De problemen van de zuigeling

Soms ben ik blij dat ik geen baby ben. De moed zakt me in de schoenen als ik me voorstel zoveel binnen zo korte tijd te moeten leren. Lopen. Mijn naaste familie herkennen. Naar mijn naam luisteren. Dingen vastpakken. Eten. Praten, ja, vooral praten.Vrijwel alles wat in dit boek aan de orde komen hebben u en ik in de eerste anderhalf jaar van ons leven geleerd. En dat is nog maar een fractie.

Een baby weet ook niet waar te beginnen. Er komen zoveel dingen tegelijk op hem af. Hij wil bijvoorbeeld weten in welke volgorde zijn moedertaal de woorden plaatst: of hij moet zeggen ik een boek lees zoals men dat in het Turks doet, ik lees een boek zoals men dat doet in het Engels, of dat hij een gemengde taal moet leren zoals het Nederlands waarin men soms ik lees een boek zegt en soms (jij gelooft dat) ik een boek lees.

Tegelijkertijd wil hij de betekenis van de woorden ik, lees, een en boek zien te achterhalen. Waar te beginnen? Stelt u zich voor dat u een Turkse baby bent en voor het eerst de zin Mehmet kitap yadzI hoort. Laten we voor het gemak aannemen dat u op de een of andere manier al hebt ontdekt dat Mehmet de naam is van uw oudere broer en dat de hele zin betekent dat die broer een bepaald boek leest.

Er zijn nu twee mogelijkheden. Het kan zijn dat kitap 'leest' betekent en yadzI 'boek' en dat het Turks het werkwoord voor het lijdend voorwerp zet, net als het Engels. Maar het is ook mogelijk dat kitap 'boek' betekent en yadzI 'leest' en dat de woordvolgorde andersom is. Het laatste blijkt uiteindelijk het geval, maar hoe komt u daar ooit achter in uw wiegje, met die speen in uw mond?

Ik moet erbij zeggen dat kinderen die dingen inderdaad snel leren. Engelse kinderen weten al zodra ze twee woorden naast elkaar kunnen zetten dat ze eat banana moeten zeggen, terwijl Nederlandse en Turkse kinderen dan banaantje eten brabbelt. U hebt dus maar weinig tijd om tot de juiste beslissing te komen. Baby's moeten dan ook al heel vroeg beginnen met het leren van de woordvolgorde van hun moedertaal. Mogelijk beginnen ze zelfs al in de moederschoot, nog voordat ze geboren worden.

Taal speelt in enorm belangrijke rol in de menselijke ontwikkeling. Bijna al uw kennis die cultureel bepaald is, heeft u geleerd doordat iemand u haar uitlegde in uw eigen taal. De mens heeft er daarom belang bij om zijn taal zo snel mogelijk te leren. Kennis is nu eenmaal ons belangrijkste instrument in de struggle for life.

Het is dan ook niet zo vreemd dat u al zo snel mogelijk begint alle beschikbare informatie over uw moedertaal te ordenen en eruit te halen wat erin zit. Zelfs uit het vage gemompel dat u hoort in de schoot van uw moeder kunt u nog informatie verkrijgen. U hoort ongeveer berdebomberdebomberdebomdebóm. U kunt waarschijnlijk wel uitmaken dat bepaalde woorden meer nadruk krijgen dan andere, ook al verstaat u de woorden zelf nog niet (en kunt u ze ook nog niet uit elkaar houden). Voor sommige conclusies is die informatie genoeg. U weet al dat in elke zin in elke taal minstens één woord een extra nadruk krijgt. U weet ook dat dezelfde regels in elke taal bepalen welk woord dat is.

U weet dat omdat die kennis in uw jonge hersentjes ingebakken zit. Ze maakt als het ware deel uit van de genetische erfenis die elk mens meekrijgt. Dat is in ieder geval de hypothese; het klemtoon-gen is nog niet aangetroffen in het menselijk DNA. Wat dat betreft zijn mijn beweringen hier tamelijk speculatief. Waarschijnlijk bestaat er ook geen duidelijk aanwijsbaar gen dat verantwoordelijk is voor klemtoon, maar is een combinatie van genen verantwoordelijk voor een aantal menselijke eigenschappen, waarvan klemtoon er één is.

Het gen dat eraan ten grondslag ligt hebben we misschien nog niet gevonden, maar we kunnen wel de inhoud van die kennis bestuderen. Onder andere moet de zuigeling behoorlijk veel weten over de juiste manier om een zin te ontleden. Dit zal u misschien verbazen. Ontleden staat niet speciaal bekend als een kunst die iedereen aangeboren is. Ik bedoel dan ook niet dat u, terwijl u in het vruchtwater dreef, al een gedetailleerde kennis had over voorwaardelijke onderwerpen en bijvoeglijke bijwoordelijke bepalingen van plaats. Maar in een bepaalde vorm wist u veel dingen al wel.

