De psychologie van de p

Een mens hoort het best de woorden in zijn eigen hoofd. Ik heb een vriend die opmaakwerk doet. Hij gebruikt daar een computer voor: wie een tekst wil laten drukken kan met een computerschijfje naar hem toe gaan. Hij maakt het dan helemaal op, kiest een fraai lettertype en drukt het ten slotte af op een dure printer. Het werk kan dan zo naar de drukker. Mijn vriend wordt bij tijd en wijle geheel en al geabsorbeerd door zijn werk. Hij luistert dan nauwelijks naar de dingen die ik vertel, zelfs niet als het gaat over de fonologie. Hij kijkt me aan, hij mompelt op gezette tijden wat, maar zijn blik is glazig en zijn respons is beperkt.

Tot ik op een dag over prins Trubetskoj begon. Het gezicht van mijn vriend klaarde op en hij begon levendig te spreken. Ja, die prins, daar had hij ook wel wat over te vertellen. Hij had er veel ervaring mee, uren kon hij erover praten.

En Roman Jakobson?

De blik van mijn vriend werd weer glazig. Hij begreep niet wat die ermee te maken had. Hij had het toch helemaal niet over Roman Jakobson?

Maar die twee hadden toch samen in de Praagse School gezeten? Mijn vriend reageerde verbaasd. Pas na enig praten losten we de verwarring op. Hij had het helemaal niet over de prins. Hij had het over prints. Ik vertel dit niet om mijn vriend belachelijk te maken. Ik ben zelf een keer op precies dezelfde manier in de war geweest toen iemand het had over de muziekzender MTV en ik dacht dat zij het had over een empty V, een 'lege V', een technische term waarmee sommige taalkundige de stomme e aanduiden. Liefde voor een vak eist haar tol.

Als de woorden op een normaal, niet te traag, tempo worden uitgesproken en als ze uit de context zijn gelicht, is het verschil tussen prins en prints en tussen MTV (em-tie-vie) en empty V (emp-tie-vie) inderdaad niet te horen. Bij prins hebt u de neiging een t in te voegen, bij MTV om een p in te voegen. Het zijn maar kleine, onnadrukkelijke t's en p's, maar ze zijn er wel.

De t in prins en de p in MTV heten in de taalkunde intrusieve stops. Aan die term kunt u al merken dat hij niet bij een Nederlander is opgekomen, maar geleend is uit het Engels. To intrude is 'binnendringen' in het Engels. Die taal heeft de term weer ontleend aan het Latijn. De term 'intrusieve stop' geeft dus niet veel meer dan een beschrijving van wat er gebeurt, veel verklaring biedt de term verder niet. Terwijl het verschijnsel op zichzelf merkwaardig genoeg is. Dat twee medeklinkers naast elkaar problemen geven die het taalsysteem op de een of andere manier op wil lossen, kon u al zien aan werrek. Maar in de gevallen die we nu bespreken wordt dat probleem wel op een erg bizarre manier opgelost: door nog een medeklinker toe te voegen.

We kunnen ons bijvoorbeeld afvragen waarom het precies een t is die in prins wordt tussengevoegd en waarom precies een p in MTV. Dit moet iets te maken hebben met de voorafgaande medeklinker. De binnendringer heeft immers de plaats van de voorafgaande nasaal gekregen. Niet alleen nasalen halen overigens binnendringers binnen. Ook de l doet het, zoals u merkt als u naar het woord wals luistert en dat woord vergelijkt met het Duitse woord Waltz. De l is coronaal en de binnendringende t is dat ook. Dat bevestigt mijn oorspronkelijke vermoeden. Toch is het effect hier wat zwakker. Ik zal het verder niet bespreken en me concentreren op de nasalen.

De sleutel ligt in het snel spreken. Als u naast elkaar staande medeklinkers snel wilt articuleren hebt in gevallen als prins en MTV het probleem dat de medeklinkers wel heel sterk uiteenlopen. De eerste is nasaal en sonorant en de tweede is dat allebei niet. De eerste wordt in sommige gevallen op een andere plaats gearticuleerd dan de tweede. Zo zijn er nog wel wat verschillen.

Ik heb de manier waarop spraakklanken in een woord autosegmenteel georganiseerd zijn eerder vergeleken met een muziekpartituur ÷ elk orgaan dat bij het spreken betrokken is heeft zijn eigen partij. In het geval van mt of ns moeten veel partijen in de partituur tegelijkertijd van oriëntatie veranderen. Het is menselijkerwijs bijna onmogelijk om al die veranderingen synchroon uit te voeren. Met name de partij van de articulatieplaats is kennelijk nogal sloom. In MTV is de plaats nog altijd labiaal als de nasaal-partij al is afgelopen. Wie goed luistert hoort dus heel even een niet-nasale labiale medeklinker: een klank die we het best kunnen opschrijven als p.

