Boeke voor iedereen

Marc van Oostendorp


Dit artikel is in druk verschenen in Emnet -- Nieuwsbrief voor Elektronsiche Media, augustus 1996.

Ongeveer zes jaar geleden werkte ik in een computerboekwinkel, waar de voornaamste bron van inkomsten bestond uit boeken over WordPerfect. Het was de tijd dat duizenden secretaresses, redacteuren en andere schrijvers de overstap maakten van de typemachine naar de personal computer. De boekhandelaar had een speciale kast ingericht met honderden verschillende handleidingen over dat tekstverwerkingspakket. Toch ging bijna iedere klant de deur uit met hetzelfde boek van dezelfde auteur. Die auteur was Henk Boeke.

Wanneer u van autobiografische ontboezemingen als de voorafgaande houdt, is het boek E-Mail voor Iedereen dat Henk Boeke eerder dit jaar gepubliceerd heeft, misschien iets voor u. In dat boek zijn tal van wederwaardigheden over het leven van de auteur verwerkt. Niet lang daarna verscheen, wederom van Boeke, het boek Internet voor Iedereen. Dat boek is iets minder autobiografisch, maar helaas is het daarmee meteen ook een stuk minder goed geïnformeerd.

Beide boeken hebben te lijden onder een te pretentieuze titel. Het Internet is tegenwoordig zo groot, en de mogelijkheden van elektronische post zijn zo uitgebreid dat het eigenlijk niet langer mogelijk is om iedereen als doelgroep te nemen. Wat de buurvrouw links allemaal op het net wil en kan -- kontakt houden met haar zoon in Amerika -- heeft bijna niets te maken met wat de buurvrouw rechts wil en kan -- doorlopend op de hoogte gehouden worden van de meest recente beursinformatie. Om ze allebei in het bestek van een paar honderd bladzijden te willen bedienen is op zijn zachtst gezegd lastig. On ne peut pas contenter tout le monde et son père.

Vooral in Internet voor iedereen heeft de pretentie van de titel soms wat vervelende gevolgen. Waarschijnlijk om zoveel mogelijk mensen tegemoet te komen, behandelt Boeke naast twee verschillende versies van de Web-browser Netscape (1.1 en 2.0) ook kort verschillende andere programma's, zoals dat van Chameleon. Omdat de ruimte beperkt is, betekent dit dat van elk individueel bladerprogramma maar een beperkt aantal functies genoemd kunnen worden. Het betekent ook dat andere Internet-functies helemaal niet aan de orde komen.

Een voorbeeld van een dergelijke functie is telnet. Nu verdedigt Boeke deze beslissing door erop te wijzen dat telnet ook weinig motiverend is voor beginnende Internet-gebruikers, bijvoorbeeld omdat telnet-servers vaak puur tekst-gebaseerde UNIX-systemen zijn. Daar zit wat in. Het vreemde is dan dat Boeke de lezer aan het eind van het boek in een 'praktijkvoorbeeld' kennis wil laten maken met de bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam. De gebruiker wordt nar een bepaalde Web-pagina geleid. Als deze aangeklikt wordt gebeurt volgens Boeke het volgende: 'Uw Telnet-programma wordt gestart en er wordt een verbinding tot stand gebracht met het catalogus-programma (houd er rekening mee dat Telnet-verbindingen écht heel traag kunnen zijn).'

Dit citaat maakt een aantal bezwaren tegen het boek aanschouwelijk. Ten eerste wordt het bij geen enkel van de door Boeke beschreven bladerprogramma's door een telnet-verbinding aan te klikken automatisch een telnet-programma gestart. Dat programma zal wel eerst ge•nstalleerd moeten zijn en hoe dat moet gebeuren wordt nergens in het boek uitgelegd. Bovendien is onduidelijk waarom uitgerekend deze bibliotheekcatalogus nu opeens wel 'motiverend' zou moeten zijn voor de beginnende Internet-gebruiker.

Een ander probleem met de aangehaalde passage is gelegen in het laatste zinnetje. Het is eenvoudigweg niet waar dat Telnet-verbindingen relatief langzaam zijn, langzamer dan verbindingen met Web-servers, zoals Boeke hier lijkt te suggereren. Allebei de verbindingen lopen natuurlijk via precies hetzelfde Internet. Het is mogelijk dat de computer van de Amsterdamse universiteitsbibliotheek wat traag werkt -- maar het is misleidend om dat aan de telnet-verbinding te wijten.