In alle talen van de wereld kunnen we een zin onderverdelen in groepen van bij woorden die bij elkaar horen. In de Turkse zin Mehmet enteresan kitap yadzI is het lijdend voorwerp enteresan kitap, '(het) interessante boek'. Die twee woorden horen bij elkaar, net zoals hun vertalingen in het Nederlands bij elkaar horen.

Al had u nog zulke lage punten voor ontleden op school, dit zijn dingen die u weet en waar u bij het spreken rekening mee houdt. Dat blijkt onder andere uit de manier waarop u de zin uitspreekt. In uw intonatie en in uw klemtoon houdt u rekening met groeperingen als deze. Als u pauzes legt tussen twee woorden, dan doet u dat minder vaak tussen twee woorden die bij elkaar horen dan tussen twee woorden die minder met elkaar te maken hebben.

Kinderen van een paar maanden oud horen al een verschil tussen natuurlijke pauzes en onnatuurlijke pauzes in zinnen. Ze luisteren aandachtig naar de zin Mehmet enteresan kitap yadzI wanneer er een pauze ligt tussen Mehmet en enteresan, maar als de zin wordt voorgelezen met een onnatuurlijke pauze, bijvoorbeeld tussen enteresan en kitap, verliezen ze alle belangstelling. Kennelijk horen ze dat er iets op een abnormale manier wordt gezegd, dat er een zin wordt gemaakt waaruit ze weinig of niets kunnen leren over hun moedertaal. Ze besteden hun energie liever aan zinnen die wat vertrouwder klinken en waarin ze daarom meer kans maken iets op te pikken.

Kinderen van een paar maanden oud hebben al wel een gevoel voor de natuurlijke pauzes, maar ze kunnen zich nog niet adequaat uitdrukken. De onderzoeker kan ze niet vragen wat ze precies vinden van de pauzes die ze in haar zinnen legt. Hoe weet zij dan toch wat de baby vindt? Ik heb de methode al kort omschreven. Om met zulke kleine kinderen te experimenteren moeten we gebruik maken van de dingen die ze van nature doen: in slaap vallen en uit alle macht zuigen aan alles wat binnen het bereik van hun lippen komt. Het prettige van jonge zuigelingen is dat ze zo snel in slaap vallen. Zodra er iets is dat ze verveelt, sukkelen ze in en houden dus op met zuigen. Van dit simpele gegeven kunnen we nu gebruik maken. In een fopspeen wordt een apparaatje gemonteerd dat meet of en hoe hard de baby zuigt. Vervolgens krijgt de baby iets te zien of (in het geval van taalkundig onderzoek meestal) te horen. Als het geboden materiaal het kind interesseert, zuigt het. Interesseert het materiaal het kind niet, dan valt het weldra in slaap en zuigt niet meer.

Ik heb al verteld dat uit dit soort experimenten blijkt dat kinderen verschil maken tussen de klanken van hun moedertaal en de klanken van vreemde talen. Ook de relatieve belangstelling van baby's voor natuurlijke en onnatuurlijke pauzes kunnen we zo testen. Het blijkt dan dat Turkse kinderen eerder in slaap vallen als ze Mehmet enteresan ... kitap yadzI horen dan wanneer iemand bijvoorbeeld Mehmet ... enteresan kitap yadzI tegen ze zegt. De eerste zin klinkt beter en biedt kennelijk meer mogelijkheden voor analyse dan de tweede.

Er is logischerwijs nog een plaats waar men een pauze in deze zin kan leggen: tussen de woorden kitap (boek) en yadzI. Als u hier een pauze legt vallen waarschijnlijk sommige kinderen in slaap, maar lang niet zoveel als wanneer de pauze ligt tussen enteresan en kitap.

Als we nu onze zin zouden ontleden, zouden we dat als volgt kunnen doen:

(Mehmet) ((enteresan kitap) yadzI)
Mehmetinteressant boek leest

De haakjes geven aan dat een groep woorden bij elkaar hoort. De woorden enteresan en kitap horen bij elkaar omdat ze samen het lijdend voorwerp 'het interessante boek' van de zin vormen; het Turks heeft geen bepaald lidwoord zoals het Nederlandse het. De drie woorden enteresan kitap yadzI horen bij elkaar omdat deze samen het gezegde 'leest het interessante boek' vormen. Mehmet is in zijn eentje het onderwerp van de zin en hoort verder nergens bij. Dit alles wordt uitgedrukt door de haakjes die ik hierboven aan de zin heb toegevoegd.

We kunnen nu een pauzeregel opstellen: hoe meer haakjes er tussen twee woorden staan, des te natuurlijker is een pauze tussen die woorden. De zuigeling voelt dat kennelijk al. De enige zinnige conclusie die we daaruit kunnen trekken is dat ze al kan ontleden voordat ze zelfs maar een woord gezegd heeft.

