorn).

Labels: ,

27.11.04

Stephen Fry. The stars' tennis balls

Stephen Fry. The stars' tennis balls. London: Arrow Books, 2001.

Waarom verzint iemand zo'n absurd verhaal? Een zeventienjarige Engelse jongen die naar Oxford zou gaan krijgt van een stervende man een brief die hij ergens moet bezorgen, maar een paar van zijn vrienden stoppen wat drugs in zijn jasje en geven hem aan bij de politie. Die vinden dan ook de brief, die van een terroristische organisatie blijkt te zijn. De ondervragende politieman komt er echter achter dat de geadresseerde van de brief zijn eigen moeder is. Hij verdonkeremaant het bewijs en stopt de jongen twintig jaar in een gekkenhuis. Daar ontmoet hij een oude man van wie hij negen talen leert, en techniek, en schaken en van wie hij bovendien enkele honderden miljoenen euro's erft. Daarmee zet hij een groot internetbedrijf op, en bovendien neemt hij bloederig wraak op zijn vrienden en de politieman voor hij, uit eigen vrije wil, weer teruggaat naar het gekkenhuis.

Een van de thema's van het boek is: wat betekent het om 'Brits' te zijn? Dat is in ieder geval een echt Brits thema. Ik ken nauwelijks boeken in het Duits, Frans of Nederlands over de vraag wat het betekent Duits, Nederlands of Frans te zijn. Waarom zijn de Britten daar wel zo mee bezig? De Amerikanen hebben het trouwens ook - The plot against America van Roth gaat bijvoorbeeld deels ook over de vraag wat het betekent Amerikaans te zijn.

Het grootste deel van het boek is het een grappig, luchtig verhaal zoals er in het Engels (gelukkig) zo veel zijn -- een wat melancholischer versie van Ben Elton -- maar na verloop van tijd ontpopt de hoofdpersoon zich tot een genadeloze wreker. Dan wordt het ook wat minder leuk, al heb ik het wel in één lange treinreis uitgelezen. Al is het maar omdat er ook nog een hartverscheurend (zij het volkomen absurd) liefdesverhaal verteld wordt.

Labels: ,

17.9.04

Ben Elton. Popcorn

Ben Elton. Popcorn. London: Black Swan, 2003 (1996).

Een filmregisseur krijgt een Oscar voor films waarin bij wijze van semi-kunstzinnig amusement op een bloemrijke manier gemoord en gemarteld wordt. In de nacht die daarop volgt wordt hij ineens geconfronteerd met twee mensen die fan zijn van zijn films en zelf inmiddels ook al tientallen mensen op een willekeurige manier van het leven hebben beroofd. En ze willen dat hij op de tv gaat uitleggen dat dit allemaal zijn schuld is!

Dit is een amusementsboek zoals een amusementsboek hoort te zijn: grappig (hoewel niet 'hilarious' zoals het omslag beweert) en strak. En tegelijkertijd wordt je aan het denken gezet over een op het eerste gezicht volkomen uitgekauwd onderwerp als: hoe lollig is al dat geweld in de films van, zeg, Quentin Tarantino? Waarom wil iedereen zo graag slachtoffer zijn en wil niemand de verantwoordelijkheid nemen voor zijn daden? En als iemand op de tv zou zeggen: als binnen 90 seconden niet iedereen de tv heeft uitgezet, schiet ik iemand dood, zou jij dan binnen 90 seconden de tv uitzetten? En zou je achteraf de tv-maatschappijen aanklagen als bleek dat de moord inderdaad gepleegd werd, vanwege het verschrikkelijke morele dilemma waar je voor gesteld was?

Labels: ,

27.5.04

This doesn't prove anything

{p} Mark Haddon. The curious incident of the dog in the night-time. New York: Vintage, 2004 (2003).

