De stomme e

Behalve de Surinaamse w heb ik nooit een wonderlijker klank gekend dan de stomme e. Boeken vol zijn er over die klank geschreven. Enkele duizenden jaren lang is er al over de wonderlijke eigenschappen van die klank gedacht en geschreven. En waarschijnlijk zullen mensen zich over dat ene ademtochtje blijven verwonderen zolang er mensen bestaan.

In de taalkunde wordt de stomme e soms svarabhaktivocaal genoemd en meestal sjwa. Svarabhakti is de naam van het proces waarmee een stomme e wordt ingevoegd tussen twee medeklinkers die niet naast elkaar mogen staan.

Svarabhakti vinden we nog steeds in sommige talen. Het Nederlands is zo'n taal. We hebben woorden als help en kerk maar vrijwel geen mens kan die woorden zo uitspreken als ze geschreven staan. Bijna iedereen maakt er hellep en kerrek van. Het Nederlands gebruikt dus net als de oude heilige taal een stomme e om onmogelijke groepen medeklinkers wat beter uitspreekbaar te maken. De negentiende-eeuwse taalgeleerden deden dus wel iets heel merkwaardigs met de naam sjwa. Ten eerste haalden ze de klank zelf weg uit de naam die hem omschreef; en ten tweede deden ze daarmee het omgekeerde van wat de naam svarabhakti omschrijft: ze haalden een klinker weg in plaats van hem tussen te voegen.

De sjwa is op nog meer manieren bijzonder in het Nederlandse klanksysteem. Het is de klank die u maakt als u aan het praten bent en even niets te zeggen hebt. U wilt geluid blijven maken om te voorkomen dat uw gesprekspartner u in de rede valt. U opent dan uw mond en maakt een klank. Die klank is niet willekeurig gekozen. Het is altijd een stomme e.

Er is meer. Als iemand een beetje snel en zorgeloos spreekt, heeft hij de neiging de klinkers in de onbeklemtoonde lettergrepen wat slordiger uit te spreken. Ze veranderen dan altijd in één specifieke richting ÷ die van de sjwa. Wie snel praat, zegt fonelegie, en niet bijvoorbeeld fonalagie of foniligie. Ook het afslijten van inflectie is historisch gezien wat de klinkers betreft in de richting van de stomme e gegaan. Waar Nederlanders vroeger hebban zeiden, zeggen ze nu hebbe.

Er is nog meer. De stomme e is bij uitstek de klinker die kan verdwijnen. In gedichten wordt al zevenhonderd jaar lang een stomme e aan het eind van een woord naar believen weggelaten als de volgende lettergreep met een klinker begint. Ik heb al laten zien dat Vondel dat deed, en dat de dichter van de Lutgart het ook deed. Dat kon altijd alleen met de sjwa. Deze klinker verdwijnt soms ook in het midden van een woord wel eens: knuff'len, duik'len, rink'len. Deze woorden klinken een beetje oubollig maar het is wel weer precies de stomme e die er ontbreekt.

Omgekeerd zijn er ook dingen die een gewone klinker wel kan, en een sjwa niet. Aan het begin van een woord staan bijvoorbeeld. Elke klinker kan dat moeiteloos behalve de stomme e. Het woord egaal spreekt u uit met een volle ee aan het begin. En woordklemtoon valt nooit op een lettergreep met een sjwa.

Ik moet er wel bij zeggen dat de sjwa een iets andere klank is dan de u in put. De klanken lijken heel sterk op elkaar ÷ zo sterk dat veel mensen een u schrijven in hellup en werruk. Toch zijn ze net iets verschillend. De u is iets geprononceerder, u moet er uw lippen net iets meer voor ronden, uw tong net iets hoger voor tillen, zoals u kunt horen als u de uitspraak van de woorden katterug en katterig met elkaar vergelijkt. De eerste heeft een u in zijn laatste lettergreep, de tweede een sjwa. De u is een gewone klinker, die aan het begin van een woord kan staan, die klemtoon kan krijgen en die niet zo makkelijk verdwijnt. Over die klinker heb ik het hier niet.

Zoals gezegd kunnen er dikke boeken geschreven worden over de stomme e. Ik wil ook wel bekennen dat ikzelf ooit zo'n boek geschreven heb, mijn proefschrift. Daarin som ik meer dan vijfentwintig manieren op waarop de sjwa verschilt van andere klinkers. Vijf daarvan heb ik hierboven genoemd, de overige zal ik u besparen.

