De aangepaste ng

Naast menselijke creativiteit is er nog een belangrijke bron van taalkundige verandering: de tand des tijds. Woorden slijten op verschillende manieren af. In het Standaardnederlands heeft de n aan het eind van een inflectieuitgang de neiging te verdwijnen zoals we eerder hebben gezien. Ik wees er toen ook al op dat het in de oostelijke dialecten juist de klinker van de inflectie is die verdwijnt. In die dialecten zegt men immers huizn en deurn.

Wat men ook over de Oostnederlanders kan beweren, ze hebben merkwaardige lettergrepen. Een woord als huizn bestaat uit twee lettergrepen maar de tweede lettergreep heeft geen klinker. Dat wordt in het Nederlands verder nergens vertoond. Er zijn wel talen waar het anders is. Talen waarin woorden helemaal geen klinkers nodig hebben. Een voorbeeld van zo'n taal is het Tsjechisch. In die taal kunnen zinnen gemaakt worden als strc prs krt (je stopt je vinger in je keel). In die zin is geen enkele klinker te vinden.

Zowel in de oostelijke Nederlandse dialecten als in het Tsjechisch wordt de kern van elke lettergreep gevormd door bijvoorbeeld een n, r of l. Stuk voor stuk zijn dit medeklinkers die een zekere klinkerachtige kwaliteit bezitten. U kunt ze bijvoorbeeld ÷ anders dan 'echte' medeklinkers zoals de p of de t, maar net als echte klinkers ÷ vrijwel onbeperkt lang aanhouden, ze laten automatisch de stembanden trillen en ze blokkeren de uitstromende luchtstroom nooit echt totaal. Zulke consonanten kunnen best klinkers vervangen in de lettergreep. Het zijn dan ook precies deze klanken die in hun eentje de kern van een lettergreep kunnen vormen. Een woord als tttfth, dat wordt ook de Groninger en de Tsjech te gortig.

Toch zijn er talen die ook dat soort woorden bevatten. Eén van die talen wordt zelfs door een tamelijk grote groep mensen in Nederland gesproken. Dat is het Berber. In Marokko zijn net als in Algerije twee belangrijke inheemse talen: het Arabisch en het Berber. Het Arabisch wordt gesproken door de meerderheid van de Marokkanen, die vooral in het noorden wonen, aan de kust, waar de steden zijn. Het Berber wordt in het zuiden gesproken, door bevolkingsgroepen die oorspronkelijk nomadisch leefden.

Door de Arabieren is het Berber meestal met minachting behandeld ÷ een taal van achterlijke zwervers die te dom zijn om fatsoenlijk Arabisch of Frans te leren. Uit een taalkundig oogpunt is het Berber juist bijzonder interessant, bijvoorbeeld vanwege de klinkerloze woorden die we in sommige dialecten van het Berber vinden; woorden als ssrkscht (ik verborg hem), tfkt (jij leed aan een verstuiking) en gfrnt (zij zijn gesloten). Zoals u ziet kan een Berberwoord net als een woord in het Kikuyu een wat uitgebreidere betekenis hebben dan in onze taal.

Toch verschillen de woorden wat klankstructuur betreft in het Berber niet zoveel van die in het Nederlands als op het eerste gezicht lijkt. Ook in het Berber bestaan lettergrepen in het ideale geval uit een medeklinker en een klinker. Alleen is de definitie van het begrip 'klinker' in die taal wat ruimer. Elke klank kan een klinker zijn in het Berber.

Zoals gezegd hebben we in Nederland de afgelopen decennia een behoorlijk grote groep sprekers van het Berber te gast gekregen, die Nederlands zijn gaan leren. Die situatie is voor de taalkundige om van te smullen. Nederland is taalkundig nog nooit zo'n interessant land geweest als het nu is. Het zou mooi zijn als we konden zien wat die Berbers, met hun vreemde lettergrepen, van het Nederlands maken. Hoeveel lettergrepen ze zien in het woord herfst bijvoorbeeld. Helaas zijn dit soort experimenten nog niet op voldoende grote schaal gedaan om er éénduidige conclusies uit te trekken.

Op beperkte schaal vinden we gelukkig hetzelfde fenomeen in de Oostnederlandse dialecten, waar we wat meer zicht op hebben. De tweede lettergreep van huizn in deze dialecten ziet er als volgt uit:

L
A R
z n

 

Deze lettergreep is op twee manieren vreemd. De n neemt de plaats in van een klinker, maar dat is niet het enige. Het is ook de eerste Nederlandse lettergreep die we zien waarin twee coronale medeklinkers naast elkaar staan.

Toch lijken de meeste oostelijke dialecten juist te eisen dat de twee medeklinkers op dezelfde plaats in de mond gearticuleerd worden. In plaats van lopen en komen zeggen Groningers loopm en koom-m. In plaats van koken zeggen ze kookng.

Ik denk dat dit alweer een gevolg is van het afslijten van inflectie. In het Gronings is de klinker geheel geërodeerd maar ook van de medeklinker is niet veel meer over. Die heeft geen eigen plaats van articulatie meer. Hij moet die plaats dus lenen. Hij kiest daarvoor de dichtstbijzijnde medeklinker:

 
L
 
L
 
L
  A R   A R   A R
(hui) z n (lo) p m (ko) k ng
  [coronaal]   [labiaal]   [velair]

Een nasale klank móet een plaats van articulatie hebben. De luchtstroom móet ergens in de mondholte worden afgesloten, anders kan hij zich niet naar de neus verplaatsen. Als de nasale medeklinker dus geen eigen plaats van articulatie heeft, moet hij die ergens lenen, zelfs als dat betekent dat die plaats van een voorafgaande medeklinker moet komen en de beweging in een andere richting gaat dan de kracht Ongelijk wil.

