De mooiste klank ter wereld

Dat er talen van de duivel zijn, staat nu wel vast. Zijn er ook talen die mooier zijn dan andere talen? Veel mensen denken van wel. Het Italiaans vindt bijvoorbeeld vrijwel elke Nederlander een mooie taal en het Duits wordt juist vaak weer erg lelijk gevonden. In de negentiende-eeuwse literatuur wordt ook weleens het Maleis genoemd als een mooie taal, maar daarover wordt sinds we ons Indië verloren hebben nog maar weinig vernomen.

Over de eigen taal lijken de meningen een beetje verdeeld. Er zijn mensen die het Nederlands afschuwelijk vinden klinken, er zijn andere mensen die de taal prachtig vinden. Dit maakt die hele oordeelsvorming over schoonheid van talen natuurlijk een beetje verdacht. De mening begint genuanceerd te worden zodra het gaat over de taal die mensen het intiemst kennen. Waarop is dan het oorspronkelijke oordeel gebaseerd?

Mensen maken zelfs een esthetisch verschil tussen dialecten. Vlaams vinden sommige Nederlanders mooi en lief klinken. Het dialect van Nijmegen is lelijk, het dialect van Arnhem is mooi. Of andersom natuurlijk. Ook hier zijn de oordelen weer erg subtiel en ook vaak afhankelijk van de graad van intimiteit waarop de beoordelaar verkeert met het dialect in kwestie.

Politieke en sociale factoren lijken een zwaarwegende rol te spelen in de taalkundige esthetiek. Het is maar de vraag of ons oordeel over het Duits even negatief zou zijn als meer sprekers van die taal de wereld indertijd met gevaar voor eigen leven uit de klauwen van het fascisme hadden gered. Natuurlijk hebben de Italianen ook een aantal afschuwelijke dingen gedaan. Maar die hebben wij ze niet met onze eigen ogen zien doen. Italianen zitten in de zon op een terras cappucino te drinken. Zo'n volk kan onmogelijk een lelijke taal spreken.

Een ander esthetisch oordeel over de klankstructuren van talen heeft te maken met zingbaarheid. In interviews met zangers en componisten wordt over dat onderwerp veel onzin verteld. Vooral popmusici willen graag beweren dat het Nederlands een taal is waarin ze niet mooi kunnen zingen, al dan niet achterstevoren. Dit in tegenstelling tot het Engels.

Maar ook in de klassieke muziek heersen eigenaardige opvattingen. Ik heb de componist Theo Loevendie bijvoorbeeld weleens horen beweren dat het Turks een veel betere taal is om operalibretto's in te schrijven dan het Nederlands. Zijn argument was dat het Turkse woord voor watermeloen, karpuz, zoveel beter te zingen was dan zijn Nederlandse vertaling.

Er valt geloof ik over het criterium van zingbaarheid wel een en ander te zeggen. Ik denk zelfs dat er voor zingbaarheid iets objectievere criteria te bedenken zijn dan voor gewone schoonheid. Eerder schreef ik over de dialecten van het Berber, waarin woorden voorkomen als ssrkscht. Het is niet moeilijk voor te stellen dat het soms lastig is om in die talen een zingbaar libretto te schrijven. In ieder geval moet de dichter dan proberen woorden als de juist genoemde te vermijden.

Het best zingbare woord ter wereld is waarschijnlijk lala. Hoe meer woorden in een taal op lala lijken, des te makkelijker kan in die taal een libretto geschreven worden waarop we onbekommerd kunnen zingen. Waarom is lala het best zingbare woord ter wereld? Allereerst lijkt het natuurlijk sterk op ons ideale woord tata. Bovendien heeft het woord mooie open a's, waarbij u uw mond wijd kunt opensperren. Alleen de medeklinkers wijken iets af, zij het niet al te veel, want de l is net zo goed coronaal als de t. Bij het zingen heeft de l het extra voordeel dat ze sonorant is: ze kan aangehouden worden en ze laat de stembanden trillen. Dat zijn allebei gunstige eigenschappen voor een woord dat gezongen moet worden. Er is nog één net zo sonore en net zo coronale medeklinker: de n. Ik geloof dat nana ook inderdaad wel als alternatief voor lala gezongen wordt maar misschien is de n vanwege haar nasale karakter inderdaad moeilijker te zingen.

Het Berberwoord ssrkscht wijkt wel erg af van lala om nog mooi gezongen te kunnen worden. De stembanden trillen alleen bij dat woord alleen even in de r. Dat is niet voldoende om een mooie melodie op te bouwen. Het Italiaans heeft aan de andere kant een aantal klankeigenschappen die het tot een aantrekkelijke taal voor librettoschrijvers maken. Het belangrijkste daarvan is misschien de vorm van de lettergreep. Die is redelijk eenvoudig in het Italiaans en daar houden musici van. Vooral dat lettergrepen meestal eindigen op een klinker of anders op een n, een l of een andere sonorante medeklinker maakt het relatief gemakkelijk om in die taal te zingen.

Hoe zit het nu met de zingbaarheid van het Nederlands? Het lijkt me dat er weinig puur fonologische redenen zijn om onze taal op voorhand af te schrijven. Natuurlijk zijn er woorden zoals herfst die in het Italiaans niet voorkomen en die een bijna Berberse kwaliteit hebben als het om belcanto gaat. Maar het lijkt mij dat dit simpele feit niemand ervan hoeft te weerhouden om een lied aan te heffen over dat jaargetijde, zolang hij dan maar zingt over het najaar. Want dat woord heeft bijna alle kwaliteiten die een ideaal zangwoord moet hebben, net als winter, lente en zomer overigens.

Er is dus nauwelijks reden om taalkundige waarde te hechten aan het oordeel van Theo Loevendie. In ieder geval zijn er geen fonologische argumenten voor zijn oordeel te bedenken. Weliswaar is ook de Turkse lettergreep tamelijk eenvoudig van vorm, maar het Nederlandse woord meloen lijkt juist in veel opzichten een prachtig woord om te zingen. Het bestaat uit alleen maar sonoranten. De redenen om Turks mooier te vinden dan het Nederlands zullen dan ongeveer dezelfde zijn als die om het Italiaans of het Maleis zo mooi te vinden. Turkije is ook een mooi en zonnig vakantieland met vriendelijke en gastvrije inwoners.

Hoe dit ook allemaal zij, er blijven natuurlijk altijd nadelen kleven aan het werken met bestaande talen wanneer een componist eens ongehinderd een prachtig stuk wil schrijven. Wat dat betreft lijkt er wel wat te zeggen voor de werkwijze van Thera de Marez Oyens. Deze Nederlandse componiste gebruikte onlangs voor een door haarzelf geschreven zangstuk een door haarzelf geschreven tekst in een speciaal voor dat doel door haarzelf gecreëerde taal. De lettergrepen waren eenvoudig en eindigden meestal op een klinker. Een veredelde en sterk uitgebreide vorm van lala, dat is misschien het beste operalibretto. Het probleem is meestal natuurlijk dat een schrijver vaak ook nog iets mee te delen heeft en dat lala niet in staat is om erg diepzinnige gedachten uit te drukken. Er moet dan geschipperd worden tussen betekenis en klankvorm.

Dichters hebben niet eens componisten nodig om in dit soort problemen te raken. De verstandigste opmerkingen over die zorgen zijn gemaakt door de dichter Simon Vestdijk. Terwijl hij in de oorlog gegijzeld gehouden werd, hield hij een serie lezingen voor zijn medegegijzelden. Die lezingen zijn later gebundeld in een boek dat 'De glanzende kiemcel' heet. Een van de lezingen ging speciaal over 'De klank van het gedicht'. In die lezing haalde hij een beroemd gedicht aan van Jan Engelman:

Ambrosia, wat vloeit mij aan?
Uw schedelveld is koeler maan
En alle appels blozen.

De klankgazelle die ik vond
Hoe zoele zoete kindermond
Van zeeschuim en van rozen.

[...]

Dit gedicht klinkt mooi, terwijl het maar weinig betekenis heeft. Het moeten dus op het eerste gezicht puur de klanken zijn. Vestdijk probeerde ook wat klanken aan te wijzen die dat gevoel van schoonheid veroorzaken ('het feit, dat de welluidende medeklinker l sterk op de voorgrond treedt en dat alle klinkers ÷ de a, de oe, de e, de korte a ÷ in een zekere rhythmische, toch niet eentonige volgorde optreden') maar concludeerde uiteindelijk toch dat het aan die klanken alléén niet kon liggen. Om dat te bewijzen citeerde hij een parodie op het gedicht door Du Perron, dat bedoeld was om een zekere Grauls belachelijk te maken, die plagiaat op Engelsman gepleegd zou hebben:

Mnemosyne, wat komt hier aan?
Jan Engelman mag zich nu stallen.
Ambrosia is van de baan,
Maar Grauls is van haar kind bevallen.

[...]

Er is geen enkel fonologisch criterium te bedenken op grond waarvan het ene gedicht mooier klinkt dan het andere. Als we de twee gedichten op een neutrale toon voorlezen aan buitenlanders die geen Nederlands verstaan, zullen deze waarschijnlijk geen duidelijke keus kunnen maken voor de ene tekst boven de andere.

Vestdijk liet zien dat het uiteindelijk toch de betekenis is die de poëzie veroorzaakte in Engelmans gedicht ÷ zij het dan de betekenis van de individuele woorden. Het gedicht van Engelman bevat onmiskenbaar poëtische woorden zoals aanvloeien, schedelveld, gazelle en zeeschuim. Het gedicht van Du Perron moet het juist hebben van min of meer ordinaire tournures zoals wat komt hier aan en van de baan en bevat bovendien allerlei ÷ zeer concrete en daardoor weinig poëtische ÷ namen.

Al met al lijken taalklanken op zichzelf maar weinig schoonheidsgevoelens op te wekken. Ze kunnen in een omgeving geplaatst gezet worden waardoor ze opeens mooi klinken. Maar uit zichzelf zijn ze zelden mooi.

terug / inhoudsopgave / vooruit