De moeilijkheid van uu

U zeggen, daar hebben veel buitenlanders moeite mee. Eigenlijk weten alleen Duitsers, Fransen en Turken er nog iets van te maken. Het is een van de kortste woorden van het Nederlands ÷ veel korter dan één klinker kan een woord niet zijn. Maar desondanks is het ook een van de moeilijkste.

Die moeilijkheid heeft een beetje te maken met de betekenis van het woord. Verschillen tussen aanspreekvormen zijn altijd moeilijk te leren in een vreemde cultuur. Er is inzicht in de meest subtiele sociale verhoudingen voor nodig maar dat is nauwelijks te verwerven in een klaslokaal en al helemaal niet uit de cursus 'Nederlands zonder moeite'. Wie Duitse of Franse kennissen heeft weet dat het ongelooflijk moeilijk is om te bepalen wanneer de grens van Sie naar Du, of van vous naar tu over kan worden gestapt.

Er zijn lieden die beweren dat zo'n verschil ons iets vertelt over de cultuur en de maatschappij van de mensen die zo'n taal spreken. Dat die gedachte onzin is, kunt u aan het Engels zien. Die taal heeft alleen you maar hij wordt zowel in het informele Amerika als in het klassegevoelige Engeland al eeuwenlang gesproken.

Hoe dit ook zij, het verschil tussen u en jij blijft lastig. Zelfs geboren en getogen Nederlanders komen soms in de problemen. Ik heb eens een kennis gehad, een ouder heer die niet wist of hij u of jij tegen me moest zeggen. Ik was waarschijnlijk te jong voor het ene woord en te weinig intiem voor het andere. Daarom gebruikte hij maar het woordje men. Toen ik bij hem op visite zou komen en hij me uitlegde hoe ik bij hem kon komen, zei hij: 'Bij het stoplicht slaat men linksaf en dan gaat men onder het viaduct door.' Het is een extreem voorbeeld, maar daarom laat het ook zo duidelijk zien wat het probleem is.

Voor de meeste buitenlanders is niet alleen de inhoud een probleem, maar ook de vorm. Die uu-klank is een heel rare. De meeste talen hebben hem niet. Nederlanders en Belgen valt dat misschien niet zo op omdat twee van onze grote buurtalen hem ook hebben, namelijk het Frans en het Duits. De Scandinavische talen hebben ook een klank die erop lijkt en zo zijn er nog wel een paar. Maar als we alle talen in de wereld bekijken, is het aantal dat een u heeft zeer sterk in de minderheid en bovendien vrijwel geheel geconcentreerd in Europa.

Dat geldt niet voor alle klinkers. Er zijn grote verschillen in de verspreiding van klanken over de talen van de wereld. Bijna alle talen van de wereld hebben de aa, de ie en de oe. Als een taal drie of meer klinkers heeft, dan zitten deze drie er altijd tussen. Heeft een taal minimaal vijf klinkers, dan komen de ee en oo er nog bij. Maar een uu duikt slechts op als de taal een groter inventaris heeft dan slechts drie klinkers.

Het Nederlands heeft bijvoorbeeld het relatief grote aantal van zestien klinkers: aa, ee, eu, oo, ie, uu, oe, ei, ui, au, a (van pad), e (van pet), u (van put), o (van pot), i (van pit) en de stomme e (van mode). Pas in een systeem van een dergelijke omvang maakt de uu een kans. En zelfs dan is de kans een kleine.

Volgens sommige taalkundigen is een klinker zoiets als een kleur. Met de drie primaire kleuren blauw, geel en rood corresponderen de 'primaire klinkers' aa, ie en oe. Andere klinkerkleuren krijgt u door de primaire klinkers in een bepaalde hoeveelheid te mengen. Wanneer u aa met ie in gelijke hoeveelheden mengt, krijgt u min of meer een ee. Iets meer aa erin en u krijgt de klinker uit pet. Iets meer ie en u krijgt een i uit pit.

U kunt dit zelf testen, thuis of in de auto. Wanneer u uw kaak wijd openspert en uw stembanden laat trillen, krijgt u een aaöachtige klank. Brengt u de voorkant van uw tong een flink stuk omhoog en sluit u uw lippen bijna helemaal in een gespreide stand, in een grijns, dan krijgt u een ie. Wanneer u nu heel langzaam en geleidelijk van aa naar ie gaat, komt u onderweg als het goed is langs de è, de ee en de i. U komt nog langs een aantal andere klanken maar die gebruiken we in het Standaardnederlands niet. Wanneer u één of meer dialecten beheerst, hoort u misschien wel bekende klanken langskomen.