Helaas geeft Boeke wel vaker dit soort misleidende informatie. Zo laat hij de gebruiker een apart programma ophalen (LView) om afbeeldingen in een JPEG-formaat te bekijken, omdat dit met een gewone Web-browser niet zou kunnen. In dit geval is het gemakkelijk te constateren dat dit niet waar is. We hoeven maar een van de door Boeke behandelde bladerprogramma's te openen (bijvoorbeeld een van de versies van Netscape) om te kunnen constateren dat JPEG-plaatjes daarin net zo gemakkelijk bekeken kunnen worden als afbeeldingen in GIF-formaat. Dit soort misverstanden -- heel vervelend voor de beginnende Internet-gebruiker -- komen we vaker in het boekje tegen.

E-mail voor Windows is wat dit betreft iets beter. Aperte grote fouten heb ik hierin niet kunnen ontdekken. Toch heeft ook dit boek een aantal eigenaardigheden. De vreemde hang naar het autobiografische is al genoemd. Het laatste hoofdstuk heet E-mail op reis. Op zich is het een goed idee om aan dit onderwerp aandacht te besteden. Vooral degene die vaak zakelijke reizen buitenslands maakt, zal graag willen weten hoe hij ondertussen zijn elektronische post kan lezen. In dit hoofdstuk wordt naar mijn smaak echter te veel aandacht besteed aan een reis die Boeke in 1994 kennelijk naar de westkust van de Verenigde Staten maakte en te weinig aan de manier om zelf te werk te gaan. Bovendien zijn sommige van de tips die Boeke geeft -- kontakt zoeken met je vrienden die in het land dat je bezoekt aan een universiteit werken -- zeker niet voor iedereen uitvoerbaar.

Gelukkig is Boeke in E-mail voor iedereen niet bezweken voor de verleiding zoveel mogelijk verschillende programma's te willen bespreken. Hij beperkt zich feitelijk tot Eudora en het e-mailprogramma van Compuserve. Alternatieven zoals Pegasus Mail, Chameleon en Pine worden wel genoemd, maar niet behandeld. Het is wat Eudora betreft dan weer wel een beetje jammer dat er een versie besproken wordt die op het moment van verschijnen van het boek al weer enige tijd achterhaald was -- de nieuwere versies zien er iets anders uit -- maar dit soort problemen zijn nu eenmaal niet te voorkomen bij de publikatie van boeken over het Internet.

Verder is het boekje tamelijk helder en overzichtelijk geschreven en het behandelt de meeste functies die de beginnende gebruiker zou moeten kennen. Toch wreekt zich ook in dit boek een soms kennelijk gebrekkige ge•nformeerdheid van de auteur over sommige zaken. Zo wordt bij de bespreking van archiverings- en compressieformaten wel melding gemaakt van PKZIP, dat gebaseerd is op DOS en daarom 'voor de beginnende gebruiker weinig inspirerend', maar niet van de vele op Windows georiënteerde programma's die met ZIP-bestanden kunnen omgaan en sinds jaar en dag als shareware op het Internet te verkrijgen zijn. Bovendien had in dit kader ook wel wat aandacht besteed kunnen worden aan programma's waarmee met e-mail meegestuurde afbeeldingen bekeken kunnen worden. Een bespreking van LView was hier meer op zijn plaats geweest dan in Internet voor Iedereen. Elektronische neuwsbrieven die afbeeldingen distribueren, kiezen daarvoor ook vaak een van de formaten JPEG of GIF. Anders dan het Web-bladerprogramma Netscape hebben de meeste e-mailprogramma's wel een hulpprogramma nodig om afbeeldingen in deze formaten te kunnen vertonen.

De kasten met boeken over WordPerfect zijn in de meeste computerboekwinkels vervangen door kasten met boeken over het Internet en E-mail. Of het werk van Henk Boeke in die nieuwe kasten net zo'n prominente rol zal spelen als het in de oude deed, valt nog te bezien.


Henk Boeke, E-mail voor iedereen. Academic Service, 1995. ISBN 90 395 0365 6.
Henk Boeke, Internet voor iedereen. Academic Service, 1996. ISBN 90 395 0462 8.
Henk Boeke heeft ook een eigen site.