De Surinaamse w

Een imitatie van een Fransman is niet moeilijk te maken. Ook Amsterdammers en Surinamers kan iedereen nadoen. Vraag een willekeurige Nederlander op een feestje een van deze bevolkingsgroepen te imiteren en moeiteloos zal hij de klanken van zijn lippen laten rollen ÷ klanken die alle andere Nederlanders ook moeiteloos zullen kunnen plaatsen. Niet dat die imitaties niet van echt te onderscheiden zijn. Maar ze zijn wel duidelijk te herkennen als imitaties van het Frans of van de Amsterdamse of Surinaamse Nederlands.

Voor andere bevolkingsgroepen geldt dat niet. Vraag diezelfde Nederlander een Turk na te doen en zijn imitatie zal door de helft van de feestgenoten voor die van een Marokkaan worden versleten. Vraag om een Fries en de helft zal alweer denken dat het om een Groninger gaat.

Een geslaagde imitatie van een Amsterdammer vereist in ieder geval dat de g's extra hard en stemloos als ch's aangezet worden en verder dat van alle z's een s worden gemaakt en van alle v's een f: suifer. Het maakt niet uit of de voorafgaande klinker lang of kort is, alle stemdragende ruisklanken moeten wijken. De belangrijkste component in de imitatie van het Surinaams Nederlands is de uitspraak van de w. Om Surinaams Nederlands op te schrijven wordt wel een oew gebruikt. Oewaar oewoon jij? krijgen we dan. In bepaalde opzichten is dat een aardige schriftelijke benadering van het Surinaams.

Er zijn mensen die er een racistische theorie op na houden om dit uitspraakverschil te verklaren. Surinamers zijn vaak zwart, zwarte mensen hebben dikke lippen en daarmee maken ze een ronde w. Zoals alle racistische theorieën is dit idee apert onjuist. U hoeft maar één niet-creoolse Surinamer te horen om dat in te zien. Wie dan nog niet overtuigd is moet eens naar de Engelse uitspraak van de w luisteren ÷ die lijkt veel sterker op de Surinaamse dan op de Nederlandse variant.

Het Surinaams Nederlands heeft net als het Engels alleen maar een andere w dan het Europees Nederlands. De Europese w maakt u door uw boventanden op uw onderlip te zetten en door de open ruimtes de lucht te laten stromen. Een Surinaamse w maakt u op een heel andere manier: de tanden komen er niet aan te pas. In plaats daarvan tuit u uw lippen een beetje en maakt inderdaad een kort oe-achtig klankje.

Dat twee dialecten van een en dezelfde taal verschillende manieren hebben om één bepaalde klank te verwezenlijken is op zichzelf niets ongewoons. Ik heb al geschreven dat de r in het Nederlands taalgebied op een groot aantal verschillende manieren verwerkelijkt kan worden. Ook in dat geval gaan we niet op zoek naar een of ander exclusief fysiek kenmerk dat die verschillen tussen pakweg het Drents en het Zeeuws verklaart.

Overigens komt de Surinaamse w ook in het Europees Nederlands voor. Hij wordt daar alleen nooit geschreven. Maar in woorden als douane en boa hoort u tussen de oe- of oo-klank en de aa wel degelijk een w. En die w wordt in de regel alleen met de lippen gemaakt. De Surinaamse w is in het Europees Nederlands een zogenaamde glijklank. Deze komt alleen tussen twee klinkers voor. Hij lijkt daar zijn tussengevoegd om de lettergrepen van het woord mooier te maken. Het ideale woord tata bestaat uit tweemaal een medeklinker gevolgd worden door een klinker. Als alle woorden zoveel mogelijk op dat ideale woord willen lijken, zijn *bo-a en *doe-a-ne dus minder gewenst. Het is mooier om er bo-wa en doe-wa-ne van te maken.

Nu is het ook weer niet zo dat in elk willekeurig woord waar een lettergreep met een klinker dreigt te beginnen, een w kan worden tussengevoegd. Om te beginnen vinden we aan het begin van tal van woorden lettergrepen die gewoon met een klinker beginnen: amen, oorlog, eeuwigheid. Ik heb nog nooit iemand die woorden horen uitspreken als *wamen, *woorlog of *weeuwigheid horen zeggen. De Surinaamse w vindt u dus alleen tussen twee klinkers. Bovendien worden aan de eerste van die twee klinkers ook nog eens zeer strenge eisen gesteld. Na een ee of een ie vindt u bijvoorbeeld nooit een w. In plaats van *be-o of *be-wo zegt u be-jo; in plaats van *ri-o of *ri-wo zegt u ri-jo. De oe en oo zijn allebei labiaal; de Surinaamse w is dat ook. De ee en de ie zijn allebei coronaal; de j is dat ook. Dat kan geen toeval zijn.