Het gaat nog verder. Als we de zin een klein beetje veranderen en zeggen Mehmet leest een heel interessant boek, dan verandert de zaak. De woorden heel en interessant horen bij elkaar. Samen vormen ze een bepaling bij boek. De ontleding van deze zin is nu dus:

(Mehmet) (((çok enteresan) kitap) yadzI)
Mehmet zeer interessant boek leest

Er staat nu een haakje tussen enteresan en kitap. Baby's zullen minder snel geneigd zijn in slaap te vallen als er nu een pauze ligt tussen die twee woorden. Behalve dan dat deze zin weer wat langer is en daarom automatisch iets saaier: hoe meer woorden een zin telt, des te eerder vallen kinderen in slaap als ze de zin horen.

Kinderen hebben dit soort ontleedmechanismen al vanaf een vroeg begin in hun hoofd. Termen als 'lijdend voorwerp', 'gezegde' en 'bepaling' moeten wel overeenkomen met iets wat in hun bolletje zit, ook al hebben ze er daar natuurlijk de woorden niet voor. Ze hebben daar waarschijnlijk ook al de volgende twee regels:

  1. Het woord waaromheen de meeste haakjes staat krijgt normaal gesproken de meeste nadruk, maar:
  2. Bepalingen tellen niet.

In de Turkse zin staan çok en enteresan tussen de meeste haakjes ÷ drie haakjes openen en drie haakjes sluiten. Maar omdat ze samen een bepaling vormen bij het zelfstandig naamwoord kitap tellen ze niet. Het woord dat overblijft als we die twee woorden wegstrepen is kitap. Dit woord heeft de meeste haakjes om zich heen staan. Omdat het niet bij een bepaling hoort, krijgt het de meeste nadruk.

U spreekt misschien geen Turks. Maar u hoort hetzelfde als u aandachtig luistert naar de zin Mehmet leest een interessant boek en (ik geloof dat) Mehmet een interessant boek leest. Als u die zin neutraal probeert te lezen, legt u wat extra nadruk op het woord boek. Het lijdend voorwerp krijgt voor zover bekend in elke taal ter wereld de meeste nadruk omdat precies dat zinsdeel tussen de meeste haakjes komt te staan.

Vertaal de Turkse zin in elke taal die u kent en spreek hem uit. De nadruk ligt altijd op de vertaling van boek. Ik moet er dan wel op wijzen dat in regel 1 de woorden 'normaal gesproken' staan. U kunt elk woord in een zin extra klemtoon meegeven:

Méhmet leest een interessant boek
Mehmet léést een interessant boek
Mehmet leest een interessánt boek

Zo spreekt u deze zin alleen in bijzondere situaties uit, bijvoorbeeld als antwoord op respectievelijk de vragen Wie leest een interessant boek? Wat doet Mehmet met een interessant boek? Wat voor boek leest Mehmet? U kunt geen gesprek beginnen door deze zinnen uit te spreken en als antwoord op de meest neutrale vraag: Wat is er gebeurd? zult u deze zinnen ook niet als antwoord geven.

We hebben het dus over neutraal uitgesproken zinnen die wél een antwoord kunnen zijn op laatstgenoemde vraag. Laten we nu teruggaan naar de zuigeling in de buik. De meeste zinnen die zij haar moeder en de vrienden van haar moeder hoort uitspreken hebben waarschijnlijk een neutraal klemtoonpatroon. Voor het Engelse kind klinkt dat vanuit de buik ongeveer als volgt:

domde de domde de domdedede dóm

(Mehmet is reading an interesting book)

Vrijwel helemaal aan het eind van elke zin hoort het kind dus een woord met extra klemtoon. Omdat het weet dat het lijdend voorwerp normaal gesproken altijd extra klemtoon krijgt, dat is immers het zinsdeel met de meeste haakjes om zich heen, weet het dus ook dat in het Engels waarschijnlijk het lijdend voorwerp na het onderwerp komt.

Het Turkse kind hoort een iets ander gemompel:

de dom dedededom dedóm dedom
Mehmet enteresan kitap yadzI

Het hoort dat er op het eind een woord staat met wat klemtoon, maar dat dit woord niet de meeste nadruk krijgt. Omdat ook het Turkse kind weet dat het lijdend voorwerp de meeste nadruk krijgt ÷ dat is immers in alle talen hetzelfde en we mogen daarom aannemen dat het deel uitmaakt van de aangeboren grammaticakennis die elk kind heeft ÷ weet dit kind dat in het Turks dat hij moet leren het lijdend voorwerp waarschijnlijk voor het werkwoord komt.

Het Nederlandse kind heeft het wat moeilijker omdat het verschillende klemtonen door elkaar hoort. Misschien concludeert het hieruit dat het extra goed op moet letten. Misschien hoort het ook wel op de een of andere manier dat het hier gaat om een verschil tussen hoofdzinnen (ik lees een boek) en bijzinnen (jij gelooft dat ik een boek lees). Dit soort dingen kan het kind dus al leren voor het geboren wordt. Goed beslagen komt het ten ijs, klaar om zo veel mogelijk zinnen te ontleden en nieuwe woorden te leren. In de eerste paar jaar zal het nog veel woorden, veel grammatica en veel fonologie leren. Als het geluk heeft mag het naar school om te leren ontleden en spellen. De basis is dan al lang gelegd.

terug / inhoudsopgave / vooruit