Ik herinner me dat er klachten waren over Rain man: de autistische man in die film is een idiot die wel heel erg savant is; zowat elke gave die een autist eventueel zou kunnen hebben, heeft Dustin Hoffman. Misschien hebben mensen die kritiek ook wel op dit boek, want de Christopher die het verhaal hier vertelt is een wiskundegenie �n kan goed tekenen, en ook nog eens hoofdrekenen, en zo meer. Toch vervalt dit bezwaar onmiddellijk, want dit boek is nu eenmaal een prachtig verhaal over een bijzondere jongen. En bijzonder ben je niet zomaar.

Sommige dingen zijn heel knap gedaan: hoe kan een autist nu ooit een roman schrijven? In een interview vertelt de schrijver dat hij daar lang over moest nadenken, voor hij de truc vond om de jongen een fan van Sherlock Holmes te laten zijn, die nu eenmaal ook zoiets wil vertellen. En heel knap is ook hoe je door de nietbegrijpende ogen van Christopher ook de wanhoop van zijn ouders kunt zien. Maar terwijl je het leest, denk je daar allemaal niet aan, maar laat je je meeslepen door het meeslepende, grappige en humoristische verhaal van een jongen die langzaam achter grotere geheimen komt dan hij eigenlijk aankan en dan een groter avontuur (een reisje van Swindon naar Londen) meemaakt dan hij ooit had willen beleven.

Maar het allermooiste vind ik misschien nog wel de appendix, waarin Christopher zijn antwoord geeft op zijn favoriete wiskundevraagstuk. Tegelijkertijd merk je hoe slim de jongen is, en hoe vreemd: "This can also be shown by means of the following graph (but this doesn't prove anything)."

Labels: ,

12.4.04

O, hoed u voor jaloezie

{p} William Shakespeare. Othello. Vertaald en van commentaar voorzien door Hafid Bouazza. Amsterdam, Prometheus, 2003.

Dit is heel duidelijk de Othello van ��n persoon, van H. Bouazza. Hij heeft de tekst vertaald en gelardeerd met extra verwijzingen naar de Arabische cultuur van Othello, en her en der wat klassieke Arabische gedichten ingevoegd. Nou goed, daarvan zou je nog kunnen zeggen dat het een bepaald aspect van dit stuk wat meer belicht, en het stuk wat meer laat gaan over de multiculturele maatschappij. Maar tegelijkertijd is de vertaling een essay over de opera Otello van Verdi; regelmatig wordt naar dit stuk verwezen in voetnoten, maar ik zie niet dat dit iets te maken heeft met de Arabische cultuur. Ook staat ergens, op niets af, ineens een verwijzing naar een stripverhaal (Lucky Luke). Als dit allemaal ingebed zou zijn in nog veel meer verwijzingen naar van alles en nog wat, zou het een encyclopedie zijn. Maar bij het bovenstaande blijft het zo'n beetje.

Ik vind dat overigens helemaal niet erg, het heeft wel iets aardigs om zo'n stuk door de ogen van een persoon te zien. De combinatie van vertaling en essay werkt heel goed, en bovendien leest de vertaling op zich prettig.

Vreemd is wel dat op de flap staat dat Iago wraak neemt op Othello omdat hij ervoor verantwoordelijk is dat Iago een benoeming tot luitenant misloopt. Bouazza's verklaring is veel genuanceerder, en komt er onder andere op neer dat Iago zelf ook een vreemdeling (een Spanjaard) is, die het niet kan verdragen dat Othello zo succesvol is. Dat maakt hij ook wel aannemelijk, vind ik.

Labels: , ,

21.1.03

{P} Jasper Fforde. Lost in a good book. UK Trade Paperback First. Echt zo'n boek dat je koopt op het vliegveld. Het wil ontzettend graag grappig zijn, hilarisch zelfs, zoals de Hitchhiker's Guide to the Galaxy, maar ik vond het alleen maar raar, bedacht. Er bleef niks hangen. Toen ik uit het vliegtuig stapte heb ik besloten het op Schiphol ergens neer te leggen. Wie weet is het gevonden door iemand die het wel grappig vond.