Op dezelfde manier kunt u door aa en oe te mengen de klinkers in poot en pot vormen. Een taal met vijf klinkers heeft naast de drie primaire meestal ook een ee of een è en een oo of een ò. Een combinatie van aa en ie en een combinatie van aa en oe dus. We kunnen de zojuist opgesomde klinkers in een driehoek tekenen. Die driehoek ziet er op de volgende manier uit:

Vier klinkers heb ik uit dit schema weggelaten: de ui, de ei, de au en de stomme e. Ook heb ik het schema hier en daar wat vereenvoudigd: de u en de o staan in sommige dialecten soms onder de eu en de oo. Deze klanken zijn in een aantal opzichten bijzonder. Later zal ik uitgebreid terug komen op de manier waarop ze in de driehoek moeten worden ingetekend.

Deze driehoek kunt u overigens ook zien als een sterk vereenvoudigd model van uw eigen mond. De onderste hoek is dan de onderkant van de mond, de bovenzijde het verhemelte. Een ie maken we met de tong hoog aan de voorkant van de mondholte, de oe hoog aan de achterkant, en de aa zo diep mogelijk in de mondholte. Dit is het gebiedje waarin vrijwel alle klinkers gemaakt worden, dit is het onderzoekingsgebied van de fonologie. Een holte van niet meer dan enkele centiliters.

Wat u meteen ziet als u dit plaatje bekijkt is dat de meest wijdverbreide klanken kennelijk ook de meest extreme klanken zijn. Alle talen benutten de punten van de driehoek. De minder uitgesproken klanken komen pas daarna. In zekere zin is dat nogal logisch. Een taal met drie klinkers kan beter de aa, de ie en de oe nemen dan bijvoorbeeld de ee, eu en e. Die laatste drie klinkers zitten zo dicht bij elkaar dat verwarring tussen de drie best mogelijk is. Verwarring tussen extreme klinkers ligt veel minder voor de hand. Als we nu aannemen dat talen gebruikt worden voor communicatie, is het logisch dat we dat soort verwarring proberen te vermijden.

Een dergelijke verklaring wordt wel een functionele verklaring genoemd: een bepaalde eigenschap van de taal wordt verklaard uit de 'functie' van taal. Meestal wordt met die functie dan communicatie bedoeld: de taal is volgens deze opvatting alleen of vooral een communicatiemiddel en al haar eigenschappen volgen daaruit.

Het probleem met dergelijke verklaringen is dat het onduidelijk is wat dat precies is, de 'functie' van taal. Dat taal in de eerste plaats of zelfs alleen maar een communicatiemiddel zou zijn, is al helemaal niet duidelijk. Mensen gebruiken taal voor heel veel andere dingen ÷ om mee te spelen en vooral: om in te denken. Bovendien: dat we taal gebruiken om te communiceren betekent nog niet dat we de manier waarop onze taal in elkaar zit uit die communicatie kunnen begrijpen. De filosoof Pangloss in Voltaires boek Candide maakt zichzelf belachelijk door te opperen dat de mens een neus heeft om er een bril op te plaatsen. We moeten uitkijken niet in dezelfde val te trappen. Zoals de structuur van het neusbotje niet begrepen kan worden uit de bril, zo kan de structuur van taal misschien ook niet begrepen worden uit de communicatiebehoefte of enige andere veronderstelde functie.

Het beste argument tegen het idee dat taal in de eerste plaats een communicatiemiddel zou zijn is gegeven door de bekende Amerikaanse taalkundige William Labov. Labov is erg geïnteresseerd in taalveranderingen en hij baseert zijn argument daar dan ook op. Alle levende talen veranderen voortdurend. Het Nederlands van nu is anders dan het Nederlands van tweehonderd jaar geleden en het Japans van nu is anders dan het Japans van tweehonderd jaar geleden. Die veranderingen zijn gradueel, maar op de lange duur toch duidelijk merkbaar. Kinderen spreken een klein beetje anders dan hun grootouders, maar de taal van een paar honderd jaar is nauwelijks nog te verstaan. Labov heeft zelf na uitgebreid onderzoek laten zien dat de veranderingen in de Amerikaanse steden waar hij onderzoek deed eigenlijk zeer groot zijn. Zo'n verandering begint altijd bij een klein groepje mensen en spreidt zich dan langzamer of sneller over een gemeenschap uit.