De waarschijnlijkste verklaring voor dit feit is dat een medeklinkerplaats wordt gecreëerd om een mooie lettergreep te maken. Om redenen van zuinigheid wordt deze plaats gevuld met materiaal van de voorafgaande klinker. Is deze klinker coronaal ÷ is hij een ee of een ie ÷ dan wordt de medeklinker een j; is deze labiaal ÷ is hij een oe of een oo ÷ dan wordt de medeklinker een w.

De aa is labiaal noch coronaal. Er is geen enkele medeklinker die dicht genoeg bij de aa staat. Na die klinker blijft de volgende lettergreep dan ook zonder aanzet. Chaos wordt geen *chajos of *chawos maar blijft chaos. Een enkele keer spreekt een journalist wel eens over CDA'jers. Zo'n journalist heeft meestal geen uitgesproken voorkeur voor die partij. In ieder geval is het geen algemeen gebruik om dit te doen.

De uu en de eu zijn juist zowel labiaal als coronaal. Ze worden gemaakt met ronde lippen en een opgeheven tong. Ze zouden dus theoretisch zowel een w als een j achter zich moeten kunnen verdragen. En inderdaad komen we allebei die klanken tegen: sommige Nederlanders zeggen duwo en fluwor, andere mensen zeggen juist dujo en flujor. Het is een raadsel wat de factoren zijn die hierbij een rol spelen. Ik zelf kan bijvoorbeeld zowel duwo als dujo zeggen, maar fluwor vind ik volstrekt belachelijk klinken. Andere mensen hebben daar heel andere gevoelens over ÷ die vinden bijvoorbeeld dujo weer belachelijk. Voor zover ik weet hebben die mensen geen andere fysiek dan ik.

Er is nog een plaats waar we in het Europees Nederlands een Surinaamse w aantreffen: aan het eind van woorden zoals kieuw en eeuw. Ook daar rondt u beide lippen in plaats van dat u uw voortanden op uw onderlip plaatst. Het merkwaardige is dat we de w hier wel vinden na een ie en een ee. Sterker nog, we vinden die klank precíes na die klinkers. Ga maar na: nieuw, Zeeuw, meeuw. Misschien doet de aa ook mee ÷ dat hangt af van de manier waarop we kijken naar woorden als grauw en blauw. Maar woorden als *noouw of *bloew of *meuw bestaan niet in het Nederlands.

Er zijn ook woorden die op een j eindigen. We zien daarbij een bijna spiegelbeeldige situatie. Er zijn wel woorden die eindigen op -ooi of -oei, zoals mooi, bloei, dooi, knoei, maar er zijn geen woorden die eindigen op -iej of -eej. U ziet waarschijnlijk al dat die combinaties van letters er vreemd uitzien. Er zijn ook woorden op -aai: zwaai, graai, vlaai. Er zijn geen woorden op -euj of -uuj. Alweer zien we hier een bekende kracht optreden: twee klanken die te veel op elkaar lijken mogen niet naast elkaar staan. De ie en de ee zijn allebei coronaal en mogen daarom niet voor een j staan. De oe en de oo zijn allebei labiaal en mogen daarom niet voor een w staan. De eu is zowel coronaal als labiaal en mag daarom voor geen van beide klanken staan. De aa is coronaal noch labiaal en mag daarom juist wel door beide klanken gevolgd worden.

Een probleempje bij deze redenering is wel de u. Die is minstens zo coronaal en zo labiaal als de eu ÷ en toch vinden we in het Nederlandse woordenboek de woorden ruw, duw, zenuw en uw. Er zijn weliswaar ingewikkelde redeneringen op te zetten om te verklaren waarom dit zo zou zijn, maar die redeneringen leg ik hier maar even naast me neer. We zijn al genoeg in details getreden.

Liever wil ik het nog even hebben over een merkwaardig verschil dat we nu horen tussen het einde van het woord en de plaatsen midden in het woord. Aan het eind van het woord werkt zoals u hebt gezien de kracht die twee gelijke klanken naast elkaar verbiedt. Midden in een woord lijkt juist een tegenovergestelde kracht te werken, een kracht die juist wil dat de nieuwe medeklinker zoveel mogelijk lijkt op de voorafgaande klinker. In het midden van een woord voegt u een j in, zoals in ri.ja maar een woord eindigt nooit op riej.