Het Nederlands is trouwens niet uniek in dit opzicht. In het Sanskriet was die klinker al bijzonder en het lijkt erop dat alle talen die een stomme e hebben, die klinker ook als bijzonder behandelen. Of het nu het Frans is, het Noors of het Indonesisch, als ze een stomme e hebben, dan behandelen ze haar speciaal.

Wat is er nu zo bijzonder aan die sjwa? Om dat te horen moet u een koker in huis halen, die op tafel leggen en aan een van de openingen een luidspreker plaatsen waaruit een constante toon komt. Dan gaat u zelf aan de andere kant van de koker zitten. Door nu op de juiste plaatsen de koker wat in te drukken kunt u klinkers maken. Drukt u de voorkant van de koker in, dan krijgt u een oe-achtige klank; drukt u ongeveer het midden in, dan krijgt u een aa, enzovoort. Maar strijkt u alle onregelmatigheden weer glad, dan hoort u de stomme e.

De koker kunt u zien als een vereenvoudigde weergave van het kanaal dat uw luchtpijpen en uw mond vormen tussen uw stembanden ÷ die door te trillen werken als een luidspreker ÷ en de buitenlucht. Als u dat kanaal op de juiste plaatsen vervormt, kunt u de klinkers van alle talen van de wereld maken. Maar u hebt natuurlijk ook de mogelijkheid om de klank ongehinderd naar buiten te laten stromen. Als u dat doet maakt u een sjwa.

Dit simpele feit verklaart al een groot aantal merkwaardigheden van onze sjwa. U spreekt deze klinker uit als u niets anders te zeggen heeft en toch aan de beurt wil blijven (..eh..). U produceert dan geluid om uw gesprekspartner te waarschuwen dat hij u nog niet in de rede moet vallen. Het heeft dan weinig zin om die klank op een erg ingewikkelde manier te maken. De eenvoudigste klinker volstaat. En dat is de sjwa.

Dat die klinker ook bij svarabhakti gebruikt wordt valt op de zelfde manier te begrijpen. Stel, u voelt de dringende behoefte om hulp! te roepen. U schraapt uw keel en maakt aanstalten om dat te doen. Maar dan bedenkt u dat die twee medeklinkers aan het eind van een lettergreep enigszins ingewikkeld worden. Een lettergreep met drie plaatsen in het rijm is uitzonderlijk. U maakt zo'n lettergreep alleen aan het eind van woorden en zelfs daar wordt ze als het even kan vermeden. Om de vorm van de lettergrepen wat acceptabeler te maken, kunt u een klinker tussen de medeklinkers plaatsen. Ook daarbij gaat dan weer het principe van de minste moeite gelden. De klinker die u de minste moeite kost is, alweer, de sjwa.

De neiging om fonelegie te zeggen kunnen we denkelijk ook begrijpen uit dat principe van de minste moeite. Het is gemakkelijker een stomme e te maken dan bijvoorbeeld een oo. Bovendien dragen klinkers meestal niet erg veel bij aan de betekenis van een woord. N zn zndr klnkrs s ng wl t bgrpn. Het kost iets meer inspanning, maar het is wel te doen. Het heeft daarom geen zin al te veel moeite te doen om die klinkers uit te spreken. Om de medeklinkers tot een beetje acceptabele lettergrepen te vormen, zijn nog wel klinkers nodig maar dan liefst minimale klinkers. Zoals sjwa.

Als dit het hele verhaal was, zouden we fenelege moeten zeggen, met alleen maar stomme e's. Waarom zijn nu juist de eerste en de laatste lettergreep van dit woord uitgesloten van reductie? Dat lijkt te maken hebben met de klemtoon van het oorspronkelijke woord. De laatste lettergreep van fonologie heeft in ieder geval de echte woordklemtoon. Maar ook de allereerste lettergreep lijkt een extra nadruk te krijgen.

De meeste geleerden zijn het erover eens dat er twee niveaus van klemtoon in een woord zijn. Elk woord heeft één hoofdklemtoon, één lettergreep die op een aantal manieren wat extra nadruk krijgt: ze wordt iets langer aangehouden, ze krijgt wat extra druk van de adem mee en ze wordt op een iets hogere toon uitgesproken. Beklemtoonde lettergrepen worden nooit sjwa in het Nederlands ÷ behalve in het grappig bedoelde woord dat gespeld wordt als ludduvvudduh. De reden daarvoor is denkelijk dat luisteraars extra aandachtig luisteren naar de beklemtoonde lettergrepen in woorden. Het is dus beter om in die lettergrepen geen informatie weg te gooien door de klinkers te veranderen.

Er is ook een andere verklaring mogelijk. Sjwa-klinkers zijn van nature nogal kort, toonloos en weinig krachtig. Dat zijn eigenschappen die in tegenspraak zijn met klemtoon. De onbeklemtoonde klinkers worden mogelijk tot sjwa juist omdát die klinker zo natuurlijk klemtoonloos is.

Ik heb dan ook niet de volle waarheid geschreven toen ik tata uitriep tot het ideale woord. Zo absoluut staan de zaken er niet voor. Wat de ideale klankvorm is, is maar hoe u het bekijkt. Het hangt er maar vanaf hoe we de krachten in ons systeem ordenen. Er zijn minstens evenveel redenen om tate als het ideale Nederlandse woord te zien. Het ligt eraan welke kracht in het taalsysteem we de meeste waarde hechten: de kracht die alle klinkers stomme e's wil maken of de kracht die bepaalt dat ta nu eenmaal de ideale lettergreep is. Het begrip 'ideaal' is relatief ÷ ook in de vorm van woorden.

De sjwa is dus niet alleen een klinker die weinig inspanning vereist van degene die hem maken moe. Ze is ook nog eens relatief kort en flauw. In alle opzichten is de stomme e een minimale klinker. Daarom is het niet zo uitzonderlijk dat die klinker gemakkelijk verdwijnt. De stap van weinig naar niets is maar een kleine.

Als twee klinkers naast elkaar staan, zoals in de regel Gepinet hebbe al sonder wanc in de Lutgart, is dat minder ideaal. In het ideale geval staat er immers een medeklinker tussen alle twee klinkers. Nu kan die ongewenste situatie in sommige gevallen worden opgelost door een j of een Surinaamse w tussen de twee klinkers te zetten. Een voorwaarde daarbij is wel dat de voorafgaande klinker in staat is om materiaal te leveren voor die j of die w. De sjwa is zelf bijna niets ÷ en dus zeker niet coronaal of labiaal. Ze kan dus ook geen materiaal leveren.

In dit geval is er een andere mogelijkheid om de klankvorm het ideaal te laten naderen. De sjwa kan verdwijnen, zodat er niet langer twee klinkers naast elkaar staan. Alleen de stomme e kan zo makkelijk verdwijnen, omdat ze maar weinig uit te drukken heeft. Als de overblijvende klinkers en medeklinkers samen een acceptabele lettergreep opleveren, is er geen enkele reden om niet hebbal sonder wanc te zeggen en het klemtoonpatroon weer mooi te maken.

De merkwaardigste eigenschap van de sjwa is misschien dat ze niet aan het begin van een woord kan staan. U zult in geen woordenboek een woord vinden dat met een stomme e begint. Haalt u er Franse of Duitse woordenboeken bij. Niets. Indonesische woordenboeken. Geen spoor.

Ook deze eigenschap komt voort uit de nietigheid van de sjwa. De stomme e wordt alleen gebruikt als hij nodig is om een mooie lettergreep te maken. Een mooie lettergreep bestaat uit een medeklinker en een klinker. Als de sjwa aan het begin van het woord staat is er per definitie geen medeklinker die eraan voorafgaat. Een mooie lettergreep zit er dus niet in ÷ en de sjwa heeft geen enkel bestaansrecht.

De sjwa is een kleine klinker in een grote boze wereld. Ze past zich aan de omstandigheden aan ÷ en doet dat al minstens drieduizend jaar en waarschijnlijk al veel langer. Het is vrijwel zeker dat de allereerste menselijke talen al een sjwa hadden. De eerste mensen hoefden er alleen hun mond maar voor open te doen. En waarschijnlijk was die klinker ook in de allereerste talen al een bijzondere.

terug / inhoudsopgave / vooruit