Een voorbeeld van zo'n verandering in het huidige Nederlands zou de verandering in uitspraak van de z en de v kunnen zijn. Steeds vaker worden die als s en f uitgesproken (ik sou fiool willen spelen). Die verschuiving is ooit begonnen in Amsterdam maar u hoort haar nu in steeds meer plaatsen in Nederland. Eenvoudig gezegd is het als volgt gegaan: bij de radio kwamen steeds meer discjockeys te werken die uit Amsterdam kwamen en zich niet schaamden voor hun accent. Hun manier van praten werd nagedaan door jongeren die deze discjockeys bewonderden. Die jongeren werden en worden op hun beurt weer nagedaan door andere mensen. Op een bepaald moment worden er kinderen geboren die alleen maar sou en fiool horen. Die kinderen weten dan niet beter dan dat het Nederlands helemaal geen z of v heeft.

Als taal gemaakt zou zijn voor communicatie, zouden we dat niet verwachten, zegt Labov. Een optimaal communicatiemiddel verandert niet op die manier. Juist zo'n verandering waarin de ene groep op een gegeven moment anders praat dan een andere (de jongeren zeggen fiool en de ouderen viool) werkt verwarring alleen maar in de hand. En verwarring, hebben we net gezien, is iets wat we in communicatie moeten vermijden.

We moeten dus erg voorzichtig zijn met 'verklaringen' die berusten op de veronderstelde functie van een taal. We nemen aan dat talen kiezen voor de aa, ie en oe omdat we geboren worden met de punten van de driehoek in ons hoofd, liever dan dat de reden daarvoor zou zijn dat we ons zo goed mogelijk verstaanbaar willen maken. Toch zijn functionele verklaringen intuïtief erg aantrekkelijk, zeker als we niet al te diep op de feiten willen ingaan. Af en toe kan ik ook de verleiding niet weerstaan, zoals u zult merken.

De uu is nu een tussenvorm tussen ie en oe, een mengeling van die twee als we nog even in de kleurenmetafoor blijven. Het komt erop neer dat bij het uitspreken van een uu en de tong in de positie is van de ie en de lippen in de vorm van de oe zijn. Waarom zijn deze twee klanken nu moeilijker met elkaar te combineren dan ieder voor zich met een aa?

Het menselijke spraakorgaan lijkt zo te zijn ingericht dat het rond maken van de lippen, de belangrijkste karakteristiek van de oe, het makkelijkst samengaat met het naar beneden drukken van de punt van de tong. Om een uu te maken moet u de punt van uw tong nu juist omhoogduwen. Dat is een onnatuurlijke gang van zaken. Slechts een paar volken is ooit op het onzalige idee gekomen om zo'n rare klank te produceren. Helaas horen onze voorouders daar bij.

Doordat de wereld almaar kleiner wordt en doordat de Europeanen zich in de loop van de jaren enorm met de rest van de wereld zijn gaan bemoeien, hebben miljoenen buitenlanders de grootste moeite moeten doen om die rare klank geleerd te krijgen. Dat ze daar niet zo'n grote moeite mee hebben, is niet omdat ze dommer zijn dan wij of omdat ze een andere mond hebben. De hoofden en monden van Zoeloes, Koreanen of Engelsen zijn op zichzelf niet meer of minder geschikt om die klanken te maken. Het zit in hun kop, en misschien ook een beetje in hun fijne motoriek. Het zit in de dingen die ze als kind hebben geleerd.

De oorzaak van alle problemen is dat die buitenlanders te laat zijn. Wij Nederlandstaligen zijn als kind al begonnen die rare klanken te leren. Kinderen die brabbelen kunnen alle mogelijke klanken uit alle talen van de wereld nog maken. In de loop van de tijd verliezen ze de klanken die niet tot onze moedertaal behoren. Als ze die klanken later weer willen leren, hebben ze daar grote moeite mee.

En zo hebben buitenlanders nu grote moeite met het woordje u. Als u goed luistert, hoort u dat ze dat probleem oplossen op een manier die we zouden verwachten volgens de kleurentheorie. Ze kiezen ofwel een van de samenstellende delen en zeggen dus ie of oe, ofwel ze herkennen de combinatie, maar kunnen niet goed mengen. In dat geval zeggen ze oej of joe. Engelsen zeggen bijvoorbeeld djoen tegen een woord dat wij als dune zouden uitspreken. De j is een soort medeklinkervorm van de ie. De klanken joe en oej zijn dus blauw en rood naast elkaar terwijl de uu paars is.

Maar soms zeggen buitenlanders die Nederlands willen spreken toch maar liever jij in plaats van u. Het probleem is dan dat de ijöklank al bijna even ongewoon en moeilijk uit te spreken is als de uuöklank. Zo wordt het nooit wat met het Nederlands als wereldtaal.

terug / inhoudsopgave/ vooruit