Labels: ,

{P}. Michael White. Leonardo. The First Scientist. New York: St. Martin's Griffin, 2000. Als ik had opgelet, had ik dit boek niet gekocht, want het andere boek van White dat ik las vond ik ook al niet geweldig. Maar ik had niet opgelet en het leek me een aardig en interessant onderwerp. Dat is Leonardo da Vinci ook, maar niet als er de hele tijd een mannetje voor gaat staan, die zegt dat Leonardo een groot genie is en dat we zijn eigenaardigheden wel in het licht van zijn tijd moeten zien. Leonardo was wel degelijk een echte ' scientist', ook al was hij niet erg goed in wiskunde. Dat je goed moet zijn in wiskunde als 'scientist' is namelijk een moderne uitvinding, die in Leonardo's tijd nog niet gold. Dat Leonardo zelf zei dat wiskunde enorm belangrijk was voor een wetenschapper, dat laat alleen maar weer eens zien dat hij zijn tijd ver vooruit was. Dat soort redeneringen.
Leonardo was natuurlijk een onbegrijpelijke figuur waarover bovendien nog niet eens zo gek veel bekend is. Je hebt er weinig aan om dan maar een beetje te speculeren. Interessanter zou denk ik een boek zijn dat Leonardo als brandpunt neemt van zijn tijd, als uitgangspunt om meer te kunnen vertellen over die interessante periode waarin hij leefde. Wat kon iemand die zo slim en ambitieus als Leonardo was toen weten?
Goed onthouden: nooit meer boeken van Michael White lezen.

Labels: ,

1.1.03

{P} David Lodge. Thinks... Penguin Books, 2002 (2001).

De boeken van Lodge zijn prettig amusement voor wie zelf ��k aan de universiteit werkt. Ik heb dit boek met veel plezier gelezen, maar een meesterwerk is het niet. Er wordt wel erg veel in uitgelegd, vooral over 'cognitive science'. Dat houdt het verhaal, vooral in de eerste helft van het boek, nogal op. Bovendien heeft Lodge het allemaal net niet begrepen, ben ik bang. De voorbeelden van AI-onderzoek zijn over het algemeen nogal oudbakken, nauwelijks geloofwaardige 'state-of-the-art', en er zijn ook wat kleine foutjes (de grote computerdeskundige beweert met klem dat alles wat je op een harde schijf zet er altijd op blijft staan; maar als je er iets overheen schrijft is het oude wel degelijk weg, natuurlijk). Bovendien zijn sommige draadjes een beetje overbodig. Het verhaallijntje dat een van de serieuzere geleerden heimelijk kinderporno verzamelt, illustreert misschien nog eens 'al siet men de lui, men kent se daerom niet', maar dat had van mij niet gehoeven. Nee, zo goed als Small world en Changing places is Thinks... niet. Maar uiteindelijk zijn dat allemaal kanttekeningen bij een paar uur veel plezier.

Labels: ,

10.6.02

{P} Nick Hornby. About a boy. London: Penguin Books, 2002 (1998). Er komt een film van dit boek, maar die hoef je niet meer te zien als je About a boy gelezen hebt; dat wordt een feelgood movie (Bridget Jones met een man)). Sterker, op het omslag van mijn exemplaar staat een foto van Hugh Grant, en de hoofdpersoon Will had de hele tijd dat ik het boek las zijn gezicht. Daar valt trouwens ook een hoop positiefs over te zeggen. Een film op papier, hij leest als een trein, een paar keer heb ik moeten lachen en geen moment heb ik me verveeld. (Ook de personen die niet op de voorkant staan afgebeeld, zie je levendig voor je; sterker, op de voorkant staat ook een foto van een jongetje, maar 'mijn' Marcus zag er heel anders uit. Zo goed is de schrijver dan ook weer wel.)