Een belangrijk verschil tussen ri.ja en riej is dat in het tweede woord de twee gelijke klinkers in dezelfde lettergreep staan maar in het eerste woord niet. Datzelfde geldt voor alle gevallen waarin twee klanken die teveel op elkaar lijken niet naast elkaar mogen staan. Ook daar staan die twee klanken samen in één lettergreep.

De juiste formulering van de kracht verwijst dus naar dat begrip: twee gelijke klanken mogen niet naast elkaar staan in dezélfde lettergreep. Ik noem deze kracht Ongelijk. Tegenover deze kracht staat de kracht die juist zegt dat een klank die tussen twee lettergrepen wordt ingevoegd zijn materiaal moet lenen van de buren omdat het taalsysteem zo zuinig mogelijk is met het vormen van geheel nieuwe klanken. Deze kracht noem ik Zuinig.

De krachten Ongelijk en Zuinig spelen allebei een rol in het Nederlands. De combinatie riej kunnen we niet maken omdat de laatste twee klanken van de lettergreep teveel op elkaar lijken. Deze combinatie wordt dus verboden door Ongelijk. De kracht Zuinig heeft in dit geval niet veel te zeggen omdat ze spreekt over de plaats tussen twee lettergrepen en er in dit geval sprake is van slechts één lettergreep.

Bij ri.a hebben we twee mogelijkheden om een ideale lettergreepvorm te creëren: ri.ja en ri.wa. In dit geval heeft de kracht Ongelijk weinig te zeggen over de twee vormen, want ze bestaan allebei uit twee lettergrepen met voldoende ongelijke klanken. In dit geval is het daarom de kracht Zuinig die beslist. De vorm ri.wa valt daarom af omdat de w geen reeds bestaand materiaal gebruikt. De vorm ri.ja doet dat wel en deze wordt daarom geprefereerd.

Onder heel specifieke omstandigheden vinden we de Surinaamse w dus ook in het Nederlands van Europeanen ÷ hoe dun de lippen van die Europeanen ook zijn. Overigens zijn er ook Europese dialecten waarin we een Surinaamse w vinden in gewone woorden zoals warm weer. In Limburg vinden we bijvoorbeeld ook wel mensen die rustig oewarm oeweer zegt.

Waarom is het dan makkelijker om Surinamers te herkennen dan bijvoorbeeld Turken? Ik denk niet dat de redenen taalkundig zijn. De Surinaamse variant van het Nederlands kennen we al wat langer. Met Turken of Marokkanen hebben we pas sinds een paar decennia te maken. Surinamers zijn door de Nederlanders al een wat langere tijd verplicht om Nederlands te leren, en om hun speciale uitspraak hebben mensen zich ook langer kunnen verbazen. Daarnaast heeft een beetje racisme waarschijnlijk een rol gespeeld. Creolen verschillen uiterlijk meer van Europese Nederlanders dan Turken of Marokkanen.

Chinezen wijken uiterlijk ook tamelijk sterk af. Chinese immigranten hebben we ook al langer in Nederland. Van het Chinese accent hebben de meeste Nederlanders dan ook een karikatuur in hun hoofd. De belangrijkste regel daar is: vervang elke r door een l. Ook die karikatuur valt taalkundig te begrijpen. We hebben al gezien dat ook in het Nederlands de r en de l sterk op elkaar lijken. Het zijn allebei liquidae en ze hebben allebei een nogal aparte manier om de voorafgaande klinker te kleuren. Er zijn geen andere medeklinkers die dat doen. De twee klanken hebben veel met elkaar gemeen en zijn dus kennelijk voor elkaar inwisselbaar. Het Chinees heeft zelf maar één liquida, die in uitspraak een beetje tussen onze r en l inzit. Als hij Nederlands leert moet hij de twee verschillende klanken uit elkaar zien te houden en dat valt niet mee. Wij zouden in dezelfde problemen raken als we bijvoorbeeld systematisch verschil zouden moeten maken tussen bijvoorbeeld oewaar met een Surinaamse w, dat 'op welke plaats' zou betekenen en waar dat 'werkelijk' zou betekenen. Gelukkig hoeven we dat verschil niet te maken ÷ anders dan het verschil tussen r en l bepaalt het verschil tussen een Surinaamse en een Europese w nooit een verschil in betekenis tussen twee woorden.

terug / inhoudsopgave / vooruit