In prins is er iets anders aan de hand. De twee medeklinkers verschillen niet in hun plaats van articulatie. Ze zijn allebei coronaal. Ze verschillen wel in de hoeveelheid lucht die door de neus stroomt en in de precieze manier waarop u uw tong plaatst. Bij de n plaatst u de voorkant ervan op het gedeelte van het verhemelte dicht achter de tanden, zodat er geen lucht meer door de mond naar buiten kan. Hetzelfde doet u bij het vormen van de t. Bij de s trekt u de tong iets naar beneden. Hij raakt uw verhemelte niet langer aan zodat de lucht erdoor kan stromen. Ook hier zijn dus minstens twee verschillen tussen de klanken aan te wijzen. En ook deze twee verschillen zijn moeilijk synchroon te maken. Kennelijk is ook hier de verandering in nasaliteit de snelste. Deze verdwijnt al terwijl de tong nog vaststaat. De luisteraar hoort dan een niet-nasale stop, een t.

De verwarring tussen prins en prints, tussen MTV en empty V is dus een resultaat van een ingewikkeld samenspel van lichaam en geest. Het lichaam van de spreker die over zijn eigen medeklinkers struikelt, en de geest van de luisteraar die dat struikelen interpreteert als een extra medeklinker.

Veel taalkundigen zien hun vak als een onderdeel van de psychologie. Ik geloof niet dat de psychologen dat weten of dat ze erg blij zouden zijn als ze het zouden weten. De taalkunde gaat dan ook maar over een klein gedeelte van de menselijke geest: het zogenaamde taalvermogen. Tegelijkertijd is dat wel precies het gedeelte van de geest waar we relatief gemakkelijk inzicht in kunnen krijgen. Of een woord wel of niet natuurlijk klinkt, is beter te bepalen dan wat precies de manier is waarop onze emoties werken. Er hoeft geen schedel voor gelicht te worden. Een groot aantal taalverschijnselen is gewoon open en bloot beschikbaar zolang mensen praten.

Er zijn weinig taalkundige verschijnselen die in de loop van deze eeuw zoveel belangstelling hebben gekregen van niet-taalkundigen als de verspreking. Dat is te danken aan Sigmund Freud. Deze Weense medicus meende dat de menselijke geest uit verschillende lagen bestond. Enkele van deze lagen waren niet direct toegankelijk voor de wetenschap. Deze moet daarom zijn toevlucht nemen tot een aantal kunstgrepen om tot die diepere lagen door te dringen. De verspreking is één middel. Als we uitgaan van de veronderstelling dat niemand zich ooit zomaar verspreekt, kunnen we veel leren over de menselijke geest.

Het is een methode waar de taalkundige gevoelig voor is, want wat er met taal in ons hoofd gebeurd kunnen we evenmin sturen. In de taalkunde moeten we dus ook onze toevlucht nemen tot trucs. De verspreking is zo'n truc. Het zal u niet verbazen dat een fonoloog wel andere conclusies uit een verspreking trekt dan een psychoanalist. Over een orale fixatie zult u een fonoloog niet zo snel horen beginnen.

Toch zijn versprekingen ook uit taalkundig oogpunt nooit willekeurig. Jarenlange studie heeft de taalkundigen geleerd dat er veel systematiek zit in de manier waarop mensen zich vergissen. Een veel voorkomende vorm van verspreken is omwisseling van klanken. De ene klank wordt op de plaats gezet waar de andere zou moeten staan en andersom. In plaats van Wim Kok zegt u kim wok. Het interessante is dat u bij dit soort vergissingen altijd rekening houdt met de vorm van de lettergreep. In kim wok verwisselde u twee medeklinkers die allebei in de aanzet van hun lettergreep stonden. Versprekingen als wik kom, waarbij de medeklinkers aan het eind van de rijm verwisseld zijn, of wom kik, met verwisselde klinkers, worden eveneens regelmatig gemaakt.

In al die vergissingen blijven klanken op hun eigen plaats in de lettergreep staan, al is die lettergreep dan een andere. Maar we hebben al gezien dat er grenzen zijn aan de fouten die iemand kan maken: dat iemand bij vergissing miw kok zegt, en dus medeklinkers uit aanzet en rijm met elkaar verwisseld, komt nagenoeg niet voor.

Behalve hele klanken worden soms deeltjes van klanken verwisseld, alsof slechts één partij van de partituur de verkeerde volgorde aanhoudt. Bijvoorbeeld wordt de rol van de stembanden omgedraaid: een blanke top wordt een planken dop. In plaats van dat de stembanden trillen aan het begin van het eerste woord, trillen ze aan het begin van het tweede woord.