Labels: ,

18.5.02

{P} Michael White. Rivals. Conflict as the Fuel of Science. London: Vintage, 2002 (2001). White is kennelijk een succesvol populariseerder van de wetenschap in Engeland: dit is al zijn twintigste boek binnen vijftien jaar. De hoofdstukken - over onder andere Newton vs. Leibniz, Lavoisier vs. Priestley, Tesla vs. Edison, Darwin vs. Owen - zijn ook over het algemeen heel leesbaar (alleen het laatste hoofdstuk, over Bill Gates vs. Larry Ellison heb ik overgeslagen, omdat ik het allemaal wel zo�n beetje wist en deze twee toch echt niet als personen kan zien die de wetenschap vooruit hielpen).

Maar dat conflict the fuel of science zou zijn, dat heeft White niet echt laten zien. Integendeel, al die conflicten maken op mij een vrij zinloze indruk, die de wetenschap vaak meer achterop hielpen dan vooruit, die bijna alle betrokkenen schaadden, en dat de wereld er juist misschien beter op had gezeten zonder al die conflicten. Wat White ook zegt, je hebt meer de indruk dat die conflicten er nu eenmaal zijn; je kunt wel zeggen dat ze d�s een drijvende rol hebben gespeeld, omdat ze niet weg te denken zijn uit de geschiedenis, maar die redenering kan ik dan toch niet echt volgen. De stukjes waarin White een en ander beweert zijn trouwens ook nogal bombastisch, alsof hij het zelf niet echt gelooft.

Labels: ,

21.4.02

{P} Douglas Adams. The Ultimate Hitchhiker�s Guide. New York, Wings books, 1996. Hiervan gelezen: The hitchhiker�s guide to the galaxy, The restaurant at the end of the universe, The life, the universe and everything. Wat vond ik dit grappig toen ik zeventien jaar was, en wat was ik erop voorbereid dat dit nu een teleurstelling zou worden. Een teleurstelling werd het niet, al hoefde ik er niet om te lachen, en zag ik nu inderdaad ook meer tekortkomingen: het feit dat het verhaal maar doelloos heen en weer gaat, dat je eigenlijk net zo goed op elk willekeurig moment kunt ophouden met lezen, omdat er niet veel is wat nog moet worden afgewikkeld. Maar je wordt op een bepaalde manier toch ook wel vrolijk van het onbekommerde absurdisme van de verhalen - alles mag, als de 'helden' gered moeten worden, gaat het ruimtevaartschip waar ze in zetten gewoon even in de Improbability Drive. De mengeling van dat absurde met luchthartige belangstelling voor filosofische vraagstukken - wat is de zin van het bestaan? waar zullen we gaan lunchen - en de onbegrijpelijkheid van het universum doet af en toe denken aan Monty Python, dat zal iedereen wel vinden die er iets over schrijft. Er komt een machine in het boek voor, een martelwerktuig dat eruit bestaat dat je de grootte van het universum wordt onthuld en de nietigheid van je eigen aandeel in dat universum. Wie die ervaring heeft, verliest zijn verstand. Behalve Zaphod Beeblebrox, die zelfverzekerder wordt. Maar die stapt dan ook in de machine in een speciaal voor hem gecre�erd droomuniversum, waarin hij inderdaad ontzettend belangrijk is: de wereld is immers voor hem gemaakt.

Labels:

13.4.02

{P}. T.S. Eliot. The Cocktail Party. Faber&Faber, 1950. Nou, ik vind er niet veel aan. Ik heb het wel helemaal uitgelezen, maar het leek me toch vooral een slechte Franse film: veel gepraat over relaties, terwijl er verder niets gebeurt (behalve dat op het eind, op niets af, ineens iemand sterft.) En intussen heb je de hele tijd het gevoel dat er van alles bedoeld wordt dat jou ontgaat. Niks voor mij.

Labels: , ,

16.3.02

{L} Macbeth, door Toneelgroep Amsterdam. Gezien: donderdag 14 maart, Koninklijke Schouwburg, Den Haag. Ik dacht de hele tijd: wat doet die Pierre Bokma het geweldig goed, zo subtiel, al die stemmingwisselingen. En Marieke Heebink vond ik ook echt ijzersterk. Maar dat is goed beschouwd een slecht teken. Het greep me allemaal niet echt aan. Een beetje te afstandelijke regie.

Labels: ,