Voorwoord

Marc van Oostendorp

Van het boekje Computers en taal, oorspronkelijk verschenen bij Sdu, Den Haag, 1999.

Computers werken steeds meer met taal en er is steeds meer taal te vinden op computernetwerken zoals Internet. Heel veel mensen schrijven weleens wat met een computer en nog meer mensen lezen weleens wat op een computerscherm, al is het maar het schermpje van de geldautomaat. Langzaam maar zeker leren computers bovendien een beetje praten en een beetje luisteren. En langzaam maar zeker raken er ook andere talen ingevlochten in het wereldwijde computernetwerk dan alleen het Engels: het Nederlands bijvoorbeeld, en het Fries, en het Spakenburgs, en de boeventaal van de verzekeringswereld.

Het kan mij niet snel genoeg gaan. Ik houd van taal en ik ben geïnteresseerd in moderne techniek en waar die twee samen spelen, sta ik aan de zijlijn te juichen. Ik denk dat de ontwikkelingen de laatste jaren de goede kant opgaan en ik ben blij dat ik het allemaal meemaak. We beleven opwindende tijden.

Ik schreef de afgelopen jaren artikels over sommige ontwikkelingen voor verschillende bladen. Voor dit cahier heb een paar van die artikels – uit Onze Taal, Taalschrift, Emnet, Vaktaal, de Taalalmanak en Neder-L, het elektronisch tijdschrift voor neerlandistiek – op een rijtje gezet, herschreven, geactualiseerd en soms samengevoegd. Ongeveer de helft van de stukken is speciaal voor dit cahier geschreven. Samen geven ze een overzicht van de stand van zaken.

Stukken in de krant over moderne technologie en nieuwe media gaan meestal over problemen, bugs, fraude en pornografie. Niemand zou meer boeken lezen, de jeugd zou zich alleen nog in symbolen uitdrukken. Voorzover iemand enige begeestering voor Internet kan opbrengen, geldt deze vaak slechts één aspect: dat er (ooit, in de toekomst) heel veel geld te verdienen zou zijn op de elektronische snelweg. Het wordt volgens mij tijd iets anders uit te drukken als het over computers en taal gaat: enthousiasme en optimisme.

Er bestaat namelijk ook een heel andere traditie in de computerwereld en op Internet: één waarbij je dingen niet per se doet om er geld mee te verdienen, maar om samen te werken, om met elkaar iets moois te maken. Sommige mensen schrijven geen computerprogramma's om ze in grote kartonnen dozen voor veel geld aan anderen te verkopen, maar om ze aan anderen cadeau te geven, zodat die anderen weer dingen kunnen maken die ze aan weer anderen geven.

Taal is van iedereen. We zouden daarom die flair en die geest van wederzijdse hulp moeten overdragen op de wereld van de taal. Ik zou willen dat er meer taalhackers komen. Ik zou willen dat de taal uit handen genomen wordt van de schoolmeesters en de grote uitgevers en in handen komt van ons allemaal. In de stukken in dit cahier leg ik uit waarom ik dat wil, en wat er al bereikt is.

De laatste acht hoofdstukjes van dit boek beschrijven tachtig mooie, belangrijke en interessante weblocaties over taal. Dit is een selectie uit de lijst die te vinden is op de weblocatie van het Genootschap Onze Taal (http://www.onzetaal.nl/). Omdat Internet-adressen snel veranderen, is het nuttig om die weblocatie te bezoeken. Deze wordt namelijk bijna permanent bijgehouden; bovendien komen er bijna elke week een aantal nieuwe verwijzingen bij naar grote en kleine weblocaties over taal.

Is het niet een beetje vreemd om een papieren cahier te maken waarin gepleit wordt voor zoveel mogelijk taal op Internet? Welnee. Dat er zoveel mogelijk boeken en artikels en gedichten en gesprekken via elektronische middelen beschikbaar moeten komen, betekent niet dat er minder boeken zouden moeten zijn. De nieuwe media moeten de oude niet vervangen, maar aanvullen. Er is nooit taal genoeg.