Dat nasalen graag de plaats van articulatie van de buurklanken willen overnemen, horen we op veel andere plaatsen, ook in de Nederlandse standaardtaal. Aan het eind van een woord is dat in die variant niet zo goed te merken als in het Gronings. Maar er zijn genoeg andere plaatsen. Binnenin een woord staat ook in de standaardtaal nooit een nasale klank naast een niet-nasale medeklinker zonder dat de nasaal de plaats van articulatie van de niet-nasaal leent. Er zijn wel woorden als ander, amper en anker, maar woorden als *anper, *angder of *amker klinken bizar en onnederlands.

Die aanpassing wat betreft plaats van articulatie ÷ de meest gebruikte term voor dit proces is assimilatie ÷ zien we ook elders aan het werk. Op een onsystematische manier zijn we dit proces al enkele keren eerder tegengekomen. Het Nederlands heeft bijvoorbeeld twee voorvoegsels om van een woord een ander woord te maken met een tegenovergestelde betekenis: in- en on-. Beide voorvoegsels eindigen op een nasaal. Die nasaal past zich in beide voorvoegsels aan de volgende medeklinker aan.

Bij in- is dat duidelijk. Het tegenovergestelde van materieel is im-materieel, het tegenovergestelde van transitief is intransitief, het tegenovergestelde van consequent is in-consequent, waarbij de n wordt uitgesproken als ng. Als de volgende medeklinker een r of een l is gaat de assimilatie overigens nog veel verder (regulier-irregulier, legaal-illegaal).

Bij on- is de neiging iets minder sterk en ook niet direct in de spelling te zien. Toch klinkt onmogelijk bijna altijd als ommogelijk, en onkerkelijk als ongkerkelijk. De assimilatie van de nasaal in deze medeklinker is overigens iets minder spectaculair. Zo zegt u onregelmatig en niet *orregelmatig, onlogisch en niet *ollogisch. Dit heeft vermoedelijk te maken met een verschil tussen de voorvoegsels in- en on-: de tweede is als het ware oer-Hollands en stamt uit Oudgermaanse bron, terwijl de eerste van vreemde origine is (namelijk uit het Latijn). Buitenlandse woorden en woorddelen hebben een iets andere klankstructuur dan hun inheemse tegenhangers. In ieder geval is de assimilatie aan de plaats van de voorafgaande medeklinker in beide gevallen in het gebruik van beide voorvoegsels duidelijk te zien.

Eén nasale klank is daarbij extra bijzonder: de ng. Dat die klank bijzonder is kunnen we al afleiden uit het feit dat we twee letters nodig hebben om hem op te schrijven. Maar andere eigenschappen maken deze klank extra bijzonder. Aan het begin van een woord kan hij bijvoorbeeld niet staan. Als ik ngaka! tegen u zeg, gelooft u niet meer dat ik Nederlands tegen u spreek. De ng kan zelfs niet aan het begin van een lettergreep staan; tenzij die lettergreep een stomme e bevat (bengel, honger, angel).

Op de televisie was een aantal jaar geleden een cursus 'Indonesisch voor beginners' te zien. In die taal kan de ng-klank wel aan het begin van een lettergreep staan. De presentator wees de kijkers er speciaal op dat ze de ng in bangun (bouwen) als ng moesten uitspreken. Inderdaad is een moedertaalspreker van het Nederlands geneigd dat woord uit te spreken als bang-chun.

De ng kan dus niet aan het begin van een lettergreep staan. Waarschijnlijk heeft dat te maken met de geschiedenis van nasale klanken. Die geschiedenis kunnen we aflezen uit de spelling. Waar we nu ng zeggen, zeiden onze voorouders vroeger waarschijnlijk eerst een nasaal en daarna een klank die leek op de g in het Engelse woord goal. Die klank is een variant van k waarbij u de stembanden laat trillen, zoals de b een variant is van de p en de d van de t.

In het fragment van de Lutgart dat ik eerder besprak, zien we een aanwijzing dat die Engelse g in de middeleeuwen inderdaad nog aanwezig was. Zoals u weet wordt de b een p aan het eind van een woord (eb) en een d een t (hond). In de middeleeuwen was dat ook al zo. Het is niet zo'n rare gedachte dat de Engelse g in die tijd aan diezelfde afwisseling meedeed. Die klank zou dan in een k moeten veranderen. En dat is precies wat er gebeurd lijkt te zijn in het laatste woord van de regel Te houdene al den selven ganc. De nasaal in ganc paste zich aan de volgende medeklinker aan, net zoals ze dat deed in stomp en hond. Na verloop van tijd verdween de Engelse g uit het Nederlands ÷ ze is pas in de loop van deze eeuw weer langs een achterdeur teruggekomen in leenwoorden zoals goal ÷ maar ze liet de ng-klank achter.

Aan het begin van een lettergreep stond nooit een combinatie van n en Engelse g net zoals er nooit een combinatie stond van m en b of n en d. Woorden als ngaka zijn in het Nederlands altijd even onmogelijk geweest als woorden als mbomo of ndede. Dat is niet het gevolg van de een of andere fysiologische beperking, want al deze woorden bestaan wel bijvoorbeeld in allerlei Afrikaanse talen, die gesproken worden door mensen met dezelfde monden als wij hebben. Dat die woorden in het Nederlands niet voorkomen en dat wij die woorden moeilijk verstaan, komt doordat Nederlanders al eeuwen lang in hun hoofd hebben zitten dat de lettergrepen waarmee ze beginnen geen Nederlandse lettergrepen zijn.

terug / inhoudsopgave / vooruit