De schoonheid van aa

Eén bezwaar tegen een eventuele absolute uitspraaknorm is dat het veel moois zou doen verdwijnen. Laat twintig Nederlanders uit twintig verschillende steden ieder één zin over hun geboortestad zeggen en de Tilburger haalt u er zonder problemen uit. De stad die veel andere Nederlanders de lelijkste en de saaiste ter wereld vinden ÷ die stad noemt hij de schônste van het laand. Er zijn enkele dingen aan de hand met die paar woorden, enkele dingen waar het Tilburgse van af straalt. Er is natuurlijk de algemeen-Brabantse zachte ch, er is een merkwaardig korte o en ten slotte is er een juist weer opvallend lange aa. Over die laatste klinker wil ik het nu hebben.

Als een Nederlands woord of een Nederlandse lettergreep eindigt op -ant of -and, eindigt datzelfde woord in het Tilburgs op -aant of -aand: kraant, braand, haand, overkaant, aander. Er is geen enkele uitzondering op die regel. Een Tilburger die plat spreekt zult u niet betrappen op een onbedoeld -ant. Er is naar mijn idee een andere eigenschap van de Tilburgse tongval die verband (verbaand) houdt met deze curieuze verlenging. Dat is het nasale karakter van die tongval. Om Tilburgs te praten moet u veel lucht door uw neus laten gaan.

U hebt misschien geen Tilburgers in uw kennissenkring. In dat geval kunt u zich wenden tot de geschiedenis van de Nederlandstalige popmuziek om mijn beweringen te controleren. Vooral de zanger Henny Vrienten heeft een grote bijdrage geleverd aan de popularisering van het Tilburgse klinkersysteem. Al zingt hij nog zulk mooi Standaard Nederlands, het blijft altijd een beetje Nederlaands, met een lange en nasale aa.

Laten we de combinatie -ant eens nauwkeuriger bekijken. De laatste twee klanken in deze combinatie hebben allebei een coronale plaats van articulatie. Het belangrijkste verschil tussen deze twee klanken is dat de n nasaal (dat wil zeggen: een neusklank) is en de t oraal (een mondklank). Die nasaliteit moet wel een belangrijke rol spelen in de verklaring ÷ we komen die term nu al voor de tweede keer tegen.

Wat is nasaliteit? Spreken veroorzaakt altijd een vervorming van de lucht die het lichaam uitstroomt. Normaliter verlaat die lucht door de mondholte het lichaam, maar bij een nasale klank gaat minstens een gedeelte van die lucht door de neus. Met een spiegeltje onder uw neus kunt u dat zelf controleren. Bij een n beslaat het, bij een d of een t beslaat het niet. Houd een spiegeltje onder de neus van een Tilburger en het ding beslaat bij iedere lettergreep.

Het lichaamsdeel waarmee u deze nasale klanken maakt, heet het zachte verhemelte, of velum. Dat is het stukje vlees dat helemaal achter in uw mond hangt. U kunt met dit lichaamsdeel niet bijster veel doen. U kunt het hooguit naar beneden laten hangen. Die minimale beweging is precies genoeg voor het vormen van een nasale klank. Door het velum laag genoeg te laten hangen kunt u de mondholte geheel of gedeeltelijk afsluiten. Bovendien trekt u zo de afsluiting die gewoonlijk tussen luchtpijp en neusholte zit, open. De lucht die uw longen naar buiten stoten kan zodoende niet door de mond, maar juist wel door de neus naar buiten. Het verschil tussen de t en de n is er vooral een verschil in de positie van de velum. Bij de ene klank hangt die wat hoger en bij de andere hangt hij wat lager.

Bij de analyse van Schwitters Ursonate, heb ik laten zien dat het nuttig is om de verschillende eigenschappen van klanken op aparte lijnen te zetten. Die manier van schrijven is in de moderne fonologie heel populair, en wordt autosegmenteel genoemd. Een autosegmentele representatie van een klank is te zien als een orkestpartituur. Voor elk orgaan en elk orgaantje dat gebruikt wordt bij het spreken staat een aparte partij uitgeschreven. Er is dus een coronale partij voor de punt van de tong, een labiale partij voor de lippen, er zijn partijen voor de stembanden en er is een partij voor de huig.

Om te zorgen dat al die verschillende partijen goed gecoördineerd worden is er ook een soort drumpartij uitgeschreven, een partij die alleen uit tellen bestaat. Deze lijn stuurt als enige geen spieren aan maar representeert een soort interne metronoom. Voor elke afzonderlijke klank is er in deze partij één tel gereserveerd. Bovendien worden er tussen gelijktijdige gedeelten van een partituur lijnen getrokken om die gelijktijdigheid duidelijk te maken.

Een autosegmentele representatie van het woord pand in de standaardtaal ziet er als volgt uit:

labiaal
|
| coronaal
| / |
x x x x
| |
a |
nasaal

De lijn met de x'jes is wat ik zojuist de drumpartij noemde; elk x-je is een drumslag. De term die de meeste fonologen voor deze lijn gebruiken is x-lijn. Verder heb ik een lijn getekend voor de labiale partij (die alleen iets te doen heeft op de eerste slag), de coronale partij (die werkt op de laatste twee slagen) en de nasale partij (eigenlijk de partij van het velum), die op de derde slag werkt.

Ter wille van het overzicht heb ik deze representatie iets vereenvoudigd . De organen die voor de uitspraak van de aa van belang zijn, heb ik bijvoorbeeld samengeklapt in één lijn, waar ik kortweg aa heb neergeschreven. Ook bijvoorbeeld de stembandpartij is niet ingetekend. Complete autosegmentele representaties worden over het algemeen tamelijk onoverzichtelijk. Sommige taalkundigen beweren dat voor de modellen van sommige klanken het tweedimensionale papier zelfs niet volstaat. De structuren die aan sommige woorden in de vakliteratuur worden toegekend lijken dan sterk op het soort plaatjes dat scheikundigen tekenen voor ingewikkelde moleculen: fonologie als de chemie van taal.

Omdat we vaak niet in de gehele structuur geïnteresseerd zijn worden de plaatjes vereenvoudigd op de manier waarop ik het hier gedaan heb. In ieder geval kunnen we aannemen dat het plaatje van de n dat ik hier gegeven heb tamelijk compleet is. Net als de meeste coronale klanken is de n redelijk eenvoudig. We drukken het velum omlaag en de punt van de tong omhoog, en we hebben een n.

Zoals gezegd heten dit soort tekeningen van woorden autosegmentele representaties. De individuele orkestpartijen worden autosegmenten genoemd; 'segment' omdat ze onderdelen van klanken zijn, 'autosegment' omdat ze zich als zelfstandig opererende eenheden gedragen. Autos is het Griekse woord voor 'zelf'.

Laten we nu eens naar de Tilburgse representatie van datzelfde woord pand kijken. We moeten daarbij allereerst rekening houden met het nasale karakter van de Tilburgse uitspraak. Een nasaal uitgesproken pand ziet er als volgt uit:

labiaal
|
| coronaal
| / |
x x x x
|\ |
a \|
nasaal

Bij bestudering van deze tekening valt op dat de n geen enkele unieke eigenschap heeft. Hij is nasaal, maar deelt die eigenschap met zijn linkerbuur. Hij is coronaal, maar deelt die eigenschap met zijn rechterbuur.

Nu hebben we al een paar keer eerder gezien dat twee klanken die naast elkaar staan graag zoveel mogelijk van elkaar willen verschillen. Zeker twee coronalen voelen zich niet erg op hun gemak naast elkaar: *jie en *tla zijn om die reden onmogelijke lettergrepen. In dit geval lijkt de n wel heel sterk op zijn buren. Tijdens een bepaald stadium in de geschiedenis van het Tilburgs is hij om deze reden geheel verdwenen: de coronaliteit werd door de t. uitgedrukt en de nasaliteit door de klinker. Dit kan worden getekend door 'nasaal' aan de klinker te koppelen in plaats van aan een plaats op de x-lijn:

labiaal
|
| coronaal
| / |
x x x x
|
a
\
nasaal

Maar het soort woord dat hier dreigde te ontstaan was wel erg ongewenst. Er zou een gat in vallen: de derde x zou helemaal leeg worden en geen enkele partij zou op die tel iets te doen hebben. In de muziek heet zo'n maateenheid een generale pauze, maar in de talen van de wereld worden woorden met een generale pauze nimmer gehoord.

Er ontstond dus een druk in het taalsysteem om de nu ontstane lege derde plaats op de een of andere manier te vullen met klankmateriaal. De eenvoudigste manier om dat te doen is om een al bestaande en nabije klank op diezelfde plaats in te vullen. Het materiaal van de a bijvoorbeeld.

Taalsystemen zijn net mensen; als ze kunnen kiezen, nemen ze altijd de makkelijkste weg. Zo ontstond het Tilburgse woord paand, waarbij we de n wel schrijven, maar eigenlijk alleen maar horen doordat de a extra nasaal is:

labiaal
|
| coronaal
| / |
x x x x
| /
a
\
nasaal

Op deze manier, door gebruik te maken van autosegmentele representaties, is dus eenvoudig te begrijpen hoe de Tilburgse klank van woorden kon ontstaan uit de oudere fase van het Nederlands, die in dit opzicht waarschijnlijk vrijwel hetzelfde moet hebben geklonken als de huidige standaardtaal.

Het is niet ongebruikelijk dat een klinker verlengd wordt om een open plaats in een woord te vullen. In bijna alle talen van de wereld waarvan de geschiedenis enigszins bekend is omdat ze al langere tijd over een op klank gebaseerd schriftsysteem beschikken, zijn er wel stadia aan te wijzen waarin een medeklinker om de een of andere reden verdween en een klinker meteen de vrijgekomen ruimte benutte om langer te worden.

Zo frequent is dit verschijnsel dat er zelfs een aparte term voor is bedacht: compensatorische verlenging. De klinker wordt verlengd om het verlies van een medeklinker te compenseren, dat is de gedachte achter die term. Compensatorische verlenging gekoppeld aan het verlies van een n komt zelfs heel vaak voor. Een bekend voorbeeld vinden we in de geschiedenis van het Frans.

Zoals u weet komen de meeste Franse woorden sinds de Romeinse bezetting uit het Latijn. Ze zijn alleen in de loop van de afgelopen tweeduizend jaar hier en daar wat afgesleten. Het Latijnse woord voor 'goed' was bijvoorbeeld bonus. In eerste instantie viel daar de uitgang -us van af, zodat de Fransen een woord overgehouden hebben dat moet hebben geklonken als het Nederlandse bon met drie onderscheiden klanken.

labiaal
| coronaal
| |
x x x
| |
o |
nasaal

Vervolgens werd eerst de klinker genasaleerd en ten slotte verdween de n. Het resultaat is dat het Franse woord bon nu eindigt op een o die langer is dan de klinker in Oscar en die bovendien nasaal is:

labiaal
| coronaal
| |
x x x
| /
o
\
nasaal

Het woord dance wordt door Fransen en Tilburgers uitgesproken met een lange en nasale versie van de aa ÷ al is het dan niet precies dezelfde versie van die klank ÷ en zonder n. Dat is geen toeval. Beide taalsystemen hebben een vergelijkbaar proces van compensatorische verlenging doorstaan. En in beide talen zijn daarbij klinkers genasaleerd.

terug / inhoudsopgave/ vooruit