Verwisselingen kunnen daarnaast gaan over grotere groepen klanken. Ook dan wordt de vorm van de lettergreep altijd in ere gehouden. Een grote klauw wordt een klote grauw. De aanzetten van die twee lettergrepen zijn verwisseld. In dit geval geldt dat groot niet snel bij vergissing als troog, toogr of toorg zal worden uitgesproken. Bovendien kan een 'lege' aanzet, zonder medeklinkers of eigenlijk met alleen een glottale stop als medeklinker, van plaats verwisselen met echte aanzetten: mooie auto wordt bij vergissing ooie moto. Zelfs als u zich verspreekt blijven de woorden die u maakt nog steeds vrijwel altijd voldoen aan de klankregelmatigheden van de Nederlandse taal. Daarom worden aanzetten alleen met aanzetten verwisseld en rijmen met rijmen. Er zijn nog andere manieren om dat aan te tonen. Zo hebben nasale medeklinkers in vergissingen een sterke neiging zich aan te passen aan een volgende medeklinker, net zoals ze dat in 'goede' woorden doen (impopulair, incorrect, intransistief). Er zijn taalkundigen die grote gegevensbanken van versprekingen hebben aangelegd. Als we die archieven bestuderen en daarbij speciaal letten op verwisselde nasalen, blijkt dat nasalen die na de verwisseling ineens voor een andere medeklinker staan, zich aan die nieuwe buur aanpassen. Elk ander wordt bij vergissing engk alder. De nasale medeklinker past zich aan de k aan in plaats van aan de d.

Versprekingen kunnen betrekking hebben op elk niveau van klankorganisatie. Losse klanken kunnen verwisseld worden, complete aanzetten en rijmen kunnen verwisseld worden, maar vergissingen kunnen ook plaats vinden met nog grotere eenheden. Lettergrepen bijvoorbeeld: in plaats van een verveelde vrouw zegt u een vervrouwde veel.

Een probleem in het onderzoek is dat de alledaagse verspreking nog betrekkelijk moeilijk te betrappen is. De onderzoeker moet urenlang geconcentreerd luisteren naar de vorm van de woorden die hij om zich heen hoort voordat hij een bruikbaar exemplaar in zijn mentale vlindernet vangen kan. Gelukkig zijn er twee soorten versprekingen op een grotere schaal en die werken allebei op dezelfde manier als de gewone vergissing.

Mensen die een beroerte of een hersenbeschadiging hebben, verspreken zich soms op grote schaal. Zij lijden aan een vorm van afasie, taalstoornis. Afatische spraak is al een onderwerp van de fonologie zolang dat vak bestaat. De versprekingen die afatische patiënten maken zijn kwalitatief niet anders dan de vergissingen die niet-afatici maken, maar afatici maken ze in grotere hoeveelheden. De klanken die sommige afatici uiten zijn voor de buitenwereld nauwelijks nog te begrijpen, maar het zijn meestal wel fonologisch verantwoorde woorden.

De andere vorm van versprekingen-op-grote-schaal ligt op het gebied van de taalgrap en het Opperlands. Hoewel de omwisselingen die we in dat gebied vinden niet aan echte vergissingen kunnen worden toegeschreven maar waarschijnlijk met opzet gecreëerd zijn, volgen ze toch precies dezelfde patronen als de onwillekeurige verspreking. Battus geeft in zijn boek een uitgebreide lijst met min of meer grappige omwisselingen. In die omwisselingen worden losse klanken (strontvla, crèmetaartje), complete aanzetten (gapen en scheiten, toervlegels), rijmen (godgewaagde meiden, een veel gevrijde gewaagde pater) of lettergrepen (verkrachte eenden, mijn tuig bedanken) omgedraaid. Andere mogelijkheden zijn er niet.

De taalkunde blijkt dus een behoorlijk verhaal te vertellen te hebben over de verspreking. De vraag rijst nu wat te doen met Freud? Is de psychoanalyse in tegenspraak met de fonologie? En heeft de psychoanalyse dus ongelijk? Als we naar engk alder kijken zouden we zeggen van wel. Het is onduidelijk hoe we een vergissing als deze psychoanalytisch kunnen duiden terwijl de taalkunde wel een analyse biedt. De psychoanalyse lijkt vooral iets te zeggen te hebben over gevallen als de verkrachte eenden, de vergissingen die op zichzelf weer bestaande woorden opleveren. Toch zie ik wel iets in Freuds ideeën. Het lijkt mij dat de psychoanalyse en de fonologie elkaar kunnen aanvullen in het begrip van de verspreking. De fonologie legt uit wat een mogelijke verspreking is: een verwisseling van een klank of een groep klanken. De psychoanalyse legt vervolgens uit waarom sommige vergissingen vaker gemaakt worden dan een ander. Waarom iemand, als hij zich toch moet vergissen, verkrachte eenden zegt in plaats van verkreende achten of verande kreechten.

terug / inhoudsopgave / vooruit