De click!

Niet alleen ideale woorden als tata zijn interessant, ook veel minder fraaie klankcombinaties kunnen ons iets vertellen over onszelf. Een sterk voorbeeld wordt gevormd door de kreten die taalkundigen tussenwerpsels of interjecties noemen: Boe! Bah! Hè? Huh? Goh! Mmm! Sst! Fonologisch schenden ze vrijwel elke algemene wet die we kunnen opstellen. Zo eindigen woorden in het Nederlands nooit op een a-, e-, o- of u-klank ÷ behalve als ze de tussenwerpsels bah, , gôh of huh zijn. En zo hebben alle Nederlandse woorden ten minste één klinker ÷ behalve als ze de tussenwerpsels mmm of sssssst zijn.

Er zijn zelfs twee tussenwerpsels die klanken bevatten die in het Nederlandse taalsysteem verder nergens tegenkomen. Ze zijn daarom ook moeilijk op te schrijven. Ik zal het met de omweg van een beschrijving proberen. De ene klank maakt u in het tussenwerpsel dat meestal wordt opgeschreven als tuttut: U legt de voorkant van uw tong tegen uw tanden, zuigt hem een beetje vast en laat dan los. Met een Engelse term noemen taalkundigen de klank die u nu geproduceerd heeft een click. Ik zal deze klank schrijven als !t, met een uitroepteken voor de t.

De andere klank is ook een click, maar deze maakt u met de achterkant van de tong. U legt de hele tongmassa tegen het verhemelte aan en trekt dan de achterkant omlaag. Deze klank wordt onder andere gebruikt om een paard aan te sporen en sommige mensen maken hem ook als ze onzekerheid willen uitdrukken. Deze klank kunnen we schrijven als !k, alweer met een uitroepteken.

Als Nederlandstalige kent u deze klanken, ook al gebruikt u ze misschien niet vaak. Ze horen bij de gedetailleerder culturele kennis die u heeft. U moet hun betekenis ooit echt geleerd hebben: er is niets inherents aan het klakken van de tong dat onzekerheid betekent. Deze klanken worden ook niet in alle talen van de wereld gebruikt om deze betekenissen uit te drukken. Een aboriginal klikt niet met zijn tong een !t of een !k om afkeuring te laten horen of om zijn paard aan te sporen. We kunnen dus niet aannemen dat een kind geboren werd met in zijn hoofd al het idee dat deze klanken deze betekenissen hebben. Het heeft het wel degelijk geleerd.

Er zijn overigens een paar talen waarin deze klanken wel ongeveer even gewoon zijn als de m of de w in het Nederlands. Het zijn om onbekende redenen vooral talen in zuidelijk Afrika ÷ de bekendste is waarschijnlijk het !Xhosa. U herkent het uitroepteken: de eerste klank van de naam van de taal komt ongeveer overeen met onze !k. Alleen kunnen in deze taal clicks in gewone, alledaagse woorden staan, niet alleen maar in tussenwerpsels.

Behalve deze clicks ÷ en nog een paar meer ÷ heeft het !Xhosa nog een groot aantal merkwaardige medeklinkers. Daarnaast heeft het ook de 'gewone' medeklinkers die we kennen uit de westerse talen. Het !Xhosa heeft alleen een grotere collectie medeklinkers dan de Westerse talen. Alle talen hebben een bepaalde basisverzameling van medeklinkers. Sommige talen houden het daar bij ÷ er zijn talen met niet meer dan een stuk of tien onderscheiden medeklinkers. Sommige talen hebben dan een soort eerste uitbreiding ÷ het Nederlands heeft bijvoorbeeld ongeveer vijfentwintig medeklinkers. Het !Xhosa is wat betreft de medeklinkers één van de uitgebreidste talen.

Het is nuttig om hier bij stil te staan. De wereld had geheel anders in elkaar kunnen zitten. Het is niet moeilijk om een wereld voor te stellen waarin talen bestaan die wel !t en !k hebben, maar niet de eenvoudiger medeklinkers t en k. Zo'n situatie is niet moeilijk in te denken, maar in werkelijkheid bestaat ze niet. Er is een vaste kern van 'gemakkelijke' medeklinkers, die alle talen bezitten. Dat moet iets te maken hebben met de structuur, met de organisatie van de menselijke geest en van het menselijk lichaam.

Als baby, wanneer u de hele taal nog moet leren, neemt u aan dat uw moedertaal in ieder geval die basismedeklinkers heeft: laten we zeggen s, t, n, p, m, k, l en nog een paar. U kunt daar een hele tijd mee vooruit ÷ in veel talen zijn de eerste woorden die een kind leert, zoals papa, mama, ete, opgebouwd uit basisklanken ÷ totdat u merkt dat uw ouders in sommige woorden ook een meer bizarre klank produceren, bijvoorbeeld een r of een ng of een !t. Vanaf dat moment breidt u de verzameling uit met die meer bizarre klanken. Op een bepaald moment hoort u geen nieuwe medeklinkers meer. Op dat moment besluit u dat u klaar bent met leren.

Dit leerprincipe, waarbij de leerder begint met een kleine verzameling basisgegevens die hij steeds uitbreidt wanneer daar een aanleiding voor is, wordt in het Engels het 'Subset Principle' genoemd. 'Subset' ('deelverzameling' in het Nederlands) is van oorsprong een wiskundige term voor een verzameling dingen (getallen, concrete voorwerpen, mensen, noem maar op) die kleiner is dan een andere verzameling dingen omdat die laatste verzameling precies dezelfde elementen bevat als de eerste en nog wat meer. De verzameling meisjes is een deelverzameling van de verzameling kinderen, omdat alle meisjes kinderen zijn maar niet alle kinderen meisjes. De verzameling berken is een deelverzameling van de verzameling bomen, de verzameling even getallen is een deelverzameling van de verzameling getallen, de verzameling Nederlandse medeklinkers is een deelverzameling van de verzameling !Xhosa medeklinkers.

Het Subset Principle zegt dat de leerder altijd van de deelverzameling naar de grotere verzameling moet gaan en nooit omgekeerd.

De plausibiliteit van het Subset Principle kan worden aangetoond met de methode van 'reductio ad absurdum': om te laten zien dat een stelling waar moet zijn, laten we zien dat de aanname van het tegendeel van de stelling tot absurde resultaten leidt. Laten we deze redeneertrant eens op het Subset Principle toepassen. Stel dat dit principe onwaar was. Stel dat leren begon bij de grotere verzameling. Alle kinderen ter wereld begonnen met aan te nemen dat hun taal de verzameling medeklinkers uit het !Xhosa had en vanuit die veronderstelling moesten sommigen onder hen Nederlands leren. Hoe zouden die kinderen ooit tot die conclusie kunnen komen? Hoe zouden ze ooit kunnen leren dat hun moedertaal geen !t of !k bezat? Het zou net zo goed zo kunnen zijn dat hun ouders die klanken wel kenden maar bij toeval nooit de woorden uitspraken waar die klanken in voorkwamen. Logischerwijs zouden de kinderen nooit van het !Xhosa naar het Nederlands kunnen komen, terwijl ze de omgekeerde weg wel kunnen afleggen.

Het is logischerwijs ook mogelijk dat de kinderen bij nul beginnen, dat ze geen enkele vooropgezette aanname doen over de medeklinkers die hun moedertaal heeft ÷ dat ze de t net zo min verwachten als de !t.. In dat geval begrijpen we echter niet dat alle talen uiteindelijk wel die t hebben maar niet de !t. Het begrip basismedeklinker valt dan buiten het vocabulaire. Dit beëindigt de reductio ad absurdum. Het Subset Principle moet wel ten grondslag liggen aan de taalverwerving omdat de alternatieve theorie tot ongewenste resultaten leidt.

Maar hoe zit het dan met de Nederlandse tussenwerpsels !t!t en !k!k? Kinderen horen die klanken toch ook? Het antwoord op die vraag is, natuurlijk, bevestigend. Maar kennelijk beschouwen kinderen wat ze horen in tussenwerpsels niet als deel van het klanksysteem van hun taal. Ze concluderen ook niet na het horen van mmm en sssst dat het Nederlands woorden heeft zonder medeklinkers.

Tussenwerpsels vallen dus buiten het taalsysteem. Ze horen wel bij de Nederlandse cultuur maar niet bij de Nederlandse taal. Veel mensen geloven dit niet als ik het ze vertel. Veel mensen denken dat alle klanken die ze voortbrengen deel uitmaken van de taal. Zeker als die klanken betekenis hebben en cultureel bepaald zijn zoals bij mmm en tuttut het geval is. Zulke dingen moeten wel tot de taal behoren.

De vraag is dan waar zo'n redenering stopt. Met de vingers knippen kan ook een betekenis hebben. Het kan bijvoorbeeld dienen om de aandacht van de ober te trekken. En die betekenis is ook goeddeels cultureel bepaald. Moeten we dat geluid nu ook tot de Nederlandse taal rekenen? Ook kuchen kan in sommige gevallen een betekenis hebben. Het kan dienen om voorzichtig de aandacht te trekken. Hoort dat gehoest nu ook bij het Nederlandse klanksysteem? En waarom zouden we ons eigenlijk tot die spierbewegingen beperken die toevallig geluid maken? Er is een heel scala aan bewegingen en lichaamshoudingen die allemaal betekenis kunnen hebben. Waarom zouden we dan de knipoog en de rechte rug niet tot het Nederlands rekenen?

Er is ergens een grens tussen de taal en andere communicatiemiddelen die gebruik maken van het lichaam en die aan bepaalde conventies gebonden zijn. Die laatste middelen delen we met andere dieren, die immers ook van alles en nog wat aan elkaar kunnen mededelen zonder daarbij echt een taal te gebruiken, met naamvallen en werkwoordsverbuigingen, lettergrepen en klinkerharmonie.

Een belangrijk verschil tussen taal en die andere communicatiemiddelen is dat taal een veel sterker uitgewerkt inherent systeem heeft, dat losstaat van de betekenis die uitgedrukt wordt. De Nederlandse zinnen ik hou van jou en de vrouw is flauw blijken na enige analyse veel meer met elkaar te maken te hebben dan de verliefde zucht en het smalend geknor.

Op het gebied van de gebaren vinden we overigens eenzelfde verschil als op het gebied van de klanken. De gebarentaal die doven gebruiken is net zo verschillend van de omhooggestoken wijsvinger en de opgetrokken schouder als de gesproken taal van het gesis en geknor. Sterker nog, gebarentaal lijkt veel sterker op gesproken taal dan op die omhooggestoken wijsvinger. Zo heeft gebarentaal een duidelijk omschreven grammatica, die in alle opzichten lijkt op de grammatica van ons bekende gesproken talen.

Volgens sommige geleerden heeft de gebarentaal zelfs een soort fonologisch systeem dat dan ook nog eens sterk lijkt op de fonologische systemen van menselijke talen. Natuurlijk betekent dat niet dat deze talen ook klanken hebben. Maar ze hebben bijvoorbeeld wel een soort lettergrepen ÷ kleine onderdelen van een gebaar die altijd dezelfde vorm hebben. Zoals in gesproken talen een lettergreep idealiter bestaat uit een medeklinker en een klinker, zo bestaat de gebarenlettergreep uit een 'positie' (een plaats in de ruimte waar een gebaar gemaakt wordt) en een 'beweging' (die bijvoorbeeld een halve cirkel kan beschrijven of een strakke rechte lijn). Dit soort ingewikkelde vormeisen vinden we niet in de gewone alledaagse baren die niet-doven soms gebruiken.

Dat wil overigens niet zeggen dat dove gebaarders niet soms even knipogen, tussen twee ingewikkelde zinnen door. Die knipogen zijn in hun systeem dan de interjecties, de tussenwerpsels die weliswaar cultureel bepaald zijn maar geen taalkundige functie hebben en ook niet in het taalkundige systeem passen.

Er zijn behalve de tussenwerpsels nog een aantal zaken te bedenken die buiten het eigenlijke taalsysteem staan, ook al gebruiken ze we bij en tijdens het praten. Een fascinerend voorbeeld is het zogenaamd inhalerend spreken. Normaliter maken we bij het praten gebruik van de lucht die naar buiten stroomt. Spreken doet u tijdens het uitademen. Maar een enkele keer, in heel bijzondere gevallen, wordt ook de luchtstroom die naar binnen gaat gebruikt. In het Nederlands horen we het eigenlijk alleen weleens bij het woord ja, en dan nog eigenlijk alleen bij sommige vrouwen. De stem klinkt een beetje hoger en een beetje rasperig bij die verkeerd stromende lucht. Waarom die vrouwen dat zo doen, en waarom dit soort praten vooral door vrouwen gebruikt wordt is onbekend. Ik geloof ook dat het alleen gebruikt kan worden in persoonlijke gesprekken, als het over eigen gedachten en gevoelens gaat. Wie weet wordt de naar binnenstromende lucht gebruikt als een soort onbewust symbool voor de introspectieve blik.

Op dezelfde marginale manier als in het Nederlands komt de inhalerende klank ook in andere talen voor. In het Noors valt het zelfs naar mijn indruk nog iets vaker te horen dan in het Nederlands, en ook weer alleen bij de woorden ja en nei. Het kan dan ook een soort ironie aanduiden. Naar mijn indruk wordt het ook in Noorwegen vooral door vrouwen gedaan. Er zijn daarnaast ook een paar talen waarbij inhalerende klanken een echte rol spelen in het hart van het taalsysteem. Erg veel van die talen zijn er niet, maar het !Xhosa is er wel weer een voorbeeld van.

terug / inhoudsopgave